De ‘Pride Walk‘, de officiële opening op zaterdag van de week die eindigt met de ‘Gay Pride‘. Een stoet van 12.000 deelnemers van het homo-monument naar het Vondelpark. Kleinschaliger dus dan de Gay Pride zelf. Die begint de laatste jaren steeds meer het feestje te worden van de grote bedrijven, politieke partijen en andere organisaties. Je hoort af en toe dat zo’n Gay Pride overbodig begint te worden, omdat het homo-zijn in Nederland inmiddels wel geaccepteerd zou zijn. Veelal is dat ook wel zo, maar ik zou dat niet willen stellen voor alle delen van Nederland. En zelfs in bepaalde buurten in Amsterdam kun je als homo maar beter niet gaan wonen. Verder is het zo dat homoseksualiteit in 139 landen verboden is en je zelfs in 9 landen de doodstraf ervoor kunt krijgen. Bijzonder was dat de vlaggen van die negen landen in de optocht werden meegevoerd. Het aantal landen waar je nog met goed fatsoen op vakantie kunt wordt bovendien ook met het jaar kleiner. Kortom het is allemaal dus beslist niet overbodig. Reden genoeg voor treurnis dus, maar de gezelligheid stond ook voorop. De Pride Walk mag dan kleinschaliger zijn dan de Gay Pride maar is wat mij betreft minstens zo gezellig. En het publiek langs de kant vond dat ook. En eigenlijk ook de hele stad, want overal zie je de regenboog-kleuren. De foto-impressie staat op:
Tweede en laatste blogje over het weekend in Zwitserland. Op zaterdag zou door Marcel de Züricher-See worden overgezwommen. ‘Zou’, want het evenement is op vrijdag afgelast. De weersverwachting was te slecht. Evenals in Nederland is het hier ook al wekenlang mooi weer, maar uitgerekend op die zaterdag zou het slecht zijn. Maar het voorspelde slechte weer op zaterdag bleef uit en achteraf bleek het evenement eigenlijk ten onrechte afgelast. Wel gingen alle daarmee samenhangende sociale activiteiten door en werd er, weliswaar zonder de oversteek, toch nog in het meer gezwommen. De stad zelf is klein maar fijn. Prachtig aan het meer gelegen en brandschoon. De trottoirs worden hier zelfs gestofzuigd. Opvallend vond ik ook het mooie design van verschillende Swiss-made spullen. Mooi en duur, maar ze stonden er wel voor in de rij.
Zondag een uitstapje de bergen in: de zogenaamde drie-passen tocht aan de voet van het Gotthard-massief: Süsten-, Grimsel- en Furka-pas. Hier bleek maar weer dat de camera onmogelijk kan vastleggen wat het oog kan zien. Ondanks, maar misschien ook wel dankzij, de bewolking een prachtige tocht met de Rhône-gletsjer als (ook letterlijk) hoogtepunt. Mooie uitleg hoe het gebied er in 2090 uit gaat zien. Verdwenen gletsjer, maar grotere en meer bergmeren. Er was aan de voet van de gletsjer nog een ijsgrot, die met – eigenlijk foeilelijke – witte doeken tegen het zonlicht werd beschermd, nu nog bron van inkomsten, maar die zullen er in 2090 ook wel niet meer zijn. De foto’s staan op:
Een weekend in Zürich, Zwitserland. Hoofddoel was een zwem-evenement van Marcel op zaterdag. Maar we zijn er een lang weekend, dus ook wat tijd voor sightseeing. Weer iets nieuws, want zo vaak kom ik niet in Zwitserland. Het land heeft immers de naam flink duur te zijn en is dus wat minder in trek als toeristenbestemming. We zullen het zien. Op vrijdag maken we een prachtige bergwandeling rond Schwyz, een uurtje met de auto naar het zuiden. Met een soort trein bijna verticaal naar boven, nog een stuk met een kabelbaan en dan lopen we drie uur over een bergkam met schitterend uitzicht over het Vierwoudsteden-meer. Het blijkt inderdaad allemaal erg duur. Niet alleen drankjes op het terras, maar vooral uit eten is bijna prohibitief duur. Daar staat tegenover dat het wel een prachtig land is, tenminste het gebied waar we hebben gelopen. Er was slecht weer voorspeld, maar dat kwam eerder dan we dachten, zodat we nog moesten opschieten om nog net voor een flinke plensbui de kabelbaan uit te kunnen komen. De foto’s van de tocht staan op:
Weer een fiets-wandel etappe met René langs de rivieren. Deze keer – als vervolg op het etappetje van vier weken geleden langs de Linge – nu grotendeels langs de Waal, vanaf Geldermalsen naar Nijmegen. De Waal is met afstand de breedste rivier van Nederland, de drukste scheepvaartroute, en daar komen dus niet de minste schuiten voorbij. Je kan dan een hele tijd blijven zitten langs de rivier om dat allemaal voorbij te zien trekken, en dat deden we dus ook. We vonden het misschien toch wel de mooiste rivier, maar dat kwam misschien ook wel omdat het grootste deel van de route over de dijk is gefietst met zijn fraaie dijkhuisjes en een hoger uitzicht over de rivier en het omliggende land, dat er op deze lome zomerdag bij lag als vijftig jaar geleden. Dat gevoel werd natuurlijk nog sterker toen ik ook nog eens mijn geboortedorp Winssen passeerde, dat er eigenlijk ook nog net zo bij lag als toen. Alleen even niet gerekend met de vierdaagse-kermis in het ineens weer hedendaagse Nijmegen, met een overvol station, waar het uiteindelijk toch is gelukt om de fietsen in de trein te wurmen. De foto’s staan op:
Op bezoek bij een vroegere studievriend in Maastricht, met onder meer een wandeling langs het industriële erfgoed, de ENCI (Eerste Nederlandse Cement Industrie) aan de Maas ten zuiden van de stad. Eigenlijk ook de Laatste Nederlandse Cement Industrie, want het schijnt dat ze daar eindelijk met de winning van de mergel gaan stoppen. In de afgelopen tientallen jaren is daar een enorm gat geslagen, maar blijkens een kunstwerkje bij de ingang van het complex hebben we er het beton voor onze huizen aan te danken. Geleidelijk worden de activiteiten daar afgebouwd en het landschap wordt nu gerenoveerd. Een mooie gelegenheid om er eens een kijkje te nemen en te zien wat er gaande is en hoe het er nu bij ligt. Het ligt in een prachtig gebied aan de Maas met uitzicht over de stad.
Hoe het er in de komende tientallen jaren uit komt te zien, is nu nog niet goed voor te stellen, maar ik hoop dat ze er tenminste een deel van het industriële erfgoed laten staan. De gebouwen bij de ingang lijken voorlopig gered, want een deel ervan heeft al een nieuwe bewoner: de AINSI met misschien wel een knipoog naar de uitspraak van de naam van de vorige gebruiker. Ik moest natuurlijk wel even opzoeken wat het betekende: ‘Art Industry Nature Society Innovation‘. Veel creativiteit en allerlei andere hippe dingen dus en dat zagen we dus ook toen we er even binnenliepen. Eigenlijk lenen oude industriecomplexen zich uitstekend voor dit soort activiteiten, een ontwikkeling die je in meer steden ziet. De foto’s staan op:
België, ‘the day after‘ de verloren halve WK-finale. Ik had niet de indruk dat die Belgen bij de pakken gingen neerzitten, want de terrassen zaten ouderwets vol en de pintjes kwamen overal gezellig door. Tenminste in Luik, maar het zal elders in België niet anders zijn geweest, neem ik maar aan. Gisteren ging het dus naar Luik, niet om te kijken hoe het land er na de wedstrijd bij lag, maar omdat die stad al een hele tijd op het verlanglijstje stond. En het moest maar eens een keer van dat lijstje af, zo vonden we. Het spoor ging trouwens wél bij de pakken neerzitten, omdat ze het daar nodig vonden te gaan staken. Maar dat zal wel een andere reden hebben gehad dan het voetballen. Maar, gek genoeg, het boemeltje van Maastricht naar Luik reed dan weer wel en leverde ons op een leeg station Guillemins af. Een gloednieuw TGV-station, dat de stad Luik weer een beetje van zijn imago van een vervallen staalindustriestad af moet helpen en duidelijk bedoeld is om duizenden reizigers per uur af te werken.
Alleen vandaag even niet, want het lag er verlaten bij met een enkele teleurgestelde reiziger, maar daardoor des te fotogenieker. Verder ging alles vanzelf. Je hoeft alleen maar op je dooie gemak van het station Guillemins naar het Place Léopold te kuieren, je ogen de kost te geven en de stad en het leven ontrollen zich vanzelf gewillig voor het oog en de camera. Heel fraai was nog wel de lange trap, die je naar een hoger stadsdeel brengt met een mooi overzicht over stad en Maas. De terugreis naar Maastricht kon dan weer niét met de trein, dus dat leverde ons een ongemakkelijk busritje met veel omwegen op, zodat we net de intercity naar Amsterdam misten. Mooie reden om nog een uurtje in Mestreech te blijven voor een ‘hèpske en een drènkske‘ op een terras. Het fotoserietje staat op:
Met de 50-jarige fietsclub weer eens een tweedaagse tocht gemaakt. Dit keer van Den Haag naar Goes, langs het water. En langs de waterwerken, waar Nederland een zekere faam mee heeft opgebouwd. Het boottochtje waarmee de oversteek over de Nieuwe Waterweg naar de Maasvlakte werd gemaakt was indrukwekkend en gaf een indruk van wat daar allemaal beweegt en in elkaar worden geknutseld. Verder over de eilanden naar de Oosterschelde-dam, die na ruim dertig jaar aan renovatie toe is. Tenslotte door Zeeland, eigenlijk meer een Duitse enclave, naar Goes. Lekker gefietst en tussendoor geprobeerd te fotograferen. Vooral geprobeerd, want de fietsclub houdt – net zoals ik trouwens – van doorfietsen. De foto’s staan op:
Dit was weer eens een echte Zandvoort-dag. Althans daar leek het donderdagochtend nog op in Amsterdam. Maar aan de zee stond er een straffe noordenwind, die in de loop van de middag ook nog eens steeds sterker werd. Daardoor was het niet alleen een stuk frisser, maar zat bovendien alles onder het zand. Op het strand liggen ging dus niet, maar het leuke van Zandvoort is dat je ontzettend ver kunt kijken en lopen over een nagenoeg leeg strand. Dat is trouwens ook zo op échte stranddagen. Heel druk in Zandvoort zelf, maar ga je twee kilometer naar het zuiden, dan is er bijna niemand meer.
Op heldere dagen, zoals ook vandaag, kun je Den Haag goed zien liggen en Noordwijk bijna aanraken. Een ander minpuntje van vandaag, waardoor je eigenlijk ook de zee niet in kon, was de hoeveelheid kwallen. Die blijken bij nader inzien vier identieke ingewanden te hebben, vermoedelijk magen. Daarin minuscule nog bewegende beestjes, vermoedelijk garnaaltjes, maar helaas te klein om dat nog met de camera vast te leggen. Al met al geen ideale dag dus, maar met mooie kitesurf omstandigheden waren er weer genoeg fotografie-uitdagingen. Dus werd het – anders dan gedacht – toch nog een mooie dag. Kijk maar op:
In deze tijd van het jaar is het Nederlandse rivierenlandschap prachtig. De lange dagen, de mooie wolkenluchten, het uitbundige groen en het water zorgen voor een aangenaam decor voor een tochtje. Je kan natuurlijk langs Lek, Waal of Maas fietsen, maar de Linge zou er, wat betreft decor en fotogenieke omgeving, nog bovenuit springen. Woensdag, op weer zo’n prachtige zomerdag, is met René, bij wie de fotografie (ook) in de genen zit, de koe bij de horens gevat en zijn we van Gorinchem naar Geldermalsen gefietst. Veertig kilometer, bijna helemaal langs de Linge, en dat leek ons een overzichtelijk afstandje. Je hebt dan alle tijd om goed te kijken en vaak van de fiets te stappen als zich iets bezienswaardigs voordoet. Die manier van fietsen levert steeds weer verrassingen op.
Zo ben ik honderden keren over de inmiddels acht-baanse A-2 naar het zuiden gereden. Je moet daar goed op het verkeer letten en dat betekent dat ik de omgeving nooit ook maar één blik waardig heb gekeurd. Maar op de fiets doorkruis je eigenlijk hetzelfde gebied en dan is het ineens een heel andere wereld. Hier staat de tijd stil en krijg je op deze prachtige lome zomerdag het nostalgisch gevoel van de ‘zomers van weleer’. Niet dat het vroeger in de zomer nooit regende, maar je krijgt de neiging om die verregende zomers van vroeger toch een beetje te verdringen. Hoe dan ook, met deze manier van fietsen kom je tenminste met veel foto’s thuis en een selectie daarvan is te vinden op:
Ik had even geen zin in fotograferen na onze grote treinreis, maar af en toe kon ik het toch niet laten. Deze keer van alles wat in Amsterdam, en is er toch ook maar weer een serietje van gemaakt. Ik was zelf al vaak op het NDSM-terrein geweest, maar als je bezoek van buiten hebt, is succes verzekerd. Bovendien is daar elke keer wat nieuws, zoals nu het mooie street-art portret van Eberhard van der Laan en de met zeecontainers opgebouwde ingang van de kermis. Een ander spectaculair ding in de stad vond ik de passagiersterminal. Ik zie er regelmatig een menigte met rolkoffertjes de stad inlopen. Maar nu lag er een groot cruise-schip aangemeerd, waar je heel dichtbij kon komen. Helemaal spectaculair is het als dat schip dan langs het Centraal Station wegvaart. Verder is het in onze eigen – voorheen nog rustige Amsterdamse buurt – nu ook regelmatig bal. Ze zeggen wel dat het toerisme toeneemt, maar onze eigen stadgenoten kunnen er ook wat van. Op mooie zomeravonden gaan ze dan varen en is het dan de bedoeling om zoveel mogelijk eten, maar vooral drank, mee te nemen en het op een zuipen te zetten. Met natuurlijk luide muziek en veel geschreeuw. Het zomerse Amsterdamse foto-allegaartje staat op: