Amsterdam

20 april 2019

Het jaarlijkse familie-uitje zou deze keer door mij worden georganiseerd. Waar beter dan in Amsterdam, hoewel het vooruitzicht van ruim 1 miljoen toeristen in een stralend Paasweekend het ergste deed vrezen. Het concept van zo’n uitje is altijd eenvoudig: eerst koffie met gebak, daarna iets educatiefs, dan bier en tenslotte ergens eten. Gezelligheid staat voorop. Voor het educatieve deel heb ik Antoon, een vriend van mij, gevraagd, gepokt en gemazeld als kenner van Amsterdam. Hij zou ons door een toeristen-luwe, maar niet minder aantrekkelijke wandelroute gidsen, door de zuidwest-kant van het centrum. Maar met Antoon aan de leiding en mijn broers en zussen aan mijn zijde, begon ik mij ook ineens toerist te voelen, terwijl ik hier toch al 25 jaar woon. Beginnend in de Hallen, via de Helmersbuurt met zijn vroegere Wilhelmina-gasthuis, het Vondelpark en het museumkwartier. De Hallen, voorheen een tramremise en jarenlang verwaarloosd, vormen nu het nieuwe epicentrum van creativiteit, waaronder een bibliotheek en een fraai bioscoopcomplex met arthouse films.

Ook de omgeving is opgeknapt met appartementencomplexen en een fraai hotel. Alleen het food-court gaat gebukt onder zijn eigen succes, eigenlijk meer een vreetschuur met lange rijen voor een prijzig hapje eten en veel lawaai. Verrassend was nog wel een bezoekje aan de Hollandse Manege. Behalve voor de dressuur-cursisten normaal niet toegankelijk voor het publiek, maar Antoon krijgt deuren open, die voor ons gesloten zouden blijven. Gebouwd aan het eind van de 19e eeuw en binnenkort wegens renovatie weer voor een hele tijd gesloten. We hadden dus geluk! Het Vondelpark en het museumkwartier waren overigens niet zo héél toeristen-luw, maar er is veel ruimte en de sfeer is goed. De ene toerist is blijkbaar de andere niet en hier loopt toch een heel ander soort rond dan – bijvoorbeeld – op de Wallen of de Zeedijk. Tenslotte met de Noord-Zuidlijn, die ik naar mijn gevoel nu ook ineens als toerist ging bekijken, naar het Centraal Station. Het bier en het eten werd genuttigd in het EYE-filmtheater, met prachtig zomers uitzicht over het IJ. De gezelligheid was er gratis bij en de gemaakte foto’s staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157691014988483

Düsseldorf

14 april 2019

Düsseldorf: de stad staat niet bepaald bekend als de állermooiste van Duitsland. Misschien komt het door het imago dat de steden in het Ruhrgebied nog hebben: grauw en vervallen. Bovendien in de oorlog zwaar gebombardeerd en vervangen door revolutiebouw uit de 50’er en 60’er jaren. De stad is wel erg populair als winkelparadijs. Maar daar kwamen we niet voor, het afgelopen weekend. En ook niet voor sight-seeing. Het doel was een zwemtournooi, georganiseerd door de lokale zwemvereniging, waar Marcel namens Gay Swim Amsterdam (GSA) aan deelnam. Voor de niet-zwemmers, zoals ik, waren er nog wat andere sporten georganiseerd. In mijn geval tien kilometer hardlopen. Terwijl het zwemtournooi veel deelnemers had en perfect was georganiseerd, was de organisatie van het lopen een beetje knullig en een handjevol mensen mocht twee rondjes van vijf kilometer door een bos draven. Voor mij maakte dat allemaal niet zo uit en ik heb op zaterdagochtend – zo te zien als zo’n beetje de oudste deelnemer – braaf meegedraafd en was eigenlijk helemaal niet ontevreden met mijn eigen resultaat.

Die middag was ik gevraagd als stand-in fotograaf bij het zwemtournooi. Fotografie binnen is altijd een uitdaging. Je weet nooit van tevoren hoe het licht is en ik probeer te voorkomen dat ik moet flitsen. Gelukkig was het licht redelijk en de website van GSA was er blij mee. Dus ik ook blij. Er was op vrijdag en zondag toch ook nog wel wat tijd voor sight-seeing. Of voor wat daarvoor doorgaat. Het kwam neer op slenteren door de stad, je ogen de kost geven en dan maar zien wat zich allemaal voordoet. Gezien het imago van de stad waren er geen al te hoge verwachtingen. En dan blijkt het ineens toch erg mee te vallen. Sterker nog, het imago van Düsseldorf mag wat mij betreft op de schop, want de stad bleek een aangename mix van moderne architectuur, opgeknapte woonblokken en binnenhavens, met street-art beschilderde huizen, veel groen en gelukkig ook nog vervallen gedeelten. Die mix is samengevat in een fotoserie, te vinden op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157677780300237

Den Haag

5 april 2019

Het doel was de foto-expositie van Erwin Olaf in het Haagse foto- en gemeentemuseum. Maar we bleven bij aankomst in Den Haag al hangen in het Centraal Station, dat in de loop der jaren flink is verbouwd en inmiddels is veranderd in een soort glas- en spiegelpaleis. Het is wel een voornáám station geworden en je komt er in stijl de stad binnen. Op het dak, waar nu een busstation is neergezet, worden de laatste resten van de oude meuk uit de vroege 70’er jaren opgeruimd. Nu moet alleen nog dat lelijke flatgebouw aan de voorkant weg en dan is het af. Maar ik heb niet de indruk dat het ooit weggaat, hoewel een verfje daar ook al wonderen zou kunnen doen. Rónd het station wordt ook nog steeds gebouwd. Hier is een soort concentratie van alles gaande. Inmiddels zijn bijna alle ministeries er gegroepeerd, symbool van de definitieve mislukking van het spreidingsbeleid, ook al uit die 70’er jaren.

Verder is er ook nog de bouwput van een nieuw danstheater, waarvan ik even niet weet of dat nou náást of in plaats ván het bestaande Lucent-danstheater wordt gebouwd. Al met al een legitieme reden om een tijdje rond het station te blijven hangen, want er was veel fotogenieks te zien, dus de moeite waard om het eens vast te leggen. Verder door de stad geslenterd en in het museum was de expositie de moeite waard en ook drukbezocht. Erwin Olaf heeft heel verschillende thema’s gefotografeerd: van expliciet erotisch tot en met de portrettengalerij van de koninklijke familie, om maar eens iets uiteenlopends te noemen. Veel foto’s waren technisch perfect, maar het blijkt dat voor veel foto’s een heel legertje van mensen is ingezet om het gewenste resultaat te bereiken. Met kennelijk onuitputtelijke budgetten. Wat me enigszins stoorde was het allegaartje, waarmee alles is gepresenteerd. Geen echte eenheid, maar allerlei verschillende lijsten, formaten en afmetingen.

We hadden nog wat tijd over en aangelokt door het mooie voorjaarsweer is Scheveningen nog eens bezocht. Met Scheveningen wil het nog niet echt lukken. Zelfs het Kurhaus, dat een prachtige centrale hal heeft, maar die nu – behalve enkele monumentale bloemstukken – helemaal leeg stond. De pier is ook toe aan de zoveelste poging tot het inblazen van nieuw leven. Er is naast de bungy-jump toren een reuzenrad gekomen, waar bijna niemand in zat. Maar de kleuren van de pilaren waren prachtig. Er is natuurlijk ook gefotografeerd die dag. Ik heb geen foto’s van de expositie, want het is niet mijn gewoonte om foto’s van foto’s te maken. Maar je kan er natuurlijk zelf ook naar toe, nog tot 12 mei a.s. En Den Haag zelf bezoeken kan daarna natuurlijk ook nog. Mijn eigen foto’s staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157677673467957

Naarden-Vesting

3 april 2019

Naarden: we moesten er toevallig zijn voor een boodschap. Tegelijk maar eens de gelegenheid te baat genomen om eens een kijkje te nemen in Naarden-Vesting. Ik heb een vage herinnering dat ik er ooit eens met de fiets langs (of doorheen) gekomen ben, maar heb me eigenlijk nooit gerealiseerd dat binnen de helemaal gerestaureerde vestingmuren het oude stadje Naarden ligt. Keurig aangeharkt en straatjes waar je – bij wijze van spreken – van de vloer kunt eten. Het maakt deel uit van ‘het Gooi’, dus in de winkeltjes en de horecatentjes van de vesting wordt vanzelfsprekend de hoofdprijs gevraagd. Weliswaar keurig aangeharkt, maar op meerdere plaatsen troffen we fietswrakken aan die er al jarenlang prachtig liggen af te sterven. Blijkbaar is dat nooit opgemerkt door de gemeentereiniging, maar misschien hoort het wel heel bewust bij het ‘concept-Naarden’. Wel ligt de Grote Kerk er prachtig bij. Hier verzamelt iedereen die er in Nederland ook maar een beetje toe doet zich op Goede Vrijdag om naar de Matheus Passion te luisteren, maar ook wel om ‘zien en gezien te worden’. Het was een niet-gepland, maar wel verrassend mooi bezoekje. Gelukkig had ik de camera bij me, dus is er toch nog een foto-serietje gekomen dat staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157707773178155

Drenthe

1 april 2019

Maandag is voor de eerste keer dit jaar het stalen ros beklommen. Met prachtig weer in het vooruitzicht plande ik een fietstochtje naar broer Louis, die ten oosten van Emmen woont. Meppel leek me wel een mooi startpunt. Met de trein er naartoe en de fiets zou me dan verder leiden door het zuidelijk deel van Drenthe, dat ik tot dusver alleen maar vanaf de autobaan kende. Alleen had ik even geen rekening gehouden met de straffe oostenwind. Ik zou recht naar het oosten fietsen, dus dat betekende de hele weg tegenwind. ‘We zien dus wel’, dacht ik maar. Vaak komt bij zo’n gedachte de oplossing vanzelf. Ik had te veel zin om na de winter weer eens een fietstochtje te maken en ging me dus niet verdiepen in beren op de weg. Meppel is voor mij nog zo’n onbekende plaats. Je komt er alleen maar met de trein doorheen, op weg naar het noorden.

Maar wel een hartelijk welkom met hier nog de rood-witte letters: ‘I ameppel’. In Amsterdam zijn de letters ‘I amsterdam’ van hogerhand verwijderd, omdat het in strijd zou zijn met een nog hogere filosofie, die zo hoog is dat niemand hem begrijpt. Maar hier mag nog gewoon wat in Amsterdam dus niet meer mag. Eenmaal buiten Meppel ben je meteen in een andere wereld. Wereldproblemen lijken hier niet te bestaan, het is er ruim en schoon, de mensen groeten je vriendelijk en de bloesems steken prachtig af tegen de blauwe lucht. Na Hoogeveen verandert het land in kaarsrechte wegen langs kaarsrechte vaarten met dus ook nog een wat straffere wind. Bij Coevorden was het wel mooi geweest en had ik genoeg tegen de wind in gebeukt. Ik belde broer Louis en was diep dankbaar dat hij me even verderop in Dalen stond op te wachten met auto en fietsendrager. Ik ben dan ook nog dieper dankbaar ingestapt. Toch nog als herinnering een klein foto-serietje gemaakt, dat staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157679684585578

Tucson (2)

20 maart 2019

De woestijn rond Tucson wordt ook gebruikt als parkeerplaats voor vliegtuigen. Door de extreem droge lucht zijn vliegtuigen daar minder gevoelig voor roestvorming. Het meest bekend is nog wel het museum met een grote collectie vliegtuigen, het ‘Pinal Air & Space Museum’. Je kunt er gewoon tussen die kisten rondlopen. Zo staat er bijvoorbeeld de ‘Air Force One’, waarin Kennedy, Johnson en Nixon ooit rondvlogen. Ook staat er een Boeing 787 Dreamliner, die nog geen tien jaar rondvliegt, maar waarvan het testvliegtuig nu al in het museum staat. Plus nog een aantal extravagante en bizarre types, waar ik geen idee had van het bestaan ervan. Helemaal mooi vond ik het vliegtuigkerkhof buiten het museumterrein aan de overkant van de straat, niet toegankelijk voor het publiek. Maar door de hekken heen krijg je toch wel een indruk hoe vliegtuigen netjes naast elkaar staan te wachten op de sloop.

Minder bekend is het ‘Pinal Air Park’. We ontdekten het bij toeval onderweg. Dat is een langparkeerplaats van vliegtuigen die tijdelijk niet gebruikt worden, bijvoorbeeld omdat ze wachten op een koper. Of wachten op de sloop. Evenmin toegankelijk voor het publiek, maar toen ik bij een hek stond te fotograferen sprak ik iemand aan, die me verwees naar ene ‘Jim’, die verderop in een keet kantoor hield. De ‘Airport Manager’, een alleraardigste man, met wie het meteen klikte toen ik over mijn eigen luchtvaarthistorie vertelde. ‘Kom woensdag maar terug, dan leid ik jullie rond’.

Zo gezegd, zo woensdag gedaan. Heel leuk om weer eens over de luchtvaart te kletsen met een andere luchtvaart-enthousiasteling en die ook geïnteresseerd was in de gang van zaken in Europa. Verder een indrukwekkende rondleiding, mede omdat er nog kisten stonden van inmiddels failliete maatschappijen. Of inmiddels half gesloopte vliegtuigen. En ook hier liepen we gewoon onder die vliegtuigen door, waardoor ik me nog steeds verbaas, zelfs na bijna 30 jaar werken in deze sector, hoe zo’n ding ooit de lucht in kon gaan. Dit was dan het laatste blogje van onze USA-reis. Ik heb ze weer met veel plezier geschreven. Donderdagochtend vliegen we eerst naar Los Angeles en vandaar zet de KLM ons rechtstreeks vrijdagochtend op Schiphol af. De laatste foto’s (met een hoog vliegtuiggehalte deze keer) staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157677303945127

Tucson / Mexico

19 maart 2019

De laatste ronde van onze reis gaat naar het zuiden met Tucson als verblijfplaats. Tucson is vooral bekend om de woestijn met zijn cactussen en als decor voor ‘wild west’ films. Maar we wilden eerst op dinsdag de ‘Karchner Caverns’ bezoeken, een soort druipsteengrotten à la ‘grotten van Han’. Maar aldaar bleken alle tours door de grotten al volgeboekt. Voor niks gekomen dus, maar achteraf waren we daar niet zo héél erg rouwig om. We zijn enkele jaren geleden al eens eerder teleurgesteld geraakt in een grottentour, waarbij we achteraf vaststelden dat de grotten van Han toch wel eenzaam aan de top stonden. Toch maar even vanavond op internet kijken of dat met deze ook het geval zou kunnen zijn. Inderdaad: Han nog steeds aan de top. Bovendien 64 dollar bespaard, wat toch wel een aardig prijsje is voor een tour van anderhalf uur, waarbij je – nota bene – nog niet eens je camera mocht meenemen, zelfs niet als je niet gaat flitsen.

Toen doorgereden naar Nogales, in het uiterste zuiden van Arizona. En mooie rit door de woestijn, waarvan we allebei concludeerden dat het er erg mooi was, maar dat je hier beslist niet wilt wonen. Ook niet in Nogales zelf, aan de grens met Mexico. De ‘muur van Trump’ is er (nog) niet, maar er is wel letterlijk een ‘ijzeren gordijn’, dat er zo te zien al vele jaren staat. Er hangt een grimmige sfeer, vond ik. We hadden vooraf al besloten de grens niet over te steken, omdat we geen zin hadden in het gedonder dat ons op de heenreis was overkomen. Maar na enige navraag bleek het hier toch eenvoudiger. We lopen door wat ijzeren hekken, die bij ons voor vee worden gebruikt, en we staan ineens in Mexico. Meteen een andere wereld, heel kleurrijk. En plotseling kreeg ik ontzettende zin om nog eens een reis door Mexico te maken. We hebben er een uur rondgelopen en toen door diezelfde veehekken terug.

Op de terugreis naar Tucson viel ons nog op dat – terwijl ze in heel Amerika mijlen als afstandseenheid hanteren – de I-19 van Nogales naar Tucson de enige autoweg is waar ze in kilometers rekenen. We hebben eigenlijk niet zo heel veel gezien van de stad Tucson zelf, behalve tijdens een korte wandeling door ‘down-town’ vlak voor zonsondergang. Wel een paar aardige straten met mooie ‘street art’, maar verder is het een grote stad met het typische Amerikaanse rechthoekige stratenpatroon zonder een echt hart. Dat het een tweetalige stad is, met een duidelijk Mexicaans karakter, geeft misschien nog wel enige ‘ziel’ aan de stad. Er komen ook niet veel toeristen. Dat werd ons ook duidelijk, toen herhaaldelijk aan ons werd gevraagd waar we vandaan kwamen en wat we in hemelsnaam in Tucson te zoeken hadden. De foto’s van het laatste rondje door Zuid-Arizona, inclusief mini-bezoekje aan Mexico, staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157690482348943

Santa Fe – Phoenix

17 maart 2019

Het rondje van 12 dagen door Arizona en New Mexico zit erop. Vanaf Santa Fe kon je in principe in één dag naar Phoenix, als je tenminste stevig zou doorrijden. Maar wij deden het relaxt in drie dagen met dus twee overnachtingen. In het algemeen sliepen we in van die keten-hotels (vaak in Best Western). Schoon en efficiënt. Het was duidelijk laagseizoen, dus er was altijd plaats en we konden er goedkoop terecht. Maar die hotels hebben nog een lange weg te gaan als het gaat om plastic afval. Overal, zonder uitzondering, aten we bij het ontbijt met plastic bestek op plastic borden. Het mes breekt meteen als je ijskoude boter op je brood wilt smeren, dus dan pak je maar weer een tweede mes en mikt het eerste mesje gewoon bij de rest van het afval. Boter, mayonaise, ketchup, yoghurtjes: alles in plastic miniverpakkinkjes. Je drinkt ook koffie uit plastic bekers bekleed met karton. Over de koffie zelf had ik al eerder wat gezegd, dus dat laat ik hier maar achterwege. En aan het eind van het ontbijt ligt er dan een hoop plastic afval op je tafeltje, dat je dan in een grote ton gooit. Net zoals al die andere gasten in het hotel en net zoals al die miljoenen andere gasten elke dag in alle andere Amerikaanse hotels. In vliegtuigen trouwens hetzelfde: op kleine tafeltjes mag je alles uit piepkleine plastic verpakkinkjes peuteren. Waar al dat afval blijft..? Joost mag het weten, maar ik ben bang dat Boyan Slat een deel daarvan mag opruimen.

Terug naar de voordelen van het laagseizoen. Behalve dat we makkelijk hotels konden vinden heeft het laagseizoen ook het voordeel dat we nooit ergens in de rij hoefden te staan, en dat is in het hoogseizoen wel anders, zo is ons verzekerd. Het voordeel heeft ook wel weer een nadeel: het weer. Een groot deel van de 12 dagen bevonden we ons op een hoogte tussen 1700 en 2500 meter en dan kan het in maart nog flink koud zijn. Ook in deze regio, die in de zomer de heetste en zonnigste is van heel de VS. Dus in Santa Fe mochten we voor vertrek eerst nog even tien centimeter sneeuw van de auto vegen. Maar de sneeuw verdween snel toen we richting Albuquerque reden dat alweer wat lager ligt, maar onderweg kregen we er toch nog wel af en toe mee te maken. Voor het rijden was het niet hinderlijk. En ook de enige neerslag in die 12 dagen hebben we alleen maar twee dagen in Santa Fe gehad. En zelfs daar zijn we nog goed mee weggekomen door het programma wat aan te passen. Kortom, het zuidwesten van de VS in maart: doen..! De eerste overnachting was in Gallup, in het uiterste westen van New Mexico. Schot in de roos door de prachtige Route-66 relikwieën. Vooral bij avond vond ik ze erg mooi worden, dus heb ik er nog maar eens een apart blogje aan gewijd. Verder was Gallup de moeite waard door de vele muurschilderingen, vaak Navajo-motieven.

Vermeldenswaard zijn ook de lange goederentreinen die door dit gebied rijden. Amerikaanse passagiers krijg je echt niet uit de auto, maar goederen des te meer. Zonder overdrijving rijden er een aantal keren per uur kilometers lange treinen, met containers vaak dubbeldeks, door het landschap. Ook ’s nachts helaas, zoals we hebben kunnen merken. Het bezoek aan de pueblo’s is deze reis alleen een beetje in het water gevallen. De tour rond Taos werd ons afgeraden wegens de vele sneeuw en ook nu hadden we onderweg een pueblo willen bezoeken die in het winterseizoen dicht was voor toeristenbezoek. De enige pueblo die we hebben kunnen zien was Zuni, vlak voor Gallup, maar dat was niet meer dat een verzameling houten bouwsels, met autowrakken en modderpoelen voor de deur. We steken de grens tussen New Mexico en Arizona weer over en daar was het zg. ‘Petrified Forest National Park’. Bomen die miljoenen jaren geleden in een moeras verdwenen, maar mede door geleidelijke toevoeging van silicium en kwarts, dat daar in de natuur aanwezig is, zijn de boomstammen naar boven gekomen, uiteindelijk versteend en hebben door dat silicium en kwarts een mooie glans gekregen.

De ‘Interstate 40’ en de vroegere Route-66 lopen dwars door het park evenals de goederenspoorlijn met af en toe passerende treinen. Het enige wat je nog van Route-66 ziet is een monumentje in de vorm van een oude Studebaker uit 1932, als herinnering aan die iconische route. De tweede overnachting van deze drie dagen was in Holbrook: een koud en winderig oord op de hoogvlakte. We vertrokken daar terwijl het ijs nog op de auto zat, maar een paar uur later reden we Phoenix binnen, waar de thermometer 26 graden aangaf. Geen wonder, want de hele weg ging het bergafwaarts. Heerlijk om de komende dagen weer in zomerwarmte door te brengen. Het is in Phoenix nu bloemenseizoen. Die zie je overal, en dat seizoen begint er eind februari en één maand later is alles verdord. Dus we zijn net op tijd. We blijven hier twee dagen relaxt doen en maandag gaan we nog een rondje rijden van drie dagen door Zuid-Arizona. Wordt dus vervolgd…! De foto’s van de laatste dagen staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157677251392387

Route 66

14 maart 2019

Gallup (in het westen van New Mexico) ligt aan de veelbezongen Route 66 die loopt van Chicago naar Los Angeles. We waren vorige week ook al eens aan die route, in Williams (Arizona). Maar het ‘Route-66 meubilair’ dat hier in Gallup langs de weg staat is wel het allermooiste wat ik ooit ervan heb gezien. De route is aangelegd tussen 1945 en 1965. Grote delen zijn weer in onbruik geraakt of zelfs helemaal verdwenen vanaf de 70’er jaren, toen de ‘Interstates’ zijn aangelegd, de autobanen die er parallel aan lopen. Behalve de liefhebbers gebruiken weinig mensen meer de oude historische route, die dwars door stadjes loopt met de nodige stoplichten. Diezelfde ochtend hadden we bij een benzinestation nog een kaart gekocht van Route 66, met daarop aangegeven welke delen er nog over zijn en waar precies die historische route nog loopt.

Ik kreeg alleen al van die kaart ontzettende zin om die route nog eens te rijden en dan in de auto natuurlijk die muziek uit de 50’er en 60’er jaren af te spelen. Ik kreeg nóg meer zin toen ik in Gallup dat straatmeubilair zag dat er langs de weg staat. Je moet er overigens wel van houden. Velen vinden het afgrijselijk, die hoge torens met reclame voor fastfood, smoezelige motels en benzinepompen. Anderen, waaronder ik, zien er een iconische waarde in en inmiddels wordt het ook officieel als erfgoed beschouwd. Tegen de avond werd het allemaal nog fraaier en we hebben de hele strip nog eens langs gereden om er foto’s te maken. Met het mobieltje deze keer, want dat doet het beter als je neonlicht wilt fotograferen. De fotografische kwaliteit is niet geweldig, maar de sfeer des te beter. Mocht je tot diegenen horen die dit allemaal ook afgrijselijk vinden, sla de fotoserie dan maar over. Maar voor de liefhebbers van het genre: kijk dan vooral op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157704071235092

New Mexico

13 maart 2019

Nergens in de VS wordt meer Spaans gesproken dan in New Mexico. Alles ademt hier Mexicaans en de Spaanse taal is dan ook overal. Geen wonder, want New Mexico hoorde ooit bij Mexico. We hebben hier twee dagen doorgebracht en ondanks de slechte weersverwachting viel het in de eerste ochtend nog mee. We hebben zelfs de stad Santa Fe bij droog weer kunnen bekijken. Na het toch wel wat armoedige platteland is dit weer iets heel anders. Mede door zijn ‘adobe architectuur’ en de ligging is het een prachtige stad en er zijn – ondanks het laagseizoen en het koude weer – dus veel toeristen, winkels in het zg. hogere segment, hippe koffietentjes en veel restaurantjes. Later op de dag een bezoek gebracht aan Los Alamos, waar de atoombom is ontwikkeld. Het ‘Bradbury Museum’ gaf een interessant overzicht van de historie, over de ontwikkeling, de eerste test op 16 juli 1945 en de daadwerkelijke inzet slechts drie weken later in Hiroshima op 6 augustus. Die ontwikkeling was in grote haast gedaan en men was eigenlijk heel verrast dat die eerste test nog lukte ook. En toen is er ook meteen maar doorgepakt door de bom op Hiroshima te laten vallen.

Die eerste test was overigens niet in Los Alamos, maar 500 kilometer zuidelijker midden in de nauwelijks bevolkte woestijn. Wel hebben ze in Los Alamos, omdat het nog donker was, de bom kunnen zién ontploffen. Later bleek dat in de hele VS de fall-out nog merkbaar is geweest, met aanzienlijke medische gevolgen, zo bleek later. Het bezoek aan Los Alamos was achteraf bezien gelukkig gepland, want vanaf het middaguur viel de regen met bakken uit de hemel. En dat in een streek waar de zon overuren maakt. Het weer was zó slecht dat we in de avond de afstand tot het restaurant van amper 500 meter met de auto hebben afgelegd, iets wat je in Amsterdam niet in je hoofd zou halen. Dinsdag was ook de dag van de Brexit-stemming in het Lagerhuis. Via nu.nl lezen we het resultaat van de stemming, maar ik probeer CNN om er wat meer over te horen. Geen woord erover, het gaat een uur lang alléén maar over Trump en of hij al dan niet gelogen zou hebben. Ik vraag me dan vervolgens af welk wereldbeeld de Amerikanen eigenlijk voorgeschoteld krijgen.

De volgende ochtend worden we wakker met een laag sneeuw. We waren eigenlijk van plan om in de bergen een autoroute langs de ‘pueblos’ te rijden, maar dat wordt ons afgeraden wegens de vele sneeuw die daar is gevallen (en nog steeds valt). Dan maar naar Albuquerque, de grootste stad van New Mexico en een uur rijden van Santa Fe. Albuquerque is eigenlijk tweede keus en staat niet bepaald bekend om zijn toeristische aantrekkelijkheid. Maar de stad is wel een stuk lager gelegen, dus vermoedelijk geen sneeuw en hopelijk ook wat warmer. We nemen de ‘Turqoise Trail’, de zg. route 14, langs verlaten mijndorpjes en nu weer in bezit genomen door kunstenaars, die de dorpjes een tikkeltje anarchistisch, maar vooral een gezellig rommelig karakter hebben gegeven. In Albuquerque was het inderdaad minder koud, het werd zelfs zonnig en de stad was dan ook alleszins het uitstapje waard.

We komen er terecht bij een restauratieproject van een enorme stoomlocomotief, die ooit een dienst onderhield tussen Kansas City en Los Angeles. We krijgen uitleg over warm water, olie, stoom en allerlei hendels en pompen, maar – mede door de uitleg in een zwaar zuidelijk Amerikaans accent – gaat het mij al snel boven de pet en ik probeer de discussie de economische richting in te duwen met vragen over brandstofverbruik en dergelijke. Het is de bedoeling dat de trein vanaf begin 2020 weer gaat rijden op een traject binnen New Mexico. Niet zozeer om passagiers te vervoeren, want Amerikanen krijg je nou eenmaal niet zo snel uit de auto, maar voor toeristen. Verder kuieren we wat door de ‘Old Town’, prachtige ‘adobe huizen’, maar – zoals je meer ziet in dat soort wijken – een overdaad aan souvenirwinkels en galeries. En vervolgens hebben we afscheid van Albuquerque genomen door er lekker (Mexicaans natuurlijk) te eten. Eerst terug naar Santa Fe en donderdagochtend rijden we dan door naar het (hopelijk) warmere zuiden. Maar niet nadat we eerst nog eens tien centimeter sneeuw van de auto hebben geveegd, die die nacht opnieuw is gevallen. De fotoserie van New Mexico staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157679354694358