Het is een tijdje nauwelijks opgevallen: het werk aan het project “Zuidas-dok” bij het treinstation Amsterdam-Zuid. Ze zijn eigenlijk al twee jaar bezig, maar omdat in Amsterdam overal straten zijn opgebroken viel dit nog niet zo op. En aan de tekentafels waren ze nog veel langer bezig, want er was eindeloos gemekker over de kosten, de verantwoordelijkheden, de risico’s en wie dat allemaal op zich zou moeten nemen. Maar nu kan het niemand meer ontgaan want het gaat hier om het grootste infrastructurele project van Nederland. Het is pas in 2036 klaar, dus er is nog wel wat te doen. Het treinstation, ooit een miezerig bij-stationnetje, wordt aanzienlijk uitgebreid en wordt eigenlijk een nieuw soort Centraal Station. Maar dan vooral voor de zakelijke reiziger die in de glanzende kantoortorens moet zijn die er in de afgelopen twintig jaar zijn gekomen en er in de komende twintig jaar nog meer bij gaan komen.
Het is dan ook de bedoeling dat de treinverbindingen met het buitenland gaan verhuizen van het huidige Centraal Station naar dit nieuwe station. Het station gaat ondergronds evenals de ernaast liggende Ringweg A-10, die en passant ook nog wordt verbreed naar twee keer zes stroken. Onder het toekomstige station komen een aantal passages, waarvan ze juist deze week een van de dakdelen aanbrengen. Een en ander was aanleiding om een open dag te houden, met rondleiding en toelichting. Veel aannemersjargon, waarvan me de details bij thuiskomst al waren ontgaan, maar op het internet is een fraaie time-lapse te zien, hoe ze het drieduizend ton zware dakdeel op zijn plaats schuiven. Mijn camera keek ook mee en de fotoserie is te zien op:
Nog maar een vervolgserie over de Canal Parade gemaakt, want ik had daarvan zóveel foto’s gemaakt, dat ik ze maar enigszins gedoseerd ben gaan toedienen. Nu vooral ook foto’s van mensen. Dat is altijd een lastig puntje in de fotografie, het fotograferen van mensen. Want niet iedereen stelt het op prijs om gefotografeerd te worden en even later onwetend op het internet vereeuwigd te worden. Maar bij de Canal Parade vond ik het verantwoord om ongegeneerd los te gaan op dit thema. Mede in de wetenschap dat alle eventueel te fotograferen doelwitten zich terdege bewust zijn van het feit dat er vele andere camera’s, zelfs TV-camera’s, op hen staan gericht. De Canal Parade in Amsterdam werd deze zaterdag voor de 25e keer gehouden.
Ik heb er al vele gezien en eigenlijk is het elk jaar zo’n beetje hetzelfde, weliswaar met verschillende accenten en thema’s. Ook deze keer weer veel boten met bakken vol dansende mensen van allerlei organisaties, die willen aantonen hoe divers en inclusief ze eigenlijk wel zijn. Maar desondanks had ik me met René toch maar weer langs de kant geïnstalleerd met stoeltjes en een koelbox vol proviand. Al was het maar om Marcel op zijn “Gay Swim Amsterdam”-boot te fotograferen. En natuurlijk ook om de rest van de boten voorbij te zien komen. Want ondanks het zich elk jaar repeterende format was het deze keer toch wel weer de moeite waard, en eigenlijk ook noodzakelijk om er nog maar eens de aandacht op te vestigen dat het met de vrijheid van LHBTI’ers niet overal even goed is gesteld, zelfs niet in het liberale Amsterdam.
En ook kunnen we concluderen dat deze Canal Parade toch wel uniek is in vergelijking met andere Gay Parades die ik ooit heb gezien, met name in Sydney en Londen, toch niet de minste steden als het gaat om hun LHBTI-leefbaarheid. Maar nadat driekwart van de boten voorbij was gekomen was het wel genoeg, want door de flinke plensbuien kwamen we handen tekort om de paraplu, de camera met zoomlens te bedienen en tegelijkertijd ook nog droog te houden. Bovendien hadden de meeste deelnemers zich verscholen onder paraplu’s of plastic jassen. En dat ziet er meteen weer een stuk minder feestelijk uit. Maar deze vervolgserie geeft toch wel een indruk en is te zien op:
De eerste week van augustus is hier altijd de week van de Gay Pride. Maar dat mag alleen nu niet meer zo heten. Want ‘Gay’ is slechts één van de smaken in het veel bredere LHBTI-spectrum en de nog veel meer grijze gebieden daartussenin. Voor al die smaken is nu ook een nieuwe term bedacht: ‘Queer’. Deze keer is er dan vooral aandacht voor al die andere smaken in dat brede spectrum. En de daaraan verbonden festiviteiten zijn nu zelfs verdeeld over twee weken. Het begint meestal met de Roze Loop, een 5- of 10 kilometer loop-evenement. Waar ik helaas deze keer niet aan mee kon doen door bezigheden elders. De eerste week ging wat mij betreft ook een beetje geruisloos voorbij, maar in de tweede week heb ik me er maar weer eens ingestort. Te beginnen met de ‘Senior Pride’ op de tweede donderdag op de Nieuwmarkt, vooral bedoeld voor 60-plussers.
Op een groot podium artiesten, en op het plein stoeltjes en veel paraplu’s die open gingen bij de regenbuien die er helaas ook waren. Verder vooral liedjes uit de sixties en seventies, veel jeugdherinneringen dus. En ook de ‘Tulpen uit Amsterdam’, plus nog allerlei andere gezangen uit de Jordaan, ontbraken niet. Ik had nooit gedacht dat ik ooit nog eens fan zou worden van Ronnie Tober, maar wat hij op zijn 78-jarige leeftijd nog met zijn heldere krachtige stem en performance wist te produceren was indrukwekkend. Het ging er allemaal in als koek, en aan het eind van de dag gingen de stoeltjes opzij en de beentjes van de vloer. Het deed me een beetje denken aan – het veel grotere – evenement dat André Rieu elk jaar in de zomer organiseert op het Vrijthof in Maastricht. Maar wat mij betreft mag de Senior Pride in de komende jaren uitgroeien naar ook zoiets, misschien niet zo groot, maar wel minstens zo gezellig.
Op de tweede vrijdag hebben we ons maar even in de straatfeesten gestort. Ook heel gezellig, maar als je een wat claustrofobische aanleg hebt: niet doen. Vooral op de Reguliersdwarsstraat en de Zeedijk was het schuifelen en af en toe muurvast staan in de menigte. Op de laatste zaterdag was er natuurlijk de Canal Parade (die vroeger Gay Parade heette). Bijgaand een serie foto’s (en videootjes) daarvan. Helaas erg weinig (en dan ook nog van een afstand met mijn mobieltje) van de Senior Pride en al helemaal weinig van de straatfeesten. Wel dus van de Canal Parade, maar daarvan heb ik weer zoveel foto’s gemaakt dat er nog maar een vervolgblogje van gaat komen. Deel één van de Amsterdam Pride staat op:
Nog nooit ben ik in één dag in zo veel dorpjes geweest waar ik niet alleen nooit was, maar zelfs nog nooit van de naam ervan had gehoord. En dat nog wel in mijn eigen provincie waar ik nu al bijna 30 jaar woon. Voor de liefhebbers, en mede ter opfrissing van de geografische kennis: Hobrede, Oosthuizen, Beets, Oudendijk, De Goorn, Spierdijk, Bobeldijk, Wijdenes en Oosterleek. We kwamen er doorheen op een fietstocht van Purmerend naar Enkhuizen. Voor de hand ligt dan de route langs de kust via Volendam en dan verder naar het noorden. Maar ze zijn daar bezig om een hele nieuwe dijk aan te leggen en die werkzaamheden maken het landschap er niet mooier op. Bovendien hadden we dat al vaker gedaan, dus moesten we iets nieuws. En dan kom je dus deze dorpjes tegen. Plus een fraai waterlandschap waar de tijd stil lijkt te staan.
Iets verder dan halverwege ligt Hoorn, waar we natuurlijk wél eerder van hadden gehoord en ook meerdere malen zijn geweest. Maar het zicht op de haven is daar ongeëvenaard en doet denken aan de kalenders met de Anton Pieck- plaatjes. Richting Enkhuizen ging het wél langs de kust. Je moet wel even wat je best doen om die omwegroute te vinden, want als je afgaat op de ANWB-fietsbordjes ga je in één rechte lijn door de polder en zou je het uitzicht over het IJsselmeer hebben gemist met de fraaie zeilboten, het buitendijkse landschap en de buizerds die daar hun habitat hebben gevonden. Noord-Holland dus: een fraaie provincie, vooral met de Hollandse wolkenluchten die er vandaag waren. Het staat allemaal op:
De zomer is al volop aan de gang, maar er was dit jaar nog steeds niet een beetje serieus op de fiets gezeten. Voor een deel kwam dat door de vakantie in maart, het super-koude en natte voorjaar en een hardnekkige schouder- nekblessure, die zelfs al één kilometertje fietsen tot een pijnlijke aangelegenheid maakte. Maar de kou, de nattigheid en de blessure zijn voorbij en het seizoen kon dus met René in stijl worden geopend met een tocht van Utrecht naar Rhenen. Vorig jaar waren we van Zwolle naar Rhenen gefietst, dus lag het voor de hand om nu ook maar weer in Rhenen te beginnen. Maar door de plotselinge zuidwestenwind en natuurlijk ook onze flexibiliteit is de route op het laatste moment nog omgedraaid en zijn we in Utrecht begonnen.
Achteraf een gelukkige keuze, want de tocht werd gaandeweg mooier, voor wat betreft natuurschoon, de zon en de richting van de wind. Het eerste stuk van Utrecht naar het zuiden richting Lek is wat betreft natuurschoon niet het mooiste stukje van Nederland. Onderweg veel waterwegen, sluiscomplexen en restanten van de Hollandse waterlinie. Bovendien een kaal landschap met af en toe toch nog tegenwind bij een bewolkte hemel. Maar voor de liefhebbers van (erfgoed van) waterbouwkundige werken is dit gebied bepaald een aanrader.
Maar eenmaal bij de Lek aangekomen veranderde de sfeer. Het landschap werd anders, bovendien brak de zon door en dan komt het rivierenlandschap goed tot zijn recht. Verder kregen we daar de wind in de rug, wat de tocht extra aangenaam maakte. Het enige “minpuntje” was dat we op het laatst nog wel even de 70 meter hoge Amerongse Berg moesten ‘beklimmen’. Maar daar kwam wel weer even het oude gevoel terug hoe het ook al weer was om een helling op te rijden. De fietstocht is aan de oever van de Rijn prettig afgeblust met een lekker koud biertje en een voedzame maaltijd. De indruk van het onderweg zijn staat op:
Het Twiske is een ideale bestemming als je een kort rondje van hooguit twee uurtjes wilt fietsen. Er ligt een grote recreatieplas en daar kun je in die tijd comfortabel omheen fietsen. Comfortabel, zodat je ook nog wat tijd hebt om dat natuurgebied in je op te nemen. Dat is weliswaar aangelegd, maar je ziet daar na meer dan veertig jaar inmiddels de tand des tijds, waardoor het toch een wat meer doorleefd karakter krijgt. Vooral in deze tijd van het jaar is het er fraai als de bomen al vol in het jonge groen staan en de zon hoog in de strakblauwe lucht schijnt. Ook draaf ik er af en toe mijn hardlooprondjes en neem – als het kan – na afloop een plonsje in het water. Dat is alleen nu nog wat koud, dus om er te zwemmen is later in de zomer iets beter.
Eigenlijk een wonder dat het Twiske nog niet echt ontdekt is door de Amsterdammers, die blijkbaar toch de voorkeur geven aan het overvolle Vondelpark of de Gaasperplas, die vanuit de stad inderdaad wat beter bereikbaar zijn. Voor het Twiske moet je natuurlijk eerst met de pont het IJ over en dan nog een heel stuk door Amsterdam-Noord. Misschien is dat een barrière, want Noord was ooit een vergeten stadsdeel dat er niet echt bij hoorde. Maar nu ontwikkelt zich daar – mede door Noord-Zuidlijn – een heel nieuwe stad. Elke keer als je er langs komt staan er weer nieuwe gebouwen en nog hogere bouwkranen. Maar als je de Ringweg eenmaal voorbij bent, ligt de stad ver achter je en sta je ineens in de polder, waar je eindeloos ver kunt kijken over de vlakke weilanden en de huizen in Zaanse kleuren. En op de terugweg sta je oog in oog met de grote cruiseschepen, die op het punt staan te vertrekken voor de nachtelijke tocht naar de volgende Europese bestemming. Hoe dat alles er bij lag op deze prachtige junidag staat op:
Onderweg met de fiets naar de volkstuin van René aan de overkant van het IJ: een stukje van amper drie kilometer, en ineens realiseerde ik me hoeveel er eigenlijk alleen al in dát stukje van de stad opgebroken is. Tegelijkertijd realiseerde ik me ook dat dat al zo is zolang ik hier woon en het me eigenlijk niet meer opvalt. Mij hoor je niet klagen trouwens, want het hoort er nu eenmaal bij. Hoewel je vraagtekens kunt zetten bij de efficiëntie als bepaalde kruispunten voor de zoveelste keer worden ge-herprofileerd. Maar goed, waar gehakt wordt vallen spaanders. En er komt ook wel eens een keer iets écht af. Zoals onlangs de bestrating rond het nieuwe hoofdkantoor van Booking.com, waardoor er ineens ook een nieuw fietspad is bijgekomen. En de boulevard aan de achterkant van het Centraal Station, die uitnodigt tot staren over het water, wat uit te rusten of in alle rust bezig te zijn met je mobieltje. En het moet worden gezegd: dankzij al die opbrekingen en ondanks hier en daar vast wel eens een miskleun in de planning, ziet de stad er een stuk beter uit dan zo’n dertig jaar geleden toen ik hier kwam wonen. Wat je zoal tegenkomt onderweg naar de volkstuin, staat op:
Woensdag is met René het wandelritme maar weer eens opgepakt. Tot voor enkele jaren wandelden we geregeld, maar de gewoonte was na corona een beetje ingezakt. Maar woensdag was het, wat betreft het weer, een uitgelezen dag, dus wandelschoenen aan en met de trein naar Hilversum voor een voettocht naar Hollandsche Rading. Met René moet je wat betreft afstand het ambitieniveau niet al te hoog leggen. Niet dat we geen langere afstanden aankunnen. Maar goed kijken en fotograferen kost nou eenmaal ook tijd. Dus een tochtje naar Hollandsche Rading, halverwege Utrecht, leek ons haalbaar. Heel afwisselend, eerst een stuk door niet de minste buurten van Hilversum en daarna door de bossen van het Gooi naar Hollandsche Rading.
De Emmastraat in Hilversum moet ooit een katholiek bolwerk zijn geweest. Aan het begin de kolossale St.Vitus kerk en even verderop het vroegere gebouw van de KRO. De omroep moet zich daar dus helemaal hebben thuis gevoeld. Op de gevel van het gebouw staat nog het logo dat zo’n zestig jaar geleden gevoerd werd. Maar de kerk is leeggelopen en het omroepgebouw staat ook leeg. De KRO zal ongetwijfeld ook zijn verhuisd naar het nieuwe Mediapark. De straat is nu meer een ‘grote-geld’-bolwerk geworden en is het domein van advocaten en notarissen, want een normaal mens kan zich deze statige panden niet meer veroorloven. Geen wonder dat het nu ook de autodealers in ‘het hogere segment’ zijn om zich hier thuis te voelen.
Maar vanaf het treinstation Hilversum Sportpark kom je in een andere wereld. Vanaf daar is het een bosgebied. En ook hier laten ze omgevallen bomen en het sprokkelhout gewoon liggen, wat weer goed schijnt te zijn voor de biodiversiteit. Ziet er wat rommeliger uit, maar de natuur vaart er wel bij. Zelfs onder het viaduct van de A-27 hebben ze daaraan gedacht. Onder dat soort viaducten is het meestal een rafelrandje, maar nu zijn daar heel bewust boomstronken neergelegd om de biodiversiteit onder en aan weerskanten van het viaduct te bevorderen en bovendien om doorgang te verschaffen voor allerlei dieren. Na tien kilometer en vier uur verder dook het stationnetje van Hollandsche Rading op voor de terugreis. De Gooise indrukken zijn samengevat op:
Elk jaar verzin ik wel weer een reden om op Koningsdag (en vroeger Koninginnedag) niet in de stad te hoeven zijn. Maar dit jaar kon ik geen reden verzinnen en bovendien moesten er in huis ook nog allerlei dingetjes worden gedaan. Dus we konden niet om Koningsdag heen. Temeer daar al om tien uur in de ochtend bij ons achter de eerste luidruchtige boenke-boenke-boenke boten voorbij kwamen. Dus, toen de huiselijke karweitjes waren gedaan, en het ineens ook niet meer zo héél slecht weer was, besloten we om ons maar eens in het gedruis te storten. Nou ja, eigenlijk meer een wandeling door het gedruis te maken. Want het is altijd leuk om te zien hoe mensen uitbundig plezier kunnen maken. En ook met een vaag plan om ergens op een terrasje gezellig wat te gaan drinken. Dat laatste is alleen niet gelukt. Tegelijkertijd probeerde ik me in te denken wat ik hierover in hemelsnaam zou moeten schrijven. Gelukkig ging de camera mee, want in dit geval zeggen beelden meer dan woorden. Maar na drie uurtjes wandelen was het wel genoeg, het gezellig wat drinken deden we thuis wel en nu weet ik ook weer waarom ik toch maar beter op Koningsdag de stad kan verlaten. Kijk, huiver en geniet op:
Bezoek uit het buitenland. Wat kan je dan, behalve natuurlijk een boottocht over de grachtengordel of een bezoek aan een van de musea, beter doen dan een toertje rond het IJsselmeer? Succes verzekerd…! Vooral in april, want dat is het bollenseizoen. Die bollen en dan natuurlijk de bloeiende tulpen zijn niet alleen te zien in de ‘Bollenstreek’ rond de Keukenhof, maar steeds meer ook in de Kop van Noord-Holland. Daar is meer ruimte en de grond is er blijkbaar net zo geschikt voor. Wel waren we naar verluid een weekje te vroeg en zou het hoogtepunt van de bloei daar net ietsje later zijn dan in het gebied rond de Keukenhof. Er is in ‘de Kop’ meer wind en de temperatuur zal daar een graadje lager zijn.
Niettemin viel er op dat gebied veel te zien en ons buitenlands bezoek viel van de ene verbazing in de andere. De fotoserie, die hij dezelfde avond nog richting Amerika stuurde, kon de volgende dag dan ook rekenen op een hoog ’waauw’-gehalte. We realiseren het ons amper, maar kennelijk is die overvloed aan gevarieerde kleuren toch wel iets bijzonders. Ook de Afsluitdijk is dat eigenlijk wel, maar daar is nu groot onderhoud en de gebruikelijke stop bij het ‘Monument’, waar ooit de dijk werd gedicht, was nu even niet mogelijk. We hadden wat lang in die bollenstreek rondgereden en er bovendien veelvuldig uitgestapt, dus kwam Friesland er met een bezoekje aan Makkum en Hindeloopen, ook wat betreft de fotografie, deze keer wat bekaaid vanaf. Maar de bloemen zijn alleen in april te zien en Friesland kan het hele jaar nog. Vandaar de deze keer wat selectieve fotoserie op: