Londen: in mijn werkzame leven kwam ik er geregeld. Maar na mijn pensionering, nu inmiddels 9 jaar geleden, heb ik er geen stap meer gezet. Marcel had er een zwemtournooi en dat was een mooie gelegenheid om er weer eens heen te gaan. Ik had in de afgelopen jaren al de indruk gekregen dat er veel is veranderd en dat bleek ook zo te zijn. We zitten in ‘the City’, dichtbij de Tower Bridge. Je zou zeggen dat dat wel zo’n beetje het centrum is, maar Londen is zó groot, dat je er eigenlijk meerdere centra hebt, afhankelijk van wie je spreekt. En met name in die City is er veel veranderd. Het is er een soort ‘Manhattan’ geworden en nog steeds staat het gebied vol bouwkranen. Het is een gebied vol staal en glas, maar ze hebben er wel hun best gedaan om de kwaliteit van de openbare ruimte goed te houden.
Maar ook is er in Londen veel hetzelfde gebleven, zodat het weerzien ook een feest van herkenning kon worden. Zo is er nog steeds de Underground, met zijn onverwoestbare huisstijl en zelfs hing er nog de geur die er toen ook altijd hing. Ze hebben er alleen nog niks aan de airconditioning gedaan, want op die eerste hete zondag was de hitte in de ondergrondse gangen en de overvolle treinen bijna ondraaglijk. Wel zijn de stations prachtig. Sommige metrostations ademen nog de sfeer van ruim honderd jaar geleden. Er is natuurlijk het nodige aan gemoderniseerd, maar het blijft hier en daar toch oude meuk met het nodige knip- en plakwerk. Ook het grote treinstation Liverpool Street Station in onze buurt is alleszins het aanzien waard en heeft eerder de uitstraling van een grote kathedraal dan van een treinstation. We gaan hier in totaal een week blijven en de indruk van de eerste dagen door de stad slenteren staat op: