Amsterdam

18 januari 2019

Na wekenlang grijze luchten, werd het vrijdag ineens mooi weer. En dus de gelegenheid om twee boodschappen aan de andere kant van de stad, die al een tijd op mijn actielijstje stonden, nu maar eens te doen. En bovendien te voet te gaan en er met de camera een paar uur voor uit te trekken. De voettocht begon op het Oosterdokseiland (ODE), dat elke dag van aanzien verandert. Momenteel is er op het laatste stukje braakliggend terrein het hoofdkantoor van Booking.com in aanbouw. De drie rode bouwkranen ervan zijn al bijna een jaar zichtbaar vanuit ons huis. Het bedrijf is opgericht in 1996 op een zolderkamer in Twente en is nu een miljardenbedrijf geworden. Met locaties in verschillende panden in de stad vonden ze het nu wel eens tijd worden voor een knots van een hoofdkantoor, dat in 2021 klaar moet zijn. Mooie gelegenheid om de tussenstand maar eens vast te leggen. In 2021 is dan is ook het ODE helemaal af, en bijna 20 jaar hebben ze er dan aan gebouwd.

Aan het andere eind van het ODE staat het Doubletree-by-Hilton hotel. Ik was er nog nooit binnen geweest, maar je kunt er vanaf de ‘SkyLounge’ op de bovenste verdieping met weer eens een heel andere blik over de stad kijken. Nog iets verderop het Centraal Station, waarvan ik de gevel met de beelden en de klok heel fotogeniek vind. Als je dan over het Damrak kijkt zie je hoe het station continu massa’s toeristen uitbraakt, met bovendien het ratelende geluid van de evenzovele rolkoffertjes. Bij mij in de wijk valt het nog mee, maar hier zie je toch wel dat het toerisme een beetje uit de hand aan het lopen is. Het rondje eindigde in het Vondelpark en Oud-West. Oud-West heeft in de laatste jaren ook een metamorfose ondergaan, van vroeger een rommelige volkswijk naar dé uithangplek van hip Amsterdam nu. Aan Oud-West heb ik al eens eerder een fotoserie en blogje gewijd. De camera heeft déze ronde vastgelegd op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157677898205198

Bergen op Zoom

9 januari 2019

Brabant kust Zeeland’. Dat zagen we ergens geschreven in Bergen op Zoom. Want als beide provincies elkaar érgens kunnen kussen, dan is het wel in Bergen op Zoom. Maar desondanks kan het contrast tussen beide provincies bijna niet groter zijn. Het stadje lag ooit aan zee, maar sinds de aanleg van de Oosterscheldedam en de weg tussen Tholen en Zuid-Beveland is het contact met de zee en zelfs met de Oosterschelde verloren gegaan. Geografisch zijn ze dus verder uit elkaar gegroeid dan ze eigenlijk al waren. Zeeland met zijn vlakke polderland tegenover het glooiende Bergen op Zoom. En vraag het aan de Bergenaren of ze zich Zeeuwen of Brabanders voelen, dan is er maar één antwoord: Brabanders. Het feit dat Bergen een reputatie heeft in het carnaval zegt al genoeg. Je hoeft het er eigenlijk ook niet te vragen, want je ziet het aan alles. Nergens waren er ooit per vierkante kilometer meer katholieke kerken dan daar, tegenover het overwegend protestantse Zeeland. En de Bergenaren laten het graag zien. Terwijl we ons rond het middaguur opmaakten voor een bescheiden broodje met een kop koffie, troffen we er een volle zaal met overwegend mede-pensionado’s met volle borden en al gezellig aan de wijn. De foto’s, inclusief enkele van de tussenstop in Rotterdam, staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157677621456528

Oostlijn

4 januari 2019

De fotoclub had als opdracht ‘het Amsterdamse openbaar vervoer’ gegeven. Over de nieuwe Noord-Zuidlijn is inmiddels genoeg geschreven, gezegd en zelfs gefotografeerd. Die wordt ófwel de grond ingeboord, ófwel de hemel ingeprezen, afhankelijk van wie je spreekt. Iets meer genuanceerds er tussenin hoor je nauwelijks, maar dat valt me bij meer maatschappelijke thema’s op de laatste jaren. Ik heb zelf een half jaar geleden trouwens ook al eens een fotoserie en blogje gewijd aan de Noord-Zuidlijn. Over die andere metrolijn, de Oostlijn, hoor je nooit iemand, maar die wordt momenteel grondig gerenoveerd. Reden temeer om die maar eens in beeld te brengen. Het is een oude lijn, aangelegd in 1974, en in al die meer dan veertig jaren was het onderhoud daarvan minimaal, althans op het eerste gezicht en in de ogen van de incidentele reiziger, zoals ik. Wat betreft huisstijl was het een allegaartje en het rijdend materieel viel op het laatst zowat uit elkaar.

Hoe anders is het nu. Splinternieuwe rijtuigen en een heel nieuwe huisstijl. Hoewel je over smaak altijd kunt twisten, is die huisstijl wel consequent doorgevoerd met witte tegeltjes, met teksten en andere opsmuk in rode tegeltjes. Verder zijn de oude TL-buizen vervangen door – wat mij betreft mooie – eigentijdse verlichting. Verder heeft elk station toch zijn eigen identiteit. Zoals bijvoorbeeld het station Nieuwmarkt, met de herinnering aan de Nieuwmarkt-rellen in 1974 en de sloop van een hele wijk ten behoeve van de aanleg van die lijn. Een aandachtspunt vind ik nog wel het straatmeubilair, zodra je bovengronds komt ten zuiden van het Amstelstation. Daar nog veel graffiti op pilaren en veel onkruid en afval op het talud, dat er op deze grijze dag extra troosteloos uitziet. Dat vond ik trouwens ook wel van sommige stations aan het eind in de Bijlmer, richting Gein. Maar wellicht is de renovatie daar nog in volle gang, of moet misschien zelfs nog beginnen. Deze fotoserie beschouw ik dan maar als een tussenstand, die te vinden is op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157675292732557

Amsterdam

31 december 2018

Nou vooruit, nog eentje dan..! Maar dit is dan echt het aller-, allerlaatste blogje van 2018. Ik had fotografisch het jaar eigenlijk al afgesloten, maar toen was vandaag rond het middaguur het licht buiten ineens prachtig, zodat we de jas hebben aangetrokken, de camera gepakt en via de Zeedijk naar het station zijn gelopen, en vandaar de pont naar ‘de toren’ hebben genomen. Voorheen een Shell-kantoor, nu een uitkijktoren, annex duur draairestaurant. Zo te zien was het nu hoogseizoen voor de toeristen. Drommen mensen in de stad, je hoort nauwelijks Nederlands, twee cruiseschepen en lange rijen voor de toren, die we met ons pasje handig wisten te omzeilen. Jammer dat de lucht toch weer dichttrok, toen we boven waren.

Maar bij nader inzien is bewolkt weer toch beter als je richting zuiden wilt fotograferen. En dat moet, als je tenminste de stad wilt fotograferen. Je ziet de stad weer heel anders, en elke keer is het weer verrassend om te zien welke gebouwen in elkaars verlengde blijken te liggen. En aan de andere kant, richting noorden, zie je dat het stadsdeel Noord zo langzamerhand verandert in een grote bouwput. Tien jaar geleden nog een vergeten stadsdeel, dat er eigenlijk niet echt bij hoorde, maar nu echt booming. Doel was inderdaad de toren, maar onderweg zie je dan ineens ook weer van alles dat de moeite waard is. Dus is er – nog net in 2018 – alsnog een fotoserietje gekomen dat staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157701909794482

Ieper

24 december 2018

Vanuit Lille een dagtochtje gemaakt naar het nabijgelegen Ieper. Het stadje was zo’n beetje het epicentrum van de Eerste Wereldoorlog. Ieper heeft een prachtige ‘Lakenhal’, wat mij betreft een van de mooiere gebouwen van België. Het beeld werd helaas ontsierd door een knots van een achtbaan voor de deur. Eigenlijk erg lelijk, maar soms vind ik lelijke dingen juist weer heel mooi, vandaar toch maar die foto ervan. Een ander doel was het ‘Flandres Field Museum‘ in dezelfde hal, maar dat was jammer genoeg dicht. De lokale VVV wees ons evenwel de weg naar een tweetal locaties met overblijfselen van de loopgraven. Juist in deze regio bevond zich het front tussen de Duitsers en de geallieerden, dat er jarenlang heeft gelegen en vrijwel niet van plaats is veranderd. Maar dat wel een slagveld is geworden met honderdduizenden doden, alleen al in de omgeving van Ieper. In die overblijfselen krijg je alleen maar een vaag idee hoe het moet zijn geweest om maandenlang onder de grond of in de modder, zelfs in de winter te bivakkeren, met dagelijks gevaar voor eigen leven. En velen hébben het dus ook niet overleefd.

Op 11 november jl. was het 100 jaar geleden dat de ‘Grote Oorlog’ was afgelopen. Aanleiding voor veel Engelsen om op een grasveldje naast de Menenpoort zg. rode ‘poppies’ neer te zetten ter nagedachtenis aan hun gesneuvelde voorvaderen. Half Engeland loopt trouwens elk jaar in november rond met zulke poppies op hun revers. Onder die Menenpoort wordt nog steeds, zelfs na 100 jaar, elke dag de zg. ‘Last Post’ gehouden, een korte ceremonie ter nagedachtenis aan die oorlog. De uiterste westhoek van België heeft dus een bijzondere band met Engeland, getuige een kaart van Engeland in een café in Poperinge. Daar was te zien hoeveel Engelsen er alleen al in dat café waren geweest en waar ze vandaan kwamen. Al met al was het een kort maar indrukwekkend bezoekje met de foto’s op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157703611814031

Lille

23 december 2018

De laatste dagen voor de kerst hebben we in Lille doorgebracht. De stad was ooit het centrum van de kolenmijnen met een bloeiende zware en vast wel vervuilende industrie. Sinds de 60’er jaren raakte de stad achterop, maar is nu het spoorknooppunt van hogesnelheidstreinen tussen Brussel, Londen en Parijs. Dus hoe centraler in Europa wil je het nog hebben? De stad is dan ook duidelijk met een revival bezig en er wordt overal volop gebouwd, gerestaureerd en gerenoveerd. De stad is eigenlijk een beetje on-Frans en heeft veel meer een Vlaamse uitstraling. Dat verzin ik niet zelf, maar heb het ook gehoord van een aantal ‘Lillenaren’, die dat met enige trots wisten te verkondigen. Maar van de Vlaamse taal begrijpt hier niemand iets. Er is een oude binnenstad en een nieuwe wijk rond het TGV-station ‘Euralille’, waar volop wordt geëxperimenteerd met moderne architectuur. Maar het is er nog lang niet af, want er is nog veel braakliggend terrein. We zien wel dat mooi bouwen één ding is, maar mooi onderhouden toch nog iets anders blijkt te zijn.

We komen natuurlijk in de kerstmarkt terecht en dat Duitse verschijnsel is kennelijk ook naar hier overgewaaid. Zaterdag was het prachtig en ook erg zacht, zelfs bijna voorjaarsachtig weer. Dus de gelegenheid te baat genomen om uitvoerig door de stad te slenteren. Zondag was een regendag, dus dan naar het ‘Palais des Beaux Arts‘, een mooi gebouw, eigenlijk inderdaad een ‘paleis’ met veel grandeur. Volgens de boekjes is het, op het Louvre na, het belangrijkste museum van Frankrijk met een uitgebreide collectie van vooral Vlaamse schilders. De stad heeft veel sfeer, maar tegelijkertijd was die ook wel wat gespannen. Rond de markten was er veel (zwaar) bewapende politie, er waren veel betonblokken en – dat kon er nog wel bij – er was een grote betoging van ‘gele hesjes’, die – voorzover we konden zien – zonder geweld verliep. En tenslotte waren er – toch wel veel, vond ik – dakloze vluchtelingen, die in dikke jassen, op zondag zelfs onder een afdakje in de regen, soms met kleine kinderen op straat bivakkeren. Hartverscheurend vond ik het eigenlijk, maar iedereen, inclusief wijzelf, liep er zo maar aan voorbij, ook al omdat het onbegonnen werk is om hun problemen op te lossen of zelfs maar iets te lenigen. Het lijkt me hoe dan ook dat dit allemaal gaat knagen aan het zelfrespect van deze mensen. Het fotoverslag van deze dagen staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157674872982957

Allgäu

12 december 2018

Terwijl Marcel zondag is teruggereisd naar Amsterdam, ben ik vanaf Frankfurt met de trein doorgereisd naar zus Hedwig die in de Allgäu woont, een streek in het uiterste zuiden van Duitsland. Ik kom er geregeld en heb dan het gevoel dat ik in een andere wereld terecht kom. Behalve bijkletsen en af en toe een boodschap doen in het dorp doe ik daar meestal niet zo veel. Het leven heeft er – althans voor mij – een ander tempo en vaak nestel ik me met een boek op de bank bij de houtkachel. Ik verbeeld me bovendien dat het hoogteverschil (800 meter) ook nog eens bijdraagt tot extra loomheid. Het is een ritme waar ik me – althans voor een paar dagen – heerlijk bij voel.

Woensdag werd de lethargie doorbroken toen we de gelegenheid hadden een uitstapje te maken. Er was sneeuw gevallen, het was knisperend koud en de lucht was strakblauw. Het doel was Oberstdorf, een wintersportplaats en met name bekend van het skispringen. Je kon in principe op de skischans naar boven, maar er werd aan de schans gesleuteld, dus dat ging niet. Maar alleen al de aanblik vanaf beneden was voldoende om me de adem te benemen. Ze waren er bovendien druk bezig met sneeuwkanonnen, want in de eerste week van januari zijn er langlaufkampioenschappen. Het blijkt dat de wintersport als gevolg van klimaatverandering er al jaren onder druk staat. Het is geen sneeuwzekere streek, dus de kanonnen maken overuren en het is zelfs ooit voorgekomen dat de sneeuw met vrachtwagens is ‘geïmporteerd’. Moeilijk voor de regio, want velen zijn er economisch afhankelijk van de wintersport.

Mede ter stimulering van de lokale economie dan maar ‘Kaffee mit Kuchen’, maar ook dat mislukte, zelfs bij meerdere pogingen. Alles is er met ‘Betriebsferien’, want half december blijkt nog extreem laagseizoen te zijn. Ook het restaurant in Sulzberg, waar we ons laatste etentje hadden voorgenomen, bleek dicht, dus we eindigden in de lokale pizzeria. Veel was er dus dicht, maar dat hoort nu eenmaal bij die andere wereld met dat andere ritme, waar ik me toch zo heerlijk bij voelde. Misschien dus maar beter zo. Dus helemaal uitgerust ging het daarna terug met de trein naar Amsterdam, waar in het twentyfour-seven ritme altijd alles open is. De foto’s van dit korte winteruitstapje staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157701451188762

Frankfurt

9 december 2018

Het jaarlijkse uitje naar Frankfurt. Marcel had er weer zijn zwemtoernooi en deze keer was er ook voor mij een loopevenement. Maar behalve de sport was het vooral weer gezellig. Het begint er na al die jaren vertrouwd te worden met het vaste Holiday-Inn hotel vlak bij het Hauptbahnhof. Heerlijk hotel, maar wel aan de rand van een smoezelige buurt rond het station. Je ziet er junks en zwervers slapen in de kou en regen in slaapzakken op kartonnen dozen. Ik vond dat tamelijk confronterend vooral als je zelf nog geen minuut later het comfortabele warme hotel binnenstapt. Natuurlijk slenteren we door de stad tussen de regenbuien door.

Onmogelijk om de grote kerstmarkten te ontlopen, die hier ontzettend populair zijn. Maar wat de lol is om daar staande in de kou een vette hap naar binnen te spoelen met grote kannen bier of glühwein, dat ontgaat me. Het verschijnsel begint trouwens behoorlijk over te waaien naar Nederland. Frankfurt is niet de allermooiste stad van Duitsland, maar wel het financiële centrum ervan. En eigenlijk ook het financiële centrum van Europa, want hier wordt over de stabiliteit van onze euro gewaakt. De Stadtmitte is inmiddels een soort Manhattan geworden, maar hier en daar zie je toch nog mooie contrasten met de vooroorlogse bouw.

Het sporten was op zaterdag. In mijn geval een hardloopwedstrijd van 10 kilometer, ergens ver weg buiten de stad in een bos. Tamelijk spartaans vond ik, vooral als je dan ook nog moet wachten in de kou en regen. Lopen door het bos zonder publiek. Of het moesten de passagiers zijn van de vliegtuigen, die je bijna kon aanraken en spectaculair laag over de bomen met de landing bezig waren. Het was bovendien een zwaar en tamelijk heuvelachtig parcours en ik was dan ook niet tevreden over mijn eindtijd. Hoewel een goede tijd eigenlijk ook niet de verwachting was vlak na een vervelend griepje. Ondanks het slechte en donkere weer is er toch nog een fotoserietje gekomen op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157704659499695

’s Hertogenbosch

22 november 2018

Met de fotoclub ging het deze keer naar Den Bosch. Het was een koude, grijze, maar toch droge dag, die ze hadden uitgekozen. Maar elk soort weersomstandigheid wordt als een uitdaging gezien om toch nog wat van de foto’s te maken. En zeker geen excuus om niet te komen. Ik kom geregeld en ook graag in Den Bosch. Maar nu ik hier in mijn eentje spiedend rondloop met de camera in de aanslag, zie ik toch weer dingen die ik nog nooit eerder heb gezien. Zelfs heb ik in straten rondgelopen waar ik nog nooit eerder ben geweest. Dat vond ik die dag eigenlijk ook de bedoeling, want de Parade en de Sint Jan heb ik – met excuus aan de Bosschenaren – al vaak genoeg gezien, hoewel ze toch weer in dit serietje voorkomen. De compacte binnenstad heeft de vorm van een driehoek, begrensd door een oude stadsmuur, die op veel plaatsen nog intact is en hier en daar zelfs netjes gerestaureerd.

Aan de zuidkant van de stadsmuur is er een beschermd stadsgezicht en kan niet meer worden gebouwd. Daardoor kan het gebeuren dat je vanaf hartje stad binnen 300 meter ineens over een weidse polder uitkijkt. Aan de andere kanten van de stadsmuur is er natuurlijk wel gebouwd, want anders kun je geen 155 duizend mensen huisvesten. De traverse over het station ontsluit een heel nieuw stadsdeel, geen onaardige architectuur overigens met, zoals je verwacht, woningen, kantoren en horeca. Maar ook is er het imposante Paleis van Justitie, zo ontzettend groot, dat ik me begon af te vragen wat ze daarbinnen allemaal zitten te doen. Toen ik daar, me nog steeds verbazend over de omvang van het gebouw, foto’s stond te maken – want dit vond ik echt bijzonder – werd ik door een vriendelijke meneer verzocht niet te fotograferen. Verzoek braaf opgevolgd, want ‘in aanraking komen met Justitie’ wil ik nou ook weer niet. De fotoserie staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157673996400637

Glow Eindhoven

14 november 2018

Glow: het jaarlijkse lichtfestival in Eindhoven. Ooit begonnen als een feestje van Philips. Maar nu het uithangbord van lichtkunstenaars uit de hele wereld in samenwerking met de ‘high-tech-scene’, die hier in Strijp-S, zeg maar het Nederlandse Sillicon Valley, volop in ontwikkeling is. Strijp-S vind ik trouwens niet een echt aansprekende naam, dus als het gebied ooit nog echt op de kaart moet, zou ik toch maar eens een andere naam gaan verzinnen. Maar achter de schermen schijnen zich hier heel wat technische mirakels te voltrekken. Hoe dan ook, Strijp-S heeft mede vormgegeven aan Glow, een tentoonstelling van ruim dertig ‘objecten’. Eerlijk gezegd vond ik – als technische leek – de meeste niet écht opzienbarend en sommige dingen waren duidelijk voor de fijnproevers.

Desondanks komen er in de hele week honderdduizenden bezoekers op af, dus dat hebben ze bij de afdeling marketing van de gemeente dan wél weer goed gedaan. Het was dus langzaam schuifelen langs de objecten. Maar toch sprongen er drie dingen uit die de twee en een half uur schuifelen toch de moeite waard maakten. De Catharinakerk met een fraaie Spaanse projectie van dansers, de Markt met gevels in felle kleuren en de animatie op de Lichttoren, die toch nog een mooi Philips-tintje gaf aan het festival. Maar na twee en een half uur was het wel genoeg: dóór en dóór afgekoeld en daarna lekker warm in de trein om een eerste blik te werpen op de (veel te vele) foto’s die waren gemaakt. Bij avond fotograferen is trouwens altijd een uitdaging. Flitsen kon daar niet en doe ik trouwens sowieso bijna nooit. Dus het is dan toch maar wat prutsen met de instellingen van de camera en vooral de nabewerking thuis. Voor een bescheiden selectie uit de foto’s zie:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157697802591090