Tijdens het ontbijt in Koblenz nog maar weer eens naar de Wetterdienst gekeken: 37 graden vandaag. We maken dan ook haast om nog zoveel mogelijk kilometers vóór twaalf uur te rijden. Dat betekent al om half acht op de fiets. Eerst langs het Deutsches Eck, waar de Moezel in de Rijn uitmondt. Behalve dat het een fraai natuurkundig verschijnsel is, wordt het punt gedomineerd door het wel erg protserige beeld van Kaiser Wilhelm. Maar verder een prachtige tocht stroomopwaarts langs de Rijn en het is alsof je nog de relatieve koelte van het water kunt voelen. Verder langs de Lorelei, waar volgens een legende veel schepen zouden zijn vergaan bij de verleidelijke aanblik van die dame. En langs Bingen, ook al zo’n ‘bekende’ plaats langs de Rijn. Volgens mij heb ik vage herinneringen aan die plaats omdat vroeger op de radio dagelijks de waterstanden bij Bingen (en andere plaatsen) werden doorgegeven.
In Ingelheim, iets verderop, bezoeken we Luciano, mijn eerste ex, die bij me al 38 jaar buiten beeld was, maar recent is opgedoken via Facebook. Het gaat hem zo te zien goed, is via allerlei omwegen als kok in een restaurant in Duitsland terecht gekomen en bakt heerlijke eieren voor ons. Dan, om redenen die we zelf ook niet begrijpen, verleggen we het geplande eindpunt van Mainz naar het iets verdere Nierstein. Maar dat betekende wel 25 kilometer extra, met nog wat omrijden via een venijnige helling in de verzengende hitte. Uitgedroogd en oververhit belanden we in het dorp en konden met moeite nog een plaatsje vinden ergens binnen vlak naast een hete pizza-oven. Vrijdag zouden we wéér door het Rijndal rijden, dat bekend staat als het heetste deel van Duitsland De Wetterdienst stelde 39 graden in het vooruitzicht, maar beloofde er ook bij dat het daarna wat zou afkoelen. Dus al om acht uur op de fiets door prachtige wijnvelden naar Worms. Een beroemde kathedraal daar, die ik ondanks mijn fiets outfit toch maar even ga bekijken. Eigenlijk hebben we op zo’n tocht niet veel oog voor bezienswaardigheden, maar dit was wel een uitzondering waard. Want zó vaak kom ik hier nou ook weer niet.
Op het heetst van de dag komen we in Mannheim terecht. Wat een verschrikkelijke jungle is dat…! Autowegen, viaducten en fabrieksterreinen zonder een sprietje groen. Als fietser moet je de weg maar zien te vinden en op het kokende asfalt zijn we dan ook herhaaldelijk verkeerd gereden. Je begint je dan ook af te vragen waarom je dit eigenlijk doet. Maar de weg naar Heidelberg langs de Neckar is weer mooi evenals Heidelberg zelf. Hier zitten we in een lekker hotel. En bij een lekkere koele pils begint weer bij me door te dringen waarom ik dit ook alweer doe. Voor de route op zaterdag naar Heilbronn zijn er twee alternatieven. Doen we dat langs de Neckar met al die bochten en dus meer kilometers? Of binnendoor met minder kilometers, maar meer klimmen? Ook de Wetterdienst er nog maar eens bijgehaald: 33 graden, dus dat klonk als haalbaar. We kiezen voor de klimroute. Het waren venijnige, korte maar toch wel steile klimmetjes. Omdat elk dorp hier in een kuil ligt, waren het er ook wel veel. Wel is het landschap veel aangenamer.
Geen snikheet dichtbevolkt Rijndal, maar nu glooiend akkerland en koele bossen met slaperige dorpjes. Ook mooie fietswegen, behalve als je in wat drukkere plaatsen bent, zoals in ons eindpunt Heilbronn. Meestal deel je de weg met auto’s die overigens goed rekening met je houden. Soms zie je iets wat op een fietspad lijkt, soms links, soms rechts. Vaak moet je stoep op stoep af en wisselen van links naar rechts (of andersom) en dus elke keer de weg oversteken. Soms houdt het fietspad ook gewoon op of wordt het als parkeerstrook door auto’s of vuilcontainers gebruikt. En op ingewikkelde kruispunten zijn moet je dan zelf maar zien hoe je aan de andere kant komt. Heilbronn is, als je vanuit het noorden binnenkomt een lelijke industriestad, maar de binnenstad, waar we nu zijn is best aardig. We zijn er al vroeg, dus er is even tijd om iets van deze stad aan de Neckar te zien.
Er was al jarenlang een idee om eens een lange fietstocht te maken. Door mijn werk kwam het er niet van, maar sinds ik nu al meer dan een jaar ambteloos burger ben, is het idee weer gaan kriebelen en heb ik het plan maar eens concreet gemaakt. Rome, dat leek me wel een aardig doel. Een maandje, ook dat zou te doen moeten zijn. Een belangrijke randvoorwaarde zou zijn, dat ik het niet alleen wilde doen. Behalve dat het ongezellig is, kan er onderweg van alles gebeuren en dan is het toch wel handig als je met z’n tweeën bent. Mijn broer Louis zou het stuk in Duitsland wel mee willen fietsen. En zo had ik het hele stuk naar Rome bij elkaar georganiseerd. Met wie, waar en wanneer, daarover later. Ik zou het dus niet alleen willen doen, behalve dan het Nederlandse stuk van Amsterdam naar Roermond. Dat beschouwde ik als de ‘proloog’, om er een beetje in te komen, waarvoor ik twee dagen in juli had uitgetrokken.
In twee dagen dus van Amsterdam naar Roermond. Overnachten bij Kees in Den Bosch en daarna via een lunchpauze in Eindhoven naar Roermond. Vanaf Eindhoven tot Roermond zou Raymond, de vader van Marcel, meefietsen. Het begon allemaal al met intense hitte: 36 graden in Den Bosch en bij aankomst in Eindhoven de volgende dag al 38 graden. Hoewel ik aanvankelijk nog vond dat dit nou eenmaal bij ‘het erin komen’ hoort, raakte ik toch overtuigd dat verder fietsen naar Roermond op die dag niet verantwoord zou zijn. Dus is in die middag met fiets en al in de trein teruggegaan naar Amsterdam. Toch met een dubbel gevoel, want zulke ontberingen zou ik wellicht onderweg, vooral in Italië wel vaker kunnen tegenkomen en dan kan je ook niet ineens naar huis. Hoe dan ook, dat laatste stuk naar Roermond hebben we dan maar een paar dagen later bij meer draaglijke temperaturen gedaan.
Maar op maandag 3 augustus was het dan eindelijk zo ver: het échte vertrek. Louis zou met de trein uit Drenthe komen, ik met de trein uit Amsterdam en vanaf Roermond zouden we dan rond met middaguur vertrekken. We werden uitgezwaaid door Raymond en Antoinette en zouden een korte middagetappe naar Jülich doen. Ook om ‘er in te komen’. De volgende dag meteen regen, eerst wat licht gedruppel bij vertrek, maar gaandeweg meer. Dat hoort er bij zo’n tocht natuurlijk ook bij, evenals eerst maar eens Kaffee mit Kuchen om de regen af te wachten. Maar je kan natuurlijk niet de hele dag achter de koffie blijven zitten, dus toch maar door de regen verder. Af en toe droog maar aan het eind nog een flinke plensbui en met natte kleren belanden we in een comfortabel hotel in Rheinbach, zo’n 20 kilometer ten zuidwesten van Bonn.
Al met al erg tevreden, want we zijn nu écht op weg. Op de televisie kijken we even naar de Wetterdienst, waar voor de komende dagen in het Rijndal zo’n 40 graden wordt beloofd. En nu kunnen we niét meer eventjes naar huis..! Maar we zullen wel zien, de volgende dag is er nog niets van dat alles. Integendeel, heerlijk weer en via een soort hoogvlakte dalen we lekker naar de Rijn af. Daar kan je over een fietspad verder langs de rivier fietsen. Vrachtschepen schuiven langs, maar ook toeristenboten met ‘reisjes langs de Rijn’. Hier zien we ook de eerste hellingen met (witte) wijndruiven, ook al zo’n teken dat we nu écht op weg zijn. Nog een verrassing: onderweg (min of meer gecoördineerd) mijn broer Frans met zijn vrouw Ellen tegengekomen, die ook op fietsvakantie zijn. Met hen fietsen we het laatste stuk langs de Rijn naar Koblenz en hebben op een lekker terras in het centrum een gezellig familiediner. De kop is er nu echt af en een kleine foto-impressie staat op: