Het Alhambra in Granada is eigenlijk wel een van de mooiste en belangrijkste bezienswaardigheden in de regio. Toch hadden we – voor wat betreft ‘regio’ – ons een beetje verkeken op de afstand vanaf Jerez, zo’n 270 kilometer. En waar we ons al helemáál op hadden verkeken, was dat ongeveer 160 kilometer daarvan over bochtige tweebaanswegen moest worden afgelegd. Een hele onderneming dus voor een dagtocht. Twintig jaar geleden was ik er ook al eens en eigenlijk viel het Alhambra me toen een beetje tegen. Maar dat was op een donkere decemberdag in de stromende regen, waardoor alles wellicht wat minder uit de verf kwam. Maar ondanks die hele onderneming hebben we het plan toch maar doorgezet. We hadden vooraf een tijdsslot gereserveerd voor 15:00 uur en ons werd in waarschuwende e-mails op het hart gedrukt niet te vroeg en ook niet te laat te komen. Met een marge van een halfuurtje. Hoe dat kon uitpakken zagen we bij een groepje Nederlanders, dat twee uur te laat kwam en waarvoor de toegang resoluut werd geweigerd.
Maar wij waren keurig op tijd en het moet gezegd: het was de onderneming méér dan waard. Op een zonnige dag als deze bekijk je alles toch met weer heel andere ogen dan twintig jaar geleden en komt alles bovendien veel beter uit de verf dan destijds op die donkere decemberdag. Oorspronkelijk was het Alhambra een middeleeuws Moors fort en paleis. Alles in islamitische stijl en motieven, maar later in de 16e eeuw is het voor een deel omgebouwd in renaissancestijl. De gevels, gewelven en plafonds zijn met groot detail uitgevoerd en mede door diverse restauraties geeft het een mooi beeld hoe het er 500 jaar geleden moet hebben uitgezien, en natuurlijk ook hoe het er nu uitziet. De gemaakte fotoserie staat op:
Cadiz is de belangrijkste en volgens de boekjes eigenlijk ook wel de mooiste kustplaats in de regio waar we verblijven. Toen we een half jaartje geleden een accommodatie boekten was de keus dan ook meteen op Cadiz gevallen. Maar op het allerlaatste moment is bij nader inzien alsnog van Cadiz afgezien en is voor Jerez de la Frontera gekozen, zo’n twintig kilometer het binnenland in. Welk inzien dat toen is geweest, zijn we eigenlijk alweer vergeten. Maar Cadiz is een half uurtje rijden van Jerez en dus de geringe moeite waard om er op een zondagmiddag toch maar een bezoekje aan te brengen. En het moet gezegd: het is inderdaad een erg fraaie en ook mooi gelegen stad. Heel compact op een schiereiland en verbonden met het vasteland via een imposante brug, die je overal in de wijde omgeving kunt zien liggen. Cadiz blijkt ook een belangrijke aanlegplaats voor de grotere cruiseschepen te zijn. Want ook de cruise-industrie heeft Cadiz natuurlijk ontdekt. En dat laatste hadden we ons een half jaar geleden eigenlijk niet gerealiseerd.
En zo kon het zijn dat er op die zondagmiddag in dat netjes aangeharkte compacte stadje nog eens 6000 cruise-passagiers uit twee schepen langs de winkeltjes in de keurig betegelde straatjes sjokten. Diezelfde ochtend aangekomen uit Lissabon en in de loop van de avond weer door naar Barcelona, zo hoorden we van enkele van de vele Nederlanders die er rondliepen. Maar natuurlijk kijken we door dit alles heen en wandelen we ook over de dijk naar het fort, beklimmen de toren van de kathedraal voor het prachtige uitzicht over de stad, sjokken eveneens door de smalle straatjes en vergapen ons aan de botanische bijzonderheden in een van de parken. En inderdaad, het is een erg fraaie, schone en goed onderhouden stad. Maar bij het afscheid, terugrijdend over de imposante brug, weten we dan weer helemaal waarom we toch maar voor Jerez als standplaats hebben gekozen. En wat we in Cadiz hebben gezien staat op:
Sevilla: een van de parels in Zuidwest-Spanje: zo’n honderd kilometer van onze standplaats Jerez. Ideaal dus voor een dagtochtje en het ritje erheen beschouw ik altijd als een onderdeel van het genoegen. We kozen dus voor de secundaire weg: gaat wat langzamer, maar er is meer te zien. En dat was ook zo. Meestal worden Italië en Spanje in één adem genoemd, maar hier zie je toch wel dat het heel verschillende landen en landschappen zijn. Zo is er hier de overvloed aan palmbomen, die je in Italië nauwelijks ziet. Verder een vrij kaal, zelfs hier en daar woestijnachtig landschap. Het zal ongetwijfeld te maken hebben met een klimatologisch verschil. De streek rond Jerez en Sevilla is in de zomer bloedheet en wordt dan ook wel de ‘braadpan van Europa’ genoemd. Vandaag alleen niet, want het was half bewolkt en met maximaal zo’n 25 graden eigenlijk ideaal voor het uitstapje naar Sevilla.
Anders dan de wat kale omgeving is er in Sevilla juist veel groen. Her en der prachtig aangelegde en goed onderhouden parken met weer veel palmbomen. Ook op straat overal plantenbakken met goed onderhouden groen en kleine boompjes. Verder is er de gevarieerde architectuur van de stad met veelkleurige gevels met overal ingelegde mozaïeken met veelal religieuze motieven. De Giralda, onderdeel van de grote gotische kathedraal, is eigenlijk wel het icoon van de stad. Aanvankelijk (12e eeuw) een minaret, maar later (in de 16e eeuw) herbouwd in renaissance stijl. Alles omgeven door een fraai plein, waar men zich per koets voortbeweegt. Dan het Metropol Parasol, met het grootste houten bouwwerk ter wereld als overkapping, op de begane grond een marktplein en ondergronds een archeologisch museum. Maar vooral overal terrassen op intieme pleintjes met een uitbundig straatleven, dat hier door het gunstige klimaat het hele jaar kan worden gevierd. Hoe dat alles eruit zag, staat op:
Het inmiddels traditionele nazomer-reisje met René ging deze keer naar Spanje. Naar het zuidwesten met als standplaats Jerez de la Frontera en uitvalsbasis tussen fraaie steden en de stranden van de Costa de la Luz. Jerez is de stad van de sherry. Dat was in mijn studententijd een hip drankje, maar het wordt volgens mij tegenwoordig nog maar weinig gedronken. Daar ongetwijfeld nog wel en we nemen ons dan ook voor om na al die jaren er toch maar weer eens een glaasje van te nemen. We hebben er een appartement en wat me al vaker is overkomen, gebeurde nu weer: de accommodatie ligt midden in een winkel- en voetgangersgebied en we komen er ongewild toch met de auto in terecht. Meteen opgemerkt door de politie, maar met onze hulpeloze houding kunnen we een bekeuring vermijden en worden we heel vriendelijk het gebied uitgeleid naar de dichtstbijzijnde parkeergarage.
Het is een rustige stad met nauwelijks toeristen. In tegenstelling tot de volgebouwde kust van de Costa de Sol, waar we vanaf de luchthaven Malaga langs rijden. Weinig toeristen dus, maar wel de gezellige sfeer die je je van Spanje voorstelt. Het leven speelt zich vooral op straat af en ontbijten en avondeten doe je hier op een van de vele terrassen. De eerste dagen kuieren we wat rond in de stad en omgeving en langs de kust. Die kust schijnt een reputatie te hebben als aanlandingsplaats voor bootvluchtelingen. Je kunt hier Afrika zien liggen en op een late middag lag er ineens een boot die er die ochtend nog niet lag. Het was eigenlijk nog niet eens zo’n heel gammele boot. Aan boord nog wat achtergebleven spullen, maar de passagiers waren verdwenen. Volgens omstanders zijn sommigen opgepakt, maar anderen zijn verdwenen door de duinen. Regelmatig horen we ervan in het nieuws, en het enige wat je dan doet is er kennis van te nemen. Maar de aanblik van de boot, de achtergebleven spullen en het idee dat hiermee honderden kilometers op open zee zijn afgelegd vond ik toch wel heftig en confronterend. Een fotografische indruk van Jerez en omgeving in de eerste dagen staat op:
De fotoclub stuurde me weer eens naar IJburg. De opdracht van de club is om in anderhalf uur een fotoserietje te produceren, ter bespreking op een later moment. IJburg is inmiddels een volwassen wijk geworden en dat was reden temeer om die wijk maar weer eens fotografisch onder handen te nemen. Er zijn, zeker als bewoner van de binnenstad, genoeg redenen te vinden om er niet te willen wonen. Hoewel afstand natuurlijk relatief is, is het toch wel ver van het centrum en de woonomgeving daar maakt – mede door het nog jonge groen – nog steeds een steriele en weinig doorleefde indruk.
Desondanks wonen er al heel wat mensen en er zijn blijkbaar ook wel redenen om er wél te willen wonen. Als je een boot hebt is dit toch wel de plek waar je moet zijn. Er zijn aanlegsteigers en je kan overal naar toe varen: naar de stad, maar ook naar het IJmeer en zelfs richting het Markermeer. Zelfs zijn er steigereilanden met drijvende woningen. En ook al is de woonomgeving nog wat steriel, er valt heel wat moois te zien vanáf IJburg, zoals het nieuwe stadsstrand en het zicht op de overkant van het IJmeer, zoals Durgerdam en in de verte de stompe toren van Ransdorp. Het fotoserietje van wat er in en vanaf IJburg te zien was is er gekomen en staat op:
Niemand weet onderhand meer wat de oorsprong is van de jaarlijkse ‘Hartjesdag’ op de Zeedijk. De bedoeling was ooit dat mannen vrouwenkleding zouden dragen en vrouwen mannenkleding. Niet iedereen doet dat trouwens, maar dat maakt dit volksfeest er niet minder gezellig op. Het is een feest voor de Nieuwmarktbuurt en het viel me vooral op dat daar eigenlijk iedereen elkaar wel kende: het tegendeel van wat je in een zogenaamd ‘anonieme’ stad zou verwachten. Ook biedt het feest voor iedereen ruimte om voor een jury iets muzikaals te produceren, natuurlijk in combinatie met passende kledij. Alleen jammer dat een omvangrijk evenbeeld van André Hazes vanaf de bovenverdieping van Café het Mandje met oorverdovende geluidboxen alles meende te moeten overstemmen. Puntje voor de organisatie, wil het feest tenminste niet ontaarden in weer zo’n festival van geschreeuw, gezuip en gelal.
Maar gelukkig werden de individuele initiatieven toch op hun waarde geschat. Evenals vorig jaar bracht René weer een aantal zelf geschreven songs op bekende melodieën ten gehore met zijn ‘zingende zaag’. Deze keer als huisvrouw die met haar boodschappenmandje onderweg was naar huis. En evenals vorig jaar ging hij er nu weer met de eerste prijs vandoor. Hoe de Hartjesdag en de prijswinnaar er dit jaar uitzag staat op:
Het Scheepvaartmuseum staat er al sinds mensenheugenis. Op loopafstand van huis en met de Museumkaart wandel je er zo naar binnen. Maar afgelopen weekend was er een bijzondere expositie: een aantal tall ships, die gedurende een paar dagen afmeerden naast de VOC-replica die er permanent ligt. De meest bijzondere was nog wel “El Galeon”, een replica van een 16e eeuws Spaans galjoen, dat in die tijd heen en weer voer tussen Spanje en zijn koloniën. Het schip maakt nu een maandenlange cruise tussen Europese havens en je kunt voor een niet onaanzienlijk bedragje een paar dagen (of als je wilt zelfs langer) meevaren. Wij lieten het bij een bezichtiging, wat toch al een aardige indruk gaf van het leven destijds aan boord. Daarnaast lag nog de “Clipper Stad Amsterdam”, rond 2000 gebouwd en dus voorzien van een moderne inrichting en dito gemakken. Die is gebouwd op mede-initiatief van de Gemeente Amsterdam, maakt regelmatig lange oceaan-cruises, voer ook mee bij de intocht van SAIL Amsterdam en de thuishaven van het schip is Amsterdam. Al met al werd het een leuk maritiem middagje en een indruk ervan staat op:
Het is een tijdje nauwelijks opgevallen: het werk aan het project “Zuidas-dok” bij het treinstation Amsterdam-Zuid. Ze zijn eigenlijk al twee jaar bezig, maar omdat in Amsterdam overal straten zijn opgebroken viel dit nog niet zo op. En aan de tekentafels waren ze nog veel langer bezig, want er was eindeloos gemekker over de kosten, de verantwoordelijkheden, de risico’s en wie dat allemaal op zich zou moeten nemen. Maar nu kan het niemand meer ontgaan want het gaat hier om het grootste infrastructurele project van Nederland. Het is pas in 2036 klaar, dus er is nog wel wat te doen. Het treinstation, ooit een miezerig bij-stationnetje, wordt aanzienlijk uitgebreid en wordt eigenlijk een nieuw soort Centraal Station. Maar dan vooral voor de zakelijke reiziger die in de glanzende kantoortorens moet zijn die er in de afgelopen twintig jaar zijn gekomen en er in de komende twintig jaar nog meer bij gaan komen.
Het is dan ook de bedoeling dat de treinverbindingen met het buitenland gaan verhuizen van het huidige Centraal Station naar dit nieuwe station. Het station gaat ondergronds evenals de ernaast liggende Ringweg A-10, die en passant ook nog wordt verbreed naar twee keer zes stroken. Onder het toekomstige station komen een aantal passages, waarvan ze juist deze week een van de dakdelen aanbrengen. Een en ander was aanleiding om een open dag te houden, met rondleiding en toelichting. Veel aannemersjargon, waarvan me de details bij thuiskomst al waren ontgaan, maar op het internet is een fraaie time-lapse te zien, hoe ze het drieduizend ton zware dakdeel op zijn plaats schuiven. Mijn camera keek ook mee en de fotoserie is te zien op:
Nog maar een vervolgserie over de Canal Parade gemaakt, want ik had daarvan zóveel foto’s gemaakt, dat ik ze maar enigszins gedoseerd ben gaan toedienen. Nu vooral ook foto’s van mensen. Dat is altijd een lastig puntje in de fotografie, het fotograferen van mensen. Want niet iedereen stelt het op prijs om gefotografeerd te worden en even later onwetend op het internet vereeuwigd te worden. Maar bij de Canal Parade vond ik het verantwoord om ongegeneerd los te gaan op dit thema. Mede in de wetenschap dat alle eventueel te fotograferen doelwitten zich terdege bewust zijn van het feit dat er vele andere camera’s, zelfs TV-camera’s, op hen staan gericht. De Canal Parade in Amsterdam werd deze zaterdag voor de 25e keer gehouden.
Ik heb er al vele gezien en eigenlijk is het elk jaar zo’n beetje hetzelfde, weliswaar met verschillende accenten en thema’s. Ook deze keer weer veel boten met bakken vol dansende mensen van allerlei organisaties, die willen aantonen hoe divers en inclusief ze eigenlijk wel zijn. Maar desondanks had ik me met René toch maar weer langs de kant geïnstalleerd met stoeltjes en een koelbox vol proviand. Al was het maar om Marcel op zijn “Gay Swim Amsterdam”-boot te fotograferen. En natuurlijk ook om de rest van de boten voorbij te zien komen. Want ondanks het zich elk jaar repeterende format was het deze keer toch wel weer de moeite waard, en eigenlijk ook noodzakelijk om er nog maar eens de aandacht op te vestigen dat het met de vrijheid van LHBTI’ers niet overal even goed is gesteld, zelfs niet in het liberale Amsterdam.
En ook kunnen we concluderen dat deze Canal Parade toch wel uniek is in vergelijking met andere Gay Parades die ik ooit heb gezien, met name in Sydney en Londen, toch niet de minste steden als het gaat om hun LHBTI-leefbaarheid. Maar nadat driekwart van de boten voorbij was gekomen was het wel genoeg, want door de flinke plensbuien kwamen we handen tekort om de paraplu, de camera met zoomlens te bedienen en tegelijkertijd ook nog droog te houden. Bovendien hadden de meeste deelnemers zich verscholen onder paraplu’s of plastic jassen. En dat ziet er meteen weer een stuk minder feestelijk uit. Maar deze vervolgserie geeft toch wel een indruk en is te zien op:
De eerste week van augustus is hier altijd de week van de Gay Pride. Maar dat mag alleen nu niet meer zo heten. Want ‘Gay’ is slechts één van de smaken in het veel bredere LHBTI-spectrum en de nog veel meer grijze gebieden daartussenin. Voor al die smaken is nu ook een nieuwe term bedacht: ‘Queer’. Deze keer is er dan vooral aandacht voor al die andere smaken in dat brede spectrum. En de daaraan verbonden festiviteiten zijn nu zelfs verdeeld over twee weken. Het begint meestal met de Roze Loop, een 5- of 10 kilometer loop-evenement. Waar ik helaas deze keer niet aan mee kon doen door bezigheden elders. De eerste week ging wat mij betreft ook een beetje geruisloos voorbij, maar in de tweede week heb ik me er maar weer eens ingestort. Te beginnen met de ‘Senior Pride’ op de tweede donderdag op de Nieuwmarkt, vooral bedoeld voor 60-plussers.
Op een groot podium artiesten, en op het plein stoeltjes en veel paraplu’s die open gingen bij de regenbuien die er helaas ook waren. Verder vooral liedjes uit de sixties en seventies, veel jeugdherinneringen dus. En ook de ‘Tulpen uit Amsterdam’, plus nog allerlei andere gezangen uit de Jordaan, ontbraken niet. Ik had nooit gedacht dat ik ooit nog eens fan zou worden van Ronnie Tober, maar wat hij op zijn 78-jarige leeftijd nog met zijn heldere krachtige stem en performance wist te produceren was indrukwekkend. Het ging er allemaal in als koek, en aan het eind van de dag gingen de stoeltjes opzij en de beentjes van de vloer. Het deed me een beetje denken aan – het veel grotere – evenement dat André Rieu elk jaar in de zomer organiseert op het Vrijthof in Maastricht. Maar wat mij betreft mag de Senior Pride in de komende jaren uitgroeien naar ook zoiets, misschien niet zo groot, maar wel minstens zo gezellig.
Op de tweede vrijdag hebben we ons maar even in de straatfeesten gestort. Ook heel gezellig, maar als je een wat claustrofobische aanleg hebt: niet doen. Vooral op de Reguliersdwarsstraat en de Zeedijk was het schuifelen en af en toe muurvast staan in de menigte. Op de laatste zaterdag was er natuurlijk de Canal Parade (die vroeger Gay Parade heette). Bijgaand een serie foto’s (en videootjes) daarvan. Helaas erg weinig (en dan ook nog van een afstand met mijn mobieltje) van de Senior Pride en al helemaal weinig van de straatfeesten. Wel dus van de Canal Parade, maar daarvan heb ik weer zoveel foto’s gemaakt dat er nog maar een vervolgblogje van gaat komen. Deel één van de Amsterdam Pride staat op: