Het tochtje naar de Maasvlakte van vrijdag leverde nóg een fraaie bijvangst op. Gingen we eigenlijk voor het boottochtje en het zicht op de containers, de reis erheen en weer terug was zeker zo interessant. Zoals trouwens meestal met reizen het geval is: niet alleen de bestemming telt, maar ook de weg er naartoe. Al vanaf de Beneluxtunnel kom je in een bizarre wereld van olietanks, raffinaderijen, pijpleidingen en allerlei andere industriële installaties. En dat tientallen kilometers lang. We associëren dat gebied met ‘de Rotterdamse haven’, maar het is allemaal veel meer dan alleen maar een haven. Niet echt onbekend natuurlijk, maar als fotograaf ga je daar toch weer anders naar kijken. In het algemeen wordt dat lelijk gevonden. Er bestaat immers een zekere consensus over wat mooi is en daar hoort dit zeker niet bij. Maar ‘heel lelijk’ kan in de fotografie juist ook weer ‘heel mooi’ worden. Zoals vandaag dus.
Een andere bijvangst was dat we die dag het geluk hadden dat we in de Maasvlakte oog in oog kwamen te staan met het grootste schip ter wereld: de “Pioneering Spirit”. Beter maar even googelen, want het voert te ver om te beschrijven wat dat ding allemaal kan. Maar wat zulke grote schepen alleen niét kunnen is zelfstandig varen binnen dat kleine postzegeltje van een Maasvlakte, want er moeten allemaal sleepboten met grote stootkussens aan te pas komen, die met duwen en trekken het gevaarte op zijn plaats zetten. Op dat moment was er net een oefening aan de gang met de reddingssloepen van het schip.
Tenslotte blijkt de Maasvlakte – en dat was voor ons wél onbekend – de locatie te zijn waar de jachten in het wat hogere segment worden afgebouwd. Nederland is sowieso groot in de bouw van dit soort jachten, maar dat gebeurt alleen niet hier. Hier vindt de finishing touch plaats, het ‘inregelen’, testen en beschilderen met een fraai logo. Zoiets als ‘rijklaar maken’. Want je wilt als oliesjeik toch wel een beetje voor de dag kunnen komen met zo’n ding. Wat er allemaal als bijvangst te zien was staat op:
De Maasvlakte: een groot stuk opgespoten stuk land ter hoogte van Hoek van Holland, zo’n 40 kilometer ten westen van Rotterdam. Normaal gesproken heb je er niks te zoeken maar een bezoekje is toch buitengewoon de moeite waard. Je kan er een boottocht maken en van dichtbij bekijken wat er allemaal te zien is. Tezamen met een klein handjevol andere mensen, een illustratie van het feit dat veel mensen inderdaad geen idee hebben dat je daar ook nog naar toe kan. Hier meren de allergrootste containerschepen aan en worden de containers er in- en uitgeladen. In mijn allereerste werkzame jaren mocht ik me als jongste bediende met het goederenvervoer in Europa bemoeien. En toen werd me al verzekerd dat containervervoer, dat destijds nog in de kinderschoenen stond, een grote toekomst zou hebben.
Die voorspelling is uitgekomen, lijkt me zo, want hier komen schepen van honderden meters lengte met zo’n 23.000 hoog opgestapelde containers. Ik kan me niet aan de gedachte onttrekken dat die containers vol zitten met Chinese meuk (om over cocaïne nog maar te zwijgen), en dat het hele containerconcept met die grote toekomst zijn grenzen onderhand wel heeft bereikt. En dan zie je vrachtwagens af en aan rijden met zegge en schrijve één container aan boord met bestemming ergens in het Europese achterland. Maar gelukkig hebben we nog onze rivieren, met schepen die ook nog de nodige containers kunnen afvoeren. En dán nog de Betuwelijn, zodat er niet meteen 23.000 vrachtwagens hoeven klaar te staan als er weer eens een schip aankomt.
Een andere bezienswaardigheid is de assemblage van windmolens. Die hebben ook een grote toekomst, maar dat realiseren we ons pas in de laatste tien jaar. Het begin was nog aarzelend, maar nu gaan ze helemaal los en worden er op de Noordzee enorme windmolenparken aangelegd. Veel van die molens worden hier gebouwd. Of eigenlijk niet echt de molens, maar juist de hoge pilaren waar de wieken aan worden bevestigd. Kleinere stukken daarvan worden in Limburg gefabriceerd en hier aan elkaar gelast en van een geavanceerde coating-laag voorzien. Want tientallen jaren in het water van de Noordzee overleef je niet met een potje verf van de bouwmarkt. Her en der liggen die pilaren opgestapeld, je kon er redelijk dichtbij komen, maar we werden als argeloze toeschouwers door allerlei camera’s en bewakingspersoneel toch op veilige afstand gehouden. Maar een fotoserie is er toch gekomen, van de windmolens én de containers. Zie daarvoor:
Elk jaar in februari begint het te kriebelen. Zouden we al voorzichtige tekenen van het nakende voorjaar kunnen zien? Zouden……, want na al die grijze dagen, was dát misschien nog iets te optimistisch. Maar maandag was er ineens wat zon. Die bestáát dus nog…! Alleen nog niet zo heel uitbundig en bovendien met een koude wind, maar het Vondelpark leek me een mooie plek om eens te bekijken of het voorjaar er inderdaad aan zit te komen. Bovendien had mijn camera ook een soort winterslaap gehad, dus die mocht ook wel eens wakker worden. En ja hoor, het begint eraan te komen, dat voorjaar. Nog wel wat schoorvoetend, maar het begin is er. Nu nog een paar dagen met iets meer zon en een wat minder koude wind en dan zul je nog eens wat zien..! Het was maandag in elk geval genoeg om er een foto-serietje aan te wijden. Een mini-serietje, dat wel. Want zo héél uitbundig was het voorjaar nou ook weer niet. Dat serietje staat op:
De nieuwe zeesluis in IJmuiden is deze week door de koning geopend en in gebruik gesteld. Tijdens de bouw zijn we er verschillende keren geweest, in de hoop dat je vanuit IJmuiden over de sluizen richting het Tata Steel complex kon lopen. Ooit heeft dat gekund, maar de bouwput heeft de toegang jarenlang geblokkeerd. Maar nu schijnt het weer te kunnen en moesten we er dus maar eens gaan kijken. Niet alleen naar de nieuwe sluis, maar ook om de route over de sluizen in (her)gebruik te nemen. De nieuwe sluis schijnt de grootste ter wereld te zijn. Maar de ‘fotogeniekheid’ viel tegen. Tijdens de bouw had je tenminste nog het woud aan bouwkranen, waardoor je de indruk kreeg dat hier wel iets heel spectaculairs zou komen. Maar nu de kranen weg zijn resteert alleen nog maar een grote bak met water.
Wel kon je over een van de sluisdeuren lopen en kreeg je een indruk hoe zo’n enorme deur open en dicht kon schuiven. Maar schepen waren er niet. Tenminste niet in die grote sluis. Want de schepen die er wel waren gebruikten nog gewoon de andere kleinere sluizen, zoals ze dat altijd al deden. De grote sluis is voorbehouden aan de allergrootste schepen, die hier natuurlijk ook niet elke dag komen. Maar de doorgang naar Tata Steel was er wél weer. Hoewel we het einde daarvan niet hebben gehaald, want door de kou kon ik op het laatst met mijn verkleumde vingers de camera bijna niet meer bedienen. Eigenlijk de twee camera’s, want ik had mijn nieuwe tele-compactje ook maar weer eens meegenomen. Dat leverde fraaie vergezichten op want die viezigheid van Tata Steel is toch een stuk fotogenieker dan die grote bak met water.
Nu het fabriekscomplex er nog staat tenminste, want het zou zo maar kunnen dat Tata Steel er over tien jaar niet meer is. Want ‘s-lands grootste vervuiler ligt wat dat betreft toch wel onder vuur. En dan zou er over tien jaar alleen nog maar die grote bak met water te zien zijn. Nou ja, misschien nog wel een fraai aangeharkt park van industrieel erfgoed, omgebouwd tot museum. De bedoeling was een serie over de sluis, maar het is eigenlijk toch meer een Tata-serie geworden, te vinden op:
Bouwen, bouwen, bouwen…! Dat is het mantra dat we zowat dagelijks horen. Eén miljoen woningen moeten er nog tot 2030 komen. Nou, aan Amsterdam zal het niet liggen. Hier worden al jaren complete woonwijken neergezet. Het nieuwste voorbeeld is Overhoeks, op de noordelijke IJ-oever, net achter EYE. Niet zomaar huisjes met tuintjes, maar echte woontorens. Vijfentwintig verdiepingen, iets wat in Rotterdam al jaren heel gewoon is, is nu ook hier niks bijzonders meer. Je ziet de wijk de laatste jaren langzaam groeien vanaf het Centraal Station of als je de pont neemt naar Noord. Maar nog nooit had ik de moeite genomen om er eens een kijkje te nemen. Tot vorige week, toen het ineens een paar dagen niet regende. Twee torens zijn al bewoond, maar twee andere zijn nog niet op hoogte. Behalve die torens is er nog de nodige ‘laagbouw’, maar ook van pakweg tien verdiepingen. Allemaal voor ‘het hogere segment’, zo te zien.
Dat hogere segment zit nu nog tussen opgestapelde bouwmaterialen, maar over een paar jaar zal het er best mooi zijn. En ook zal er nog wel wat groen gaan komen, vermoed ik. Alleen is, als je tenminste niet met de auto wilt, de boot nu nog de enige verbinding met de binnenstad, want de metrohalte is net weer te ver. Dat Overhoeks is niet de enige bouwput. Want ook aan de voorkant van het Centraal Station zijn ze nog lang niet uitgebouwd. Daar wordt al jaren gewerkt aan een enorme fietsenstalling. Dat werd ook wel tijd, want nu de auto goeddeels uit de binnenstad is verdwenen en het fietsen in de stad werd aangemoedigd, is er een groot tekort aan fietsparkeerplaatsen. En is zelfs het parkeren van je fiets een uitdaging geworden. Hoe de skyline en de omgeving van het Centraal Station er vandaag uitziet staat op:
Elk jaar wordt in de donkere dagen in Amsterdam het Amsterdam Light Festival georganiseerd. Een verzameling fraai verlichte ‘licht-objecten’ die zich het beste laten zien vanaf het water. Eerlijk gezegd vond ik het ook dit jaar weer een beetje tegenvallen. Maar het zit de organisatie dan ook niet mee. Er is blijkbaar geldgebrek, maar misschien ook wel een gebrek aan inspiratie bij de licht-kunstenaars. Want sommige objecten hadden we in eerdere jaren ook al eens gezien, alleen liggen ze nu op andere plaatsten. Maar het minste wat je als organisatie toch kan doen is het licht aanzetten van die ‘licht-objecten’. Want sommige objecten in mijn buurt blijven ook in de avond aardedonker. Daardoor komt dit ‘festival’ eerlijk gezegd niet in de búúrt van wat Eindhoven elk jaar in november met zijn Glow neerzet. Maar ik kon het toch niet laten om er weer een serietje van te maken. Gelukkig waren er ook objecten te zien die het hele jaar door in de schijnwerpers staan, zodat de stad er in deze donkere lock-down dagen toch nog wel een beetje leuk uitziet. Kijk maar op:
De onverwachte ontmoeting met de voormalige veevoederfabriek in Den Bosch, was blijkbaar zó de moeite waard dat het voorgenomen tochtje over de secundaire wegen terug naar Amsterdam te laat een aanvang had genomen. En dat is in december altijd een risico, vooral op zo’n grijze dag als vrijdag, als de schemering al voor vieren begint. Maar de indruk van dit gebied komt eigenlijk het best tot zijn recht bij dit grijze weer. De secundaire wegen daar waren eigenlijk vooral tertiair: smal en modderig. Verder weinig verkeer op de weg, je kreeg zelfs de indruk dat er eigenlijk nauwelijks mensen woonden. Zelfs niet in de dorpjes die we bezochten, en waarvan ik van sommige zelfs nog nooit had gehoord, laat staan dat ik er ooit ben geweest. Om er een paar te noemen, misschien wel ter opfrissing van de geografische kennis: Bokhoven, Hedikhuizen, Bern, Nederhemert-Zuid, Wijk en Aalburg, Veen en Brakel.
Opvallend verder dat ze ook hier de plaatsnamen in twee ‘talen’ vermelden. Ze deden het altijd al in Friesland. Maar dat heeft dan ook een aparte taal. En dan mogen we nog blij zijn dat ze voor de niet-Friezen de naam er in het Nederlands bij zetten, zodat wij ook nog weten waar we eigenlijk zijn. Later is het verschijnsel opgedoken in Limburg en nu hier ook ineens. Elke vierkante meter een eigen taal, bij wijze van spreken. Illustratief voor de sterke binding van de bewoners met hun eigen plaats. Jammer dat we het tochtje halverwege moesten afbreken omdat het te donker werd. In de zomer maar eens terugkomen, maar dan op de fiets. Deze donkere-dagen-indruk staat op:
Vrijdagochtend moest ik even met de auto heen en weer voor een dingetje naar Eindhoven. Waarom dan van de nood geen deugd maken om er op de terugweg een foto-safari van te maken? De koe bij de horens gevat, René was zo aardig om met de trein naar Den Bosch te komen en het plan was verder om via secundaire wegen terug naar Amsterdam te rijden. Weer eens even wat anders dan Amsterdam en omgeving. Maar het liep een beetje anders. Want al op de eerste kilometer in Den Bosch stuitten we op het vroegere fabriekscomplex van de firma Koudijs aan de Dieze en zijn daar een hele tijd blijven hangen. Van oudsher een meelfabriek, later een veevoederfabriek. In 2014 is het gesloten en het complex heeft eerst een aantal jaren staan wegroesten.
Maar onlangs is besloten om het complex ‘terug te geven aan de stad’ en het een middelpunt te laten zijn voor tal van kleinschalige commerciële en culturele activiteiten. Eigenlijk zijn dat soort complexen in die fase nog het mooist, vind ik. Nog niet helemaal aangeharkt, zoals het over tien of twintig jaar ongetwijfeld zal zijn. En ook niet helemaal aan het lot overgelaten, zoals het er in 2014 moet hebben uitgezien. Maar nu nog een aarzelend begin van kleinschalige activiteiten. De mensen die we daar troffen konden in elk geval heel enthousiast vertellen wat ze er van plan zijn en hoe het er in de toekomst moet gaan uitzien. Alle reden om over vijf jaar nog maar eens te komen kijken. Als het nog niet helemáál is aangeharkt en het grote geld nog geen bezit heeft genomen van het complex. De stand van vandaag staat op:
In oktober heb ik een ‘compactje’ gekocht. Dat is het koosnaampje dat ik mijn nieuwe Canon SX70HS gegeven heb. Gekocht dankzij het ongelukje met mijn ‘echte Canon’, die zes weken in reparatie zou zijn en ik niet die hele tijd ‘camera-loos’ door het leven wilde gaan. Dat compactje kan natuurlijk niet wat mijn echte Canon kan. Zo heeft het minder geavanceerde sluitertijden, diafragma-openingen en ISO-waarden. Verder een kleinere sensor, waardoor het dus bij wat minder licht buiten meteen wat korrelige foto’s geeft. Het is dus eigenlijk een mooi-weer camera. Daarentegen heeft het wel een extreem goed optisch zoom-bereik, beter dan ik met mijn echte Canon en 18-400 lens kan bereiken. Het wandelingetje langs het Oosterdok van vorige week woensdag is dan ook aangegrepen om daar eens wat mee te experimenteren.
Op een aantal momenten zijn (bij zonnig weer) op hetzelfde moment en op dezelfde plaats drie foto’s gemaakt met wisselend zoom-bereik. Ik vond het resultaat min of meer zoals verwacht. Je kunt inderdaad heel ver kijken en dan nog veel details onderscheiden. Wel moet je oppassen wanneer je uit de hand fotografeert, want er kan bewegingsonscherpte ontstaan. Je moet dan wat steun zoeken bij een lantarenpaal of een hekje. Of nog beter een statief(je). Bij goed licht vond ik de korreligheid meevallen, maar aan het eind van die dag in december, als het tegen vieren al schemerig gaat worden, kan je dat compactje beter thuis laten. Het resultaat is samengevat in zeven series van drie. Daarvan zes series bij het Oosterdok en omgeving plus nog eentje van Gran Canaria vorige maand. Kijk maar wat je er zelf van vindt:
Een rondje Oosterdok: een ideaal wandelingetje vanuit huis als je een half uurtje over hebt. Vergeleken met pakweg twintig jaar geleden is het aanzicht er enorm veranderd. Aan de noordoever is er nu de bibliotheek, het conservatorium en het hoofdkantoor van Booking.com. Plus nog 42 nieuwe hoofdprijs-appartementen, met mooi uitzicht over de Prins Hendrikkade en als je hoog genoeg woont over de hele binnenstad. “Is dit jouw nieuwe uitzicht?”, vragen de ronkende borden aan de oever. Een teken dat het met de verkoop ervan nog niet zo storm loopt. Ik moet trouwens nog steeds wennen aan dat getutoyeer, vooral richting degenen die de niet geringe vierkantemeter-prijs neertellen voor die optrekjes.
Aan de oostkant is er het NEMO met het Scheepvaartmuseum en aan de westkant het Centraal Station. Het Chinese bootrestaurant ligt daar al sinds mensenheugenis als een baken in zee tussen al dat nieuws. Ok, er staan nog wat bouwketen en een verdwaalde bouwkraan, maar in grote lijnen is het nu wel zo’n beetje af. Een A-locatie is het dus geworden, zeker als je bekijkt hoe het er twintig jaar geleden uitzag. En dat alles in bijna één oogopslag. Ideaal voor een kort wandelingetje, want er is dus veel te zien. Een iets langer wandelingetje als je dat alles nog even in je wilt opnemen. En voor de toekomst wilt vastleggen hoe het er in het dok en omgeving aan het eind van 2021 ook al weer uitzag. Deze stand van zaken staat op: