Sydney (1)

12 april 2017

Sydney: hier gaan we ruim een week doorbrengen. De eerste paar dagen bij Marleen (dochter van mijn broer Paul) en haar man Camiel. Daarna nog een paar dagen in een B&B in het centrum. Sydney staat bekend als een van de meest leefbare steden ter wereld. Volgens de Lonely Planet was Melbourne dat ook al, maar voor Sydney geldt dat zeker ook, wat mij betreft. Alle reden om er dus een volle week te blijven, al was het maar om een rustpunt te hebben halverwege onze grote trip. Marleen is met coaching en training nog steeds actief in de zwemsport. Alles in deze stad ademt trouwens sport. Het bijna ideale klimaat en de natuurlijke ligging helpen dan natuurlijk ook. Geen wonder dat deze stad in 2000 de Olympische Spelen mocht organiseren. Massa’s mensen (jong en oud) zwemmen, lopen hard, wandelen, fietsen, kanoën, surfen en ga zo maar door. En als je dan na al dat sporten beschikt over een six-pack, is het hier ook de bedoeling dat iedereen dat ziet.

Dat sporten begint ’s morgens in alle vroegte, voordat ze naar hun werk gaan. Elke ochtend (365 keer per jaar..!!) wordt op Manly Beach een zwemevenement gehouden in de oceaan naar de overkant van de baai, waaraan meer dan honderd mensen meedoen. Marleen en Marcel doen dat op zondag en Marcel zelfs nog twee keer daarna. Ik heb me beperkt tot een hardlooprondje over de boulevard, hoewel ik even in de verleiding kwam om de zwemtocht ook te ondernemen. Een ander hoogtepunt was nog wel de opera Carmen van Bizet, in de open lucht, met uitzicht op de Harbour Bridge en het Opera House. Heerlijke warme avond, prachtige akoestiek, mooie kostuums en dus een onvergetelijke ervaring. Vreemd overigens om eens een opera in het Frans te horen. Wel werd met een lichtbalk een vertaling gegeven in het Engels en Chinees. De foto’s van het eerste deel van de week zijn te zien op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157706108065524

Melbourne – Sydney

7 april 2017

Vanaf Melbourne zijn we de grote reis naar het noorden begonnen. We hadden een wegenatlas van Australië gekocht, met daarin kaarten van het hele land, dus ook van de gebieden waar we nooit zullen komen. Toch ga je (ik tenminste) door de atlas bladeren en krijg je meteen ontzettende zin om via Perth naar Darwin te rijden. Totdat je ontdekt dat het alleen al van Perth naar Darwin 4000 kilometer is en dat brengt je al snel weer bij de realiteit om het te houden bij ons toch al niet zo héél bescheiden plan. We kwamen onderweg een heel instructief kaartje tegen, waaruit blijkt dat alleen al de grotere Europese landen tezamen met gemak in dit enorme continent passen. Ter lering en vermaak heb ik het kaartje in bijgevoegde serie gezet. De afgelopen dagen zijn we van Melbourne naar Sydney gereden. Dat ziet eruit als een klein stukje op de kaart, maar is toch nog 900 kilometer. Een normaal mens gaat dat vliegen. Andere normale mensen rijden dat over de autosnelweg, maar wij hebben – mede op advies van een Deense expat – het traject met twee overnachtingen onderweg (in Albury en Goulburn), via slaperige dorpjes afgelegd. Het leuke is daarvan dat je onderweg van alles meemaakt en bij de koffie-stops vragen de mensen zich af wat wij in hemelsnaam in hun dorpje te zoeken hebben. Maar ook Australiërs zijn bereisd en veel van de mensen die wij tegenkomen zijn al eens in Europa, en zelfs ook in Amsterdam geweest.

Het landschap ziet er aan het eind van de zomer uitgedroogd uit. Koeien zoeken de laatste grassprietjes op de geelbruine weilanden. We komen onder meer in Canberra, de hoofdstad en het politieke centrum. Gebouwd in het begin van de vorige eeuw, toch tamelijk futuristisch en opvallend is het cirkelvormige stratenpatroon. Niet echt een gezellige woonstad, maar als we in het spitsuur de ambtenaren met hun aktetasjes de kolossale kantoorpanden zien verlaten, vraag ik me af hoe je hier je vrije tijd moet doorkomen. Aan het eind nog even een glimp opgevangen van de Blue Mountains. Daar hadden we eigenlijk geen tijd meer voor, maar hebben ons voorgenomen dat we hier in de komende dagen nog terugkomen. In de vroege avond, maar al in het donker zijn we Sydney binnengereden. Een hele uitdaging om in het donker en in de spits te proberen de drukste wegen te vermijden om helemaal aan de andere kant van de stad uit te komen. Hier gaan we enkele dagen blijven. Het fotoverslag van deze tocht staat op:  

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157702738120062

Melbourne

4 april 2017

Melbourne, het ondergeschoven kindje van Sydney. Toch hoort de stad volgens de Lonely Planet tot een van de ‘meest leefbare’ steden in de wereld. En inderdaad, het heeft er alle schijn van. Geholpen door het heerlijke klimaat met zijn – ook deze dagen – diepblauwe luchten is het een genoegen om hier enkele dagen door te brengen. We hadden dan ook meteen al besloten om er dan nog maar een dagje aan te plakken, maar onze accommodatie was al volgeboekt, dus nu gaan we toch maar op woensdag weg. De stad heeft wel wat van Manhattan weg en onze B&B zit er middenin. Het nadeel is dat er weinig zon en zelfs weinig daglicht binnen is, maar het is natuurlijk hier niet de bedoeling dat je de hele dag binnen gaat zitten. De stad ‘boomt’ volop. De economische crisis is goeddeels aan dit deel van de wereld voorbijgegaan. Overal verschijnen nieuwe wolkenkrabbers en ik heb de indruk dat ook China hier volop investeert. Het lijkt wel bijna een Aziatische stad en de hippe zaakjes in de stad worden voor een aanzienlijk deel gedreven door Chinezen, dan wel andere Aziaten.

Met dito clientèle. Ook Chinese toeristen hebben dit ontdekt. Dat laatste brengt met zich mee dat je voor fotografie meer tijd moet uittrekken en af en toe heel geduldig moet zijn. Ze hebben de gewoonte om niet een bepaald onderwerp te fotograferen, maar juist elkaar met het onderwerp als achtergrond. Er worden hele fotosessies gehouden met alle familieleden op de foto in verschillende combinaties, soms zelfs met verschillende camera’s. Dan worden de foto’s bekeken en vaak zijn ze dan ook nog niet de eerste keer goed. Dat jij geduldig staat te wachten hebben ze niet in de gaten, zo gaan ze op in dit hele proces. Voor liefhebbers van architectuur is het hier smullen. Opvallend is niet alleen de vormgeving van de gebouwen, maar ook het gebruik van vaak felle kleuren, die weer prachtig afsteken tegen de blauwe lucht. Vooral de combinatie van wolkenkrabbers en de klassieke Engelse architectuur vond ik erg mooi. Daarbij kwamen nog de versierselen van de blinde muren, die ze hier ‘street-art’ noemen, die toch af en toe ook wel op onze graffiti lijken. De lokale VVV heeft er zelfs een folder van gedrukt met een wandeling langs deze werken. Een foto-impressie van Melbourne staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157702742202882

Geelong – Melbourne

2 april 2017

Inmiddels zijn we in Australië. Meestal noem je Australië en Nieuw-Zeeland in één adem, in het kort ‘down-under’, maar het was toch nog bijna vier uur vliegen van Auckland naar Melbourne en in diezelfde tijd vlieg je ruim heel Europa over. Daar stond een auto klaar: verrassend groot, je zit wat hoger en eigenlijk is het heerlijk om ook iets meer ruimte om je heen te hebben. Tenslotte gaan we lange afstanden met die auto rijden. We beginnen in Geelong, zo’n 80 kilometer ten zuiden van Melbourne. Daar bezoeken we eerst Evert (zoon van mijn broer Louis) en Monique. Om precies te zijn in Ocean Grove, nog een stukje naar het oosten en zo’n 300 meter van de oceaan aan een onafzienbaar en nagenoeg leeg strand. Je kunt slechter wonen. Ze wonen hier al elf jaar, helemaal ingeburgerd. Op de kaart zag Geelong eruit als een leuk dorp, maar het blijkt toch nog een stad te zijn van 300 duizend inwoners.

Vreemd eigenlijk, als je van Melbourne naar Geelong rijdt, alles ziet er heel dichtbevolkt uit, maar dat enorme Australië heeft maar net wat meer inwoners als Nederland. Ook hier dus grote vrijwel onbevolkte gebieden, die ze hier ‘the outback’ noemen. Verder is Geelong een mooi startpunt voor de ‘Great Ocean Road’. Verplicht nummer voor alle toeristen en wij schuiven daarin dus maar netjes aan. We zijn inderdaad niet de enige. We hadden wel wat pech met het weer: weliswaar droog, maar de lucht betrekt en er staat een koude wind uit het zuiden (Antarctica dus). Dat nadeel wordt plotseling een voordeel als we bij de ‘twaalf apostelen’ komen: dé grote toeristenfuik van de Great Ocean Road. Mooi door de lage zon verlichte rotspartijen tegen dreigende donkere luchten. Mooier kan je het als fotograaf niet hebben, hoewel dat natuurlijk een kwestie van smaak is. Hoe dan ook, het resultaat staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157706031098255