Collevecchio

15 juli 2020

Collevecchio, zo’n 60 kilometer boven Rome, is een piepklein compact dorpje van zo’n 1500 inwoners. De gemiddelde leeftijd is hoger dan het gemiddelde elders, lijkt me zo. Het dorp is dan ook aan het leeglopen. Vijf jaar geleden is het laatste restaurant gesloten en sinds vorig jaar is er ook geen geldautomaat meer. De aardbeving van 2016 heeft ook niet geholpen en sommige huizen zijn nog steeds gestut. Ik loop er dan ook met een dubbel gevoel rond. Enerzijds is het heel fotogeniek. Toeristen vinden dit geweldig, zolang ze er zelf maar niet hoeven te wonen. Anderzijds zie je hier de neergang van een dorp dat betere tijden heeft gekend en het voelt dan ook niet helemaal goed om hier ostentatief met een camera rond te lopen. Ondanks al datgene dat er niet meer is, zijn er toch ook nog dingen wél. Zoals een buurtsuper, een kapper en een klein winkeltje waar je rookwaar, allerlei snuisterijen en staatsloten kunt kopen.

En natuurlijk is er DE bar, aan het allerleukste pleintje van heel Italië, waar we elke ochtend ontbijten. Dat is inmiddels een ritueel van minstens anderhalf uur, waarin we cappuccini en cornetti met crème en chocola naar binnen werken. Het is het epicentrum van het dorp, iedereen verzamelt zich daar en er worden nieuwtjes en roddels uitgewisseld. In die anderhalf uur hebben we dan het hele dorp zien langskomen en ook begroet. En ook zijn er mensen, die moeite doen om de neergang op zijn minst tegen te houden. Zoals het schoonhouden van binnenplaatsjes, het verzorgen van bloembakken en elkaar de helpende hand toesteken. Of anders komt het tegenhouden van de neergang wel van het handjevol buitenlanders, die de vervallen pandjes opknappen en die hier als welkome gasten worden gezien.

John had zijn handen vol aan het op orde brengen van het huis. Het is – door de heftige lock-down in Italië – dit jaar nog niet verhuurd geweest en zelf is hij er ook nog niet geweest. Er was in die tijd wel toezicht, maar er gaat in zo’n lange tijd toch van alles kapot, vooral kleine dingetjes. En dus was het de hele week een heel georganiseer en een komen en gaan van allerlei ‘mannetjes’, waarmee John de boel weer een beetje op orde kon brengen. Mijn eigen levensritme paste zich wonderwel aan dat van het dorp. Of het nou door de hitte komt of door de vermoeidheid van de lange reis weet ik niet, maar sinds onze aankomst zaterdagavond overvalt mij een soort loomheid, waar ik me helemaal aan overgeef. Ik had mijn hardloopschoenen meegenomen, maar bij het zien van die steile hellingen in de hitte, wordt me de lust tot dat soort activiteiten helemaal ontnomen. Nee, dan is het zwembad beter, waar ik me in de middag met twee meegenomen boeken onder een parasol nestel en, als het te warm wordt, even een duik in het water neem.

En dan is er natuurlijk nog corona, die vooral in Noord-Italië heeft huisgehouden, maar die hier eigenlijk nog niet echt is doorgedrongen. Maar de angst ervoor is overal in Italië alom aanwezig. Het begon al in Turijn, waar in het hotel twee keer onze temperatuur werd gecheckt, met zo’n apparaatje, waarvan ik dacht dat ze dat alleen maar in China hadden. En het mondkapje is ook in Collevecchio de norm. Zelfs in de auto moet je er een dragen, als je tenminste met iemand in de auto zit met wie je geen huishouden voert. In het katholieke Italië worden inmiddels wel weer kerkdiensten gehouden, maar nog wel op een parkeerterreintje naast de kerk in de open lucht, hoewel de belangstelling nog niet echt overhoudt. Een indruk van het dorpse leven staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157715111822246

Amsterdam – Collevecchio

11 juli 2020

Al een aantal jaren staat er een uitnodiging van mijn buurman John om eens een aantal dagen te gast te zijn in zijn huis in Italië. Het kwam er eigenlijk nooit van, hoewel het land sinds mijn eerste bezoek als 18-jarige altijd een speciaal plekje in mijn hart heeft behouden. Maar afgelopen januari is het plan eindelijk concreet gemaakt en is een treinreis geboekt voor in april. Die treinreis ging om inmiddels overbekende redenen niet door, maar afgelopen donderdag is de koe dan echt bij de horens gevat en zijn John en ik vertrokken. We gingen niet meer met de trein, want dat bleek achteraf veel te ingewikkeld. En al helemaal niet met het vliegtuig, want dat vonden we nog steeds niet echt veilig. Maar wel met de auto en dat bracht meteen dat ouderwets romantische reisgevoel met zich mee. Dat gevoel zijn we met al dat gevlieg over de wereld toch wel een beetje kwijtgeraakt. Want is eigenlijk de helft van de pret van het reizen niet het onderweg zijn? Mits het een beetje relaxed gaat natuurlijk, je regelmatig onderweg stopt, en dan maar kijken wat zich onderweg voordoet.

De reis ging naar Collevecchio in midden-Italië, zo’n 60 kilometer boven Rome en we hadden besloten er drie dagen over te doen, met overnachtingen in Nancy en Turijn. Spotgoedkoop, want er waren nog steeds maar een handjevol andere gasten in de hotels. In Nancy een mooi hotel in de binnenstad, dat ooit een soort stadspaleis moet zijn geweest. In Turijn het tegenovergestelde: buiten het centrum, hypermodern en in de kamer boordevol geavanceerde elektronica. Zodanig, dat het me nog heel wat moeite kostte om voor het slapen gaan alle lichten op de kamer uit te krijgen. Ook zorgden we ervoor niet alleen maar over de autobaan te scheuren en vooral op de tweede dag tussen Nancy en Turijn ging het vooral over secundaire wegen door de Jura, lang lunchen onderweg, langs het meer van Genève en over de Grote St. Bernardpas.

Op die dag liep het wat betreft tijd dus flink uit de hand, zodat we mede door een flinke onweersbui vlak voor Turijn met erg veel water op de weg pas rond 10 uur bij het hotel in Turijn aankwamen. Daar was het eten al op, maar het hotelpersoneel wist nog wel een pizzeria in de buurt en was zo aardig om even te bellen dat we eraan kwamen. En ouderwets reizen betekent ook, als er dan toch nog veel autobaan is, af en toe van de weg af gaan en zomaar een stad binnenrijden voor een lekkere cappuccino, zoals in Piacenza in de Po-vlakte. Of een kijkje nemen bij het Trasimeense Meer, waar Hannibal ooit slag leverde met de Romeinen. Zaterdagavond na een mooie, maar ook wel vermoeiende reis, beland in Collevecchio. Hoewel de combinatie autorijden en fotograferen niet echt handig is, is er toch nog wel een serie gekomen op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157715077099066