Hokitika – Wanaka

3 maart 2017

We zitten hier in een dorpje bij Fox Glacier. Hier komt de laagstgelegen gletsjer ter wereld naar beneden en op slechts 300 meter boven zeeniveau kun je de ijsmassa’s bijna aanraken. Wel zijn overal foto’s te zien van de omvang van de gletsjer in 2008 en 2016 en in die korte tijd is hij toch wel erg veel kleiner geworden. We bekijken verder wat we in dit bescheiden oord zouden kunnen doen. Het is erg modieus om een soort ‘bucket-list’ te hebben, een lijst met dingen die je ooit nog wil doen. Ik heb ook wel zo’n lijstje, hoewel dat de laatste jaren wel kleiner begint te worden. Maar een parachutesprong stond daar nog niet op. Totdat we op woensdagmiddag ineens op het parkeerterrein stonden van de lokale sky-dive club in Fox Glacier. Na lange aarzeling en diep nadenken is de sprong heel voorzichtig op die lijst gekomen. Lang heeft hij daar niet op gestaan, want donderdag heeft die sprong inderdaad plaatsgevonden. Hoewel het tot op het laatste moment onzeker was, omdat er niet te veel bewolking mag zijn. Een enorm spannende ervaring was het. Eerst met een klein vliegtuigje naar 5000 meter hoogte. Op die hoogte kun je de besneeuwde toppen van het land goed zien. Maar echt ontspannen ervan genieten was er niet bij, omdat de sprong nu wel heel dichtbij kwam en het landschap onder ons steeds dieper wegzakte. We hoefden gelukkig niet zelf te springen, want we zaten vast gegord aan een begeleider. Anders had ik het vermoedelijk nooit gedurfd en was ik gewoon blijven zitten.

Maar nu werden we er gewoon uitgeduwd. Eerst Marcel, die ik al snel als een klein stipje in de diepte zag verdwijnen. Toen werd ik er zelf uitgeduwd. Eerst een vrije val van ongeveer 4000 meter. Daarbij is het de bedoeling dat je van het prachtige uitzicht geniet, maar ik heb me in die ene minuut hoofdzakelijk beziggehouden met de gedachte of die parachute wel zou opengaan. En met de pijn in je oren door de snelle daling. Na 80 seconden vrije val gaat de parachute open en heb je het gevoel dat je ineens stil hangt. Diep onder me zag ik ineens weer Marcel aan een parachute hangen. Een paar minuten later een tamelijk vlekkeloze landing, hoewel ik nog een tiental meters over het gras werd meegesleurd. Ik heb nog even roerloos in het gras gelegen om bij te komen van de emotie, toen uiteindelijk iemand me kwam oprapen. De rest van de dag werd besteed aan een wandeling richting een van de gletsjers. Mijn hoofd stond er niet echt naar, want ik was vooral nog bezig met de ervaring van die ochtend. Vrijdag dan verder naar het zuiden en dat was een echte regendag. Eigenlijk de eerste die we hier meemaken. Maar in de middag klaart het op en we rijden langs prachtige bergmeren om tegen de avond in Wanaka te belanden. Er zijn ook nog foto’s, zelfs van de sprong. De camera mocht natuurlijk niet mee tijdens de sprong, maar de begeleider was zo handig om enkele foto’s te maken. Kijk voor dit alles maar op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157706398749634

Collingwood – Hokitika

28 februari 2017

Met enige weemoed hebben we Collingwood verlaten. Het was een heel relaxed oord met relaxte mensen. Aan de oceaan gelegen, mooie stranden, heerlijk gegeten en ontbeten in inmiddels onze vaste tent met lekkere behangmuziek uit de 60’er en 70’er jaren, zoals daar zijn de Beach Boys en Dire Straits. Hier zou je me zo een week of twee kunnen opbergen, maar dan wel met iets betere accommodatie. Maar op die manier zie je niks van de rest van het land, dus moesten we door naar Westport. Ook heerlijk gelegen aan de oceaan, aan de westkust, maar een heel ander soort stadje. Amerikaans van opzet met rechthoekig stratenpatroon en veel te veel ruimte tussen de huizen, zodat elke intimiteit weg is. Wel een stuk betere accommodatie. Een motel, ook een Amerikaanse uitvinding, maar ideaal voor de auto-vakantieganger, omdat je de auto op een meter van je voordeur parkeert. Westport heeft zo mogelijk nog mooiere stranden dan Collingwood. Daar zijn we dan ook twee nachten gebleven en in de ochtend een van de ‘walk-ways’ gedaan, over een verlaten spoorlijn van een verlaten mijnbouwgebied. Interessant door het industrieel erfgoed dat daar is te zien: wegroestende werktuigen, die daar plompverloren zijn achtergelaten, maar na een uurtje wandelen door een bos hadden we het wel een beetje gezien en zijn we omgekeerd.

Veel interessanter was de middagwandeling langs Cape Foulwind, met prachtig uitzicht over de kust. Aan het eind daarvan een uur lang genoten van de beukende golven die te pletter staan op de rotsen en ons verbaasd hoe een kolonie zeehonden in dat watergeweld kunnen overleven. En passant nog even de zon in de zee zien zakken. Dinsdag opnieuw een dag met prachtig weer. Daar kwam bij dat we langs een van de mooiste kustwegen (zeiden ze) van de wereld reden. Met het prachtige weer erbij was dat inderdaad een prachtige ervaring. Onderweg gestopt bij de ‘Pancake Rocks’ en de bijgeleverde foto’s maken duidelijk waarom die zo heten. Het bijzondere daarvan is dat de golven niet alleen met donderend geweld op die rotsen beuken, maar ook dat er allerlei grotten en gangen in die rotsen zitten, waardoor dit een bijzonder (en ook tamelijk heftig) natuurspektakel is. Uiteindelijk aangeland in Hokitika, met een bed-and-breakfast een beetje buiten het dorp, maar wel erg ruim en ook een hartelijke ontvangst. Foto’s op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157704858996211

Wellington – Collingwood

25 februari 2017

Vrijdag hebben we de oversteek gemaakt vanuit Wellington naar het Zuidereiland, toch nog zo’n drie uur varen. Het kan in die Straat van Cook flink waaien, maar de oversteek was rustig onder een strakblauwe lucht. Heel aangenaam om dan op het bovendek te vertoeven. We hebben aan de overkant de huurauto opgehaald en zijn uiteindelijk via de noordkust na bijna 300 kilometer in Collingwood terecht gekomen, aan de uiterste noordpunt van het Zuidereiland. De accommodatie daar was verrassend. We dachten een kamer in een motel te hebben geboekt, maar kwamen terecht in een houten hok van de aanpalende camping met allerlei motorhomes om ons heen. Geen plaats voor de bagage, dus die bleef in de auto. Gewoon douchen en naar de WC gaan in de gemeenschappelijke ruimtes, ook als je er onverhoopt ’s nachts uit moet. Inderdaad even een verrassing, maar de locatie vergoedt veel. Collingwood, maar vooral het nabijgelegen Takaka, is een soort hippie-hangout. Ik dacht dat het verschijnsel niet meer bestond, maar het bleek springlevend. Helemaal terug naar 1970 of daaromtrent. De bedoeling is daar dat je je omgordt met een sarong of ander soort doek en je je op blote voeten of desnoods op teenslippers over straat begeeft. In elk geval beslist geen schoenen. Vanzelfsprekend is de haardracht daarmee in overeenstemming.

Zaterdagmiddag zouden we verder gaan naar Farewell Spit, een landtong op de uiterste noordpunt en daar een uitgezette trekking maken. Het begon met een onschuldig zaterdagmiddag-wandelingetje aan de zuidzijde van de landtong, maar eindigde in een toch wel wat angstige ervaring. Na de oversteek door de duinen kwamen we aan de noordkant op het strand in een zandstorm terecht. Door het slechte zicht konden we de goede doorsteek door de duinen niet meer vinden en zijn uiteindelijk op het strand en in de duinen verdwaald. We waren helemaal alleen, maar troffen uiteindelijk twee Zwitsers, die ook op zoek waren naar de uitgang. Na ruim een uur dwalen door de struiken in de duinen kwamen we uiteindelijk op het goede pad terecht en konden we met het eindpunt in zicht de wandeling rustig en vooral opgelucht afmaken. Ondertussen tijd genoeg voor een babbeltje met die Zwitsers. Wij dachten dat we hele pieten waren met onze wereldreis van vier maanden, maar die twee waren twee jaar onderweg en hadden er nu negen maanden opzitten. De foto’s van de oversteek en het duinenavontuur staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157703041483452

Dubai – Wellington

23 februari 2017

De volgende bestemming is meteen Wellington in Nieuw-Zeeland, een van de meest afgelegen grotere landen ter wereld. Australië is al heel ver en daarna is het nóg eens drie uur vliegen. De reis vanaf Dubai begon al met enige stress. Het leermomentje was dat je alles nog eens een keer moet dubbel-checken. We hadden het natuurlijk nog wel gevraagd: kunnen we een taxi krijgen naar de luchthaven? Ja, welke maatschappij? Qantas?, Oh, dat is dan terminal 1. Daar aangekomen bleek het toch terminal 3 te zijn. Niet erg voor een klein vliegveldje (hoewel ze daar niet eens een terminal 3 zouden hebben), maar wel erg op een van de grootste luchthavens ter wereld. Ander leermomentje: neem dus altijd minimaal een halfuurtje extra voor dat soort dingen. Maar gelukkig hadden we dát dan wel weer gedaan, dus dat kwam achteraf prima uit, want die tijd bleken we ook wel nodig te hebben.

Veertien uur non-stop vliegen naar Sydney, daar drie uur wachten en dan nog eens drie uur vliegen naar Wellington, op de zuidpunt van het Noordereiland. Douane in Nieuw-Zeeland: obsessieve controle dat er geen enkele vreemde voedingswaar of ander besmet spul het land binnenkomt. Uitgebreide controle van onze schoenen, want we hadden eerlijk verteld dat we in de laatste 30 dagen in Tanzania waren geweest. We worden in Wellington afgehaald door Chris, die ons ook heeft vergezeld in Tanzania en van wie we daar elf dagen geleden afscheid hebben genomen. We zijn enkele dagen bij hem te gast om uit te rusten van de reis en te wennen aan het tijdsverschil van twaalf uur met Nederland. En natuurlijk ook om een eerste indruk te krijgen van Nieuw-Zeeland en zijn hoofdstad Wellington. Nieuw-Zeeland bestaat nog voor zo’n 20% uit Maori’s, de oorspronkelijke bewoners ook met hun eigen taal, vooral op het Noordereiland. In het nationale museum (‘Te Papa’) zien we elementen van hun cultuur, hoewel die expositie veel weerstand oproept, juist bij die oorspronkelijke bewoners. Want dingen die je in een museum tentoonstelt laten eigenlijk iets van een verleden zien dat niet meer zou bestaan, terwijl die oorspronkelijke bewoners juist erg opkomen voor hun bestaansrecht.

We zijn dus aangeland in Wellington: ‘the coolest little capital of the world‘, zoals ze hier zeggen. Met ‘cool’ bedoelen ze ‘trendy’. Het is geen grote stad, maar wel de hoofdstad van Nieuw-Zeeland, met zo’n 400 duizend inwoners. Auckland, verderop op het Noordereiland is verreweg de grootste stad met zo’n 1,5 miljoen inwoners. Aan de houten huizen en de ligging aan zee te zien, zou het zo Noorwegen kunnen zijn. Schitterend gelegen aan een gevarieerde kust onderaan het Noordereiland. Maar eigenlijk zou de stad ook zo weggelopen kunnen zijn uit Engeland en het ís natuurlijk ook nog een beetje Engeland met koningin Elizabeth als staatshoofd. Aan de gedenkplaten te zien is ze verschillende keren hier geweest om eerste stenen te leggen, gebouwen te openen of anderszins linten door te knippen. Ook het klimaat is ‘cool’. In de zomer wordt het zelden meer dan 25 graden, maar ook vriest het er vrijwel nooit. Nu hebben we geluk en is het prachtig weer, met inderdaad ongeveer 25 graden. Al met al is het een aangename stad en we hadden een aangenaam verblijf daar. Maar donderdag (23 februari) was (voorlopig) alweer de laatste dag in Wellington. Vrijdagochtend gaan we eerst de oversteek maken naar het Zuidereiland en daar de huurauto ophalen. Dan begint de drieweekse tour over dat Zuidereiland. We zijn benieuwd. De foto’s van de eerste indruk van Nieuw-Zeeland staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157678343057548