Parijs (1)

18 juli 2025

Twee dagen in Parijs. Dat was deze keer niet het hoofddoel van de reis, maar eerder een tussenstop onderweg naar Lyon. In Lyon gaan we een hele week blijven en daar werkt Marcel, als onderdeel van de Eurogames, zijn zwemtoernooi af. Daarover later dus. In Parijs zijn we te gast bij Pierre, een zwemmaatje van Marcel. Een van de dingen die tijdens dit korte verblijf in Parijs op het actielijstje stonden was een bezoek aan de herbouwde Notre Dame. ‘Herbouwde’ is hier wel de juiste aanduiding, want op foto’s is nog te zien hoe de kathedraal er uitzag na die fatale brand op 15 april 2019. Vlak na de brand is plechtig beloofd om binnen vijf jaar de kathedraal in zijn oude glorie te herstellen. En dat is op een half jaartje na gelukt..! Okay, er staan nog wel wat bouwkranen en er is nog wel wat steigerwerk, maar zie je dat niet bij alle bouwwerken van dergelijke importantie? Natuurlijk is geprobeerd alles in dezelfde staat te herstellen, maar waar mogelijk (en nodig) zijn ook verbeteringen aangebracht. Zo was er vroeger, behalve het daglicht, weinig aandacht voor extra verlichting waardoor het interieur destijds een wat sombere indruk maakte. Maar er is wat betreft verlichting flink uitgepakt, waardoor de architectuur en de vele gewelven nu goed tot hun recht komen.

Vlak bij de Notre Dame ligt het Quartier Latin, ooit de studentenwijk en dus een potentieel doel om de lunch te gebruiken. Maar de wijk is helemaal overgenomen door de toeristenindustrie, en een lunch aldaar werd door onze gastheer Pierre sterk afgeraden. Dus wijken we uit naar de iets verder gelegen wijk rond de Sorbonne en het Pantheon. Daar zag het eruit zoals ooit het Quartier Latin eruit zag. Daar wat door de wijk gewandeld, de lunch gebruikt en nog even de Jardin du Luxembourg aangedaan. De Jardin bleek alleen veel te groot voor ons bevattingsvermogen, want na een uurtje of zes raak je verzadigd en begon ook de hitte ons parten te spelen. Die Jardin doen we dan maar een volgende keer, want het leek daar alleszins de moeite waard. Voor vandaag was het wel genoeg en een indruk van de nieuwe Notre Dame en omgeving staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720327634216

IJsselmeer

9 juli 2025

Bezoek uit het buitenland: wat kan je dan beter doen dan ze mee te nemen met een autoritje rond het IJsselmeer? Ervan uitgaande dat ze de grachtengordel onderhand wel kennen. Zelf vond ik het trouwens ook wel eens tijd om er een kijkje te nemen. Want de renovatie van de Afsluitdijk nadert zijn voltooiing. Je kon er jarenlang niet meer met de fiets overheen. Niet dat ik dat ooit heb gedaan, maar inmiddels ligt er wel een heel uitnodigend fietspad, zodat ik deze onderneming heel stilletjes op de bucket list heb gezet. Alleen is het ‘monument’ nog niet open. Altijd een bijzondere attractie, met zijn mini-cafetariaatje beneden, waar je foto’s over de historie van de dijk kon bekijken en bij een kop koffie over het eindeloze IJsselmeer kon staren. En je via een voetgangersbrug over kon steken om over de Waddenzee te kijken en heel in de verte de Wadden-eilanden te zien. Jammer genoeg kon dat alles dus nog even niet. Maar verderop richting Friesland is nu een parkeergelegenheid aangelegd, met ook een voetgangersbrug, zodat daar ook beide waterpartijen te zien zijn. De ‘overkant’ Friesland ligt erbij zoals altijd. Dromerige dorpjes in de zomer en daar geen noemenswaardige verandering. Zoals altijd werden Makkum, Hindeloopen en Stavoren aangedaan. Alleen voor Urk in de Noordoostpolder, waar de dag zou worden afgesloten in een visrestaurant aan het water was deze keer geen tijd meer. Het genoegen van deze dag was er niet minder om. Een samenvatting van de dag is vastgelegd op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720327495706

Waterland

4 juli 2025

Het Waterland, net ten noorden van Amsterdam. Het begint al als je de twee bruggen over het IJ bent gepasseerd. Nog geen kwartiertje fietsen en je bent buiten de stad, buiten de Randstad zelfs. Het enige wat van de stad nog te zien is, is de skyline in de verte. Bomen zijn hier nauwelijks, dus je ziet alles. Niet alleen Amsterdam, maar ook Purmerend, Zaanstad en heel in de verte Almere. Geen bomen, maar strak weiland, zover het oog reikt. Hier en daar knusse dorpjes, waar de tijd stil lijkt te staan. Lijkt, want hier strijkt de vermoeide Amsterdammer neer, die genoeg heeft van de drukke stad en die hier een optrekje heeft gevonden. Als stadsmensen beperken we ons verblijf tot dat ene zomerse middagje als dit land er op zijn best bij ligt. En keren aan het eind van de dag toch maar weer terug naar de geborgenheid van die drukke stad. Hoe dat Waterland er op dat zomerse middagje uitziet, staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720327497073

Zeeburg

4 juli 2025

Amsterdam doet zijn best om bij te dragen aan de uitdaging om in de komende tien jaar in Nederland nog eens honderdduizenden woningen erbij te bouwen. Zo verrijst er in het oostelijk stadsdeel Zeeburg een hele nieuwe wijk: de Sluisbuurt. Niet bepaald huisjes-met-tuintjes, maar flink de hoogte in. Zo staat er al een kolos van 30 verdiepingen, die al gedeeltelijk bewoond is. Straten zijn er alleen nog nauwelijks, dus je woont er nog wel even op het opgespoten zand, maar in de komende jaren zal dat natuurlijk wel veranderen, hopen we dan maar. Ook mogen we hopen dat er de nodige voorzieningen zullen komen. Er wordt gevarieerd gebouwd, met gebruik van kleurige en mooie materialen, zodat het voor de liefhebbers om in de hoogte te wonen, nog best aardig wonen kan zijn. Het uitzicht zal in elk geval adembenemend zijn: over de stad, het Waterland, het Markermeer en in de verte de skyline van Almere.

Hoog wonen heeft alleen ook een nadeel. Ooit woonde ik op de achtste verdieping van een gebouw in Delft, met uitzicht over het Westland. Ik miste daar het contact met de grond en op sombere en bewolkte dagen was er niet veel te zien, behalve een heel groot grijs vlak zonder noemenswaardige tekening daarin. Op de dertigste verdieping zal dat niet veel beter zijn. Maar hoe dan ook, de Sluisbuurt zal het karakter van Zeeburg ongetwijfeld veranderen. En met behoud van de huidige kenmerken, het water, de camping, de woonboten en de bruggen met de kleurige street-art heeft Zeeburg er straks weer een – voor de liefhebbers – mooi stukje stad bij. Over een jaar of zo maar eens terugkomen en kijken hoe het er uit gaat zien. De nog half afgebouwde Sluisbuurt van vandaag staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720327391044

IJ-meer

29 juni 2025

De Randmeren: ooit waren die onderdeel van het veel grotere IJsselmeer. Nu gereduceerd tot waterpartijen, ingeklemd tussen de nieuwe polders en het oude vasteland. Met een beetje goede wil rekenen we het aan Amsterdam grenzende IJ-meer er ook toe. Alleen is dat wel nog wat meer dan een ingeklemde waterpartij en kun je op dat IJ-meer nog ervaren hoe ooit het IJsselmeer eruit moet hebben gezien. Die ervaring hadden we op een zomers fietstochtje richting Almere tussen Amsterdam en Muiderberg. Vanaf de fraaie Nescio-fietsbrug hebben we eerst nog uitzicht op het doorgaande vracht-scheepvaartverkeer over het Amsterdam-Rijnkanaal.

Maar verderop, voorbij de elektriciteitscentrale, ontvouwt zich het weidse uitzicht verder over het Markermeer, met Pampus, Volendam en Marken als ankerpunten. En we verbeeldden ons héél in de verte zelfs Hoorn te kunnen zien liggen. Op het IJ-meer geen vrachtverkeer, althans niet vandaag. Maar des te meer watersporters, met zeiljachten, kite-surfers en zelfs enkele vermetele zwemmers. In Muiden hadden ze natuurlijk ontdekt dat dit toch wel een A-locatie zou zijn voor een nieuwe woonwijk. Die is er inderdaad gekomen. Verhoogd aangelegd, zodat de bewoners over de dijk heen kunnen kijken. Maar bij elk van de woningen hoort nu zó’n grote lap grond, dat de meeste bewoners niet weten wat ze met al die grond aan moeten, zodat die lappen er nog steeds braak bij liggen.

In Muiden kun je met de boot vanaf het IJ-meer de Vecht op. Een populaire route, maar je moet er wel door de sluis. En vanaf het terras van de populaire uitspanning ‘Ome Ko’ wordt het gestuntel van de boten in de sluis uitgebreid bekeken. Even verderop ligt Muiderberg, een plaatsje dat veel weg heeft van een Drents brinkdorp. Maar het uitzicht op het strand en over de skyline van Almere is evenzeer mooi en doet de gelijkenis met Drenthe weer snel vergeten. Wij zijn nog even doorgefietst naar het Zilverstrand in Almere, waar uitgebreid is gepauzeerd, alvorens de terugreis met veel tegenwind aan te vangen. Wel nog even het Muiderslot in een ideale lichtval kunnen bekijken en vast te leggen. Het zomerse tochtje is samengevat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720327370202

Samos: natuur

4 juni 2025

De reis naar Samos viel eigenlijk nog in het voorseizoen. Zelfs begin juni wordt in Griekenland nog als voorseizoen beschouwd. Voordeel is dat het nog niet zo heet en ook nog rustig is, allemaal in lijn met onze eigen ervaringen. Een ander voordeel is dat de natuur nog volop in bloei staat en nog niet is uitgedroogd door de hitte, die pas in juli schijnt te komen (samen met de meeste toeristen). Die natuur was vooral te ervaren na die ene dag met wat regen, die dankbaar in ontvangst werd genomen en daarna als dank een veelheid van geuren had vrijgegeven.

En wat natuur betreft heeft het eiland het nodige te bieden, als je tenminste je ogen de kost geeft. Want behalve prachtige vergezichten en mooie stranden is er dus de nog bloeiende flora en natuurlijk ook het nodige dierenleven. Dan zullen we het maar niet hebben over de vele zwerfkatten, die hier als een plaag worden gezien, maar die proberen een graantje mee te pikken van overal achtergelaten etensresten. Maar wel over vlinders, salamanders, kikkers en insecten waaronder veel bijen, gelukkig opgeborgen in bijenkasten. Dat alles gevangen met dat handige compact-cameraatje met goede inzoom-mogelijkheden. Een selectie van de opgemerkte vergezichten, flora en fauna staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720327024640

Samos: binnenland

3 juni 2025

Samos is heel bergachtig. Op dat kleine eilandje zijn er bergen tot wel 1500 meter. Tegelijkertijd zijn, behalve sommige doorgaande wegen aan de noordkust, de wegen in het binnenland doorgaans erg smal met veel haarspeldbochten. Je moet dus ruim de tijd nemen om ergens te komen en je kunt er dus beter maar geen haast hebben. Wat natuurlijk precies de bedoeling is van een vakantie. Vanaf onze standplaats Ormos blijkt het 46 kilometer naar Samos-stad te zijn, maar daar kun je zó een kleine twee uur voor uittrekken. Op dat stuk blijft de derde versnelling van ons huur-autootje dan ook vrijwel ongebruikt. Daar staat tegenover dat het binnenland oogstrelend mooie dorpjes heeft.

We nemen een kleine omweg op weg naar Karlovasi en komen terecht in Kastania. Misschien lag het aan het vroege tijdstip, maar we troffen weinig mensen op straat en op het gezellige pleintje tegenover de voor het kleine dorpje groot uitgevallen kerk. En in het café op dat pleintje al helemaal niemand. Toeristen zijn er evenmin. Wel tegen een vervallen muur een stapel afgedankte stoeltjes waarnaast een jong fruitboompje zich nog in leven probeert te houden. Evenzeer oogstrelend fotogeniek, maar dit kan toch niet de bedoeling zijn, als dit dorp ook in de komende twintig jaar nog op de kaart wil blijven staan.

Hoe anders is het in twee andere dorpjes, een stuk naar het oosten, dorpjes die uitdrukkelijk wél op de toeristische kaart staan: Manolates en Vourliotes. Hoog gelegen en beide bereikbaar over een lange steile weg met veel haarspeldbochten. Prachtig gelegen, strak in de verf, keurig aangeharkt en veel door de smalle straatjes sjokkende toeristen op zoek naar een vrij plekje op een van de gezellige terrasjes met uitzicht op de ook daar oprukkende toeristen-meuk. Ook oogstrelend mooi, maar net weer het andere uiterste. Hoe dan ook, het toont de variëteit van het binnenland van Samos. Evenals de bijgaande fotoserie: 

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720326946947

Karlovasi

31 mei 2025

Karlovasi, een van de grotere plaatsen op Samos, die niet echt de typische Griekse schilderachtigheid heeft die je op andere plaatsen op het eiland ziet. Toch komen we er verschillende keren, omdat je er bijna altijd doorheen moet als je op weg wilt naar een van die andere meer schilderachtige plaatsen. Karlovasi ligt aan de noordkust en de eerste keer dat we er waren stond er bovendien een frisse (zelfs koude) en sterke noordenwind, waarbij de golven hoog tegen de kade aanklotsten, zodat daardoor de toch al grauwe indruk van de stad nog wat werd versterkt. De stad is ook nog niet helemaal hersteld van de aardbeving van enkele jaren geleden en we zagen een kerk, waar nog steeds een hele voorgevel ontbreekt. Sommige panden zijn half hersteld, andere half in aanbouw, zodat een rommelige indruk achterblijft.

Daarbij komt dat de Grieken niet van het opruimen zijn. Auto’s die je niet meer gebruikt en die niemand anders wil hebben, laat je gewoon ergens langs de weg of op een braakliggend terrein achter. Ze kunnen er jaren staan en niemand die zich eraan stoort. Zo ook voor koelkasten, meubelstukken en ander grof vuil. Niet alleen in Karlovasi trouwens, maar ook in de meer toeristische oorden, maar daar zie je het vooral in de voor toeristen minder gangbare buitenwijken. Er is dus blijkbaar wel énig bewustzijn dat je voor toeristen de boel beter kunt opruimen. Maar als je met een fotografisch oog hiernaar kijkt, vervaagt de grens tussen mooi en lelijk. Want wat is er immers mooier dan een stel autowrakken, die elegant staan weg te roesten? En die met de langzaam voortschrijdende tijd nóg mooier worden.

Zo stuitten we aan de oostkant van de stad, aan de kust, een stukje ‘industrieel erfgoed’, dat er verwaarloosd bij lag en – sterker nog – er volgens René vijftien jaar geleden ook al lag. Van een afstand ziet het eruit als een overblijfsel van een duizenden jaren oude Griekse tempel, waarvan de bogen nog overeind staan, maar eigenlijk zijn het vroegere fabriekshallen, die maar niet weg willen en die je zelfs nog gewoon kunt gebruiken als je even een ruimte zoekt voor het in elkaar schroeven van boten. En zo werd het toch de moeite waard om een fotoserie te maken van een plaats die niet in de top-10 van de toeristengidsjes staat. Te vinden op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720326905950

Samos-Stad

30 mei 2025

Samos hoort geografisch meer bij Turkije dan bij Griekenland. Het eiland ligt immers dicht bij de westkust van Turkije en op een bepaald punt is de afstand slechts één kilometer, zodat een beetje zwemmer de afstand met gemak zou kunnen overbruggen. Maar de verhouding tussen Griekenland en Turkije is, sinds ik me kan herinneren, eigenlijk altijd wat gespannen geweest. Hier in de hoofdstad van het eiland niets van dat alles. Er lopen veel Turken rond, die in opperbeste stemming een aangenaam uitstapje maken naar de overkant. Evenzo wordt hier reclame gemaakt voor de bezienswaardigheden die de Turkse westkust te bieden heeft. En in de haven is er een mengeling van Griekse en Turkse schepen, die broederlijk naast elkaar liggen. De animositeit tussen beide landen ligt dan ook vooral op het ‘hogere politieke’ niveau, maar de ‘werkvloer’ in het dagelijkse leven heeft daar weinig boodschap aan.

De nabijheid van Turkije brengt wel met zich mee dat de ‘Samos-route’ populair is bij mensen uit de wat minder fortuinlijke landen, die een goed heenkomen zoeken in Europa. Je ziet dan ook hele gezinnen met hun plastic tasjes in de brandende zon langs de weg lopen, heen en weer tussen de hoofdstad en een of ander opvangcentrum, ergens aan het oog onttrokken in de heuvels rond de stad. Ik probeer me te verplaatsen in hun tamelijk uitzichtloze situatie in vergelijking met onze bewegingsvrijheid binnen Europa, en dat levert toch wel wat ongemak op, als je daar dan met je huur-autootje langs rijdt. Toch was er in Samos-Stad wel een relaxte mix van Grieken, Turken, toeristen en vluchtelingen.

Wel is er het nodige achterstallig onderhoud in de stad. Je merkt het niet zozeer op het centrale plein aan de haven, vol met hippe koffietentjes. Maar in de straatjes erachter zie je toch wel het verval en hier zie je dat Griekenland zo’n tien jaar geleden door een diepe crisis is gegaan, die de Grieken een kwart van hun koopkracht heeft gekost en die zelfs bijna heeft geleid tot de ondergang van de euro. Maar ook hebben ze nu de opgaande lijn weer te pakken, hoewel het achterstallige onderhoud blijkbaar nog wat meer tijd zal vergen. De fotoserie van Samos-Stad staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720326912618

Pythagorion

28 mei 2025

De geschiedenis van Griekenland gaat terug tot vér voor onze jaartelling. Het is de bakermat van onze democratie en het kan in ons tijdsgewricht geen kwaad om daar nog eens aan herinnerd te worden. Nu zou je op het toeristeneiland Samos weinig verwachten wat je doet denken aan deze lange geschiedenis, maar dat bleek mee te vallen. Aan de zuidoost-kant van het eiland zijn enkele op dat gebied markante bezienswaardige punten. Op weg erheen stuitten we bij toeval op het ‘Moni Magalis Panagias’-klooster uit de 16e eeuw. Niet bepaald een overblijfsel uit de Griekse mythologie, maar niettemin bezienswaardig en prachtig gerestaureerd. Zelfs zó prachtig dat het eerder het aanzien heeft van een vijf-sterren hotel als de je fraai aangelegde parkeerplaats erbij ziet. Maar binnen is het vrijwel helemaal gedecoreerd met fresco’s en mozaïeken.

Maar de belangrijkste bezienswaardigheid van het eiland ligt een kilometer of tien verderop: het Ireaon, met de aan Hera gewijde tempel, of wat daar nog van over is. Hera, in de Griekse mythologie was zij de godin van het huwelijk en de echtgenote en tevens de zus van Zeus. Dat relativeert meteen de gewoonten en regels, waaraan we ons in deze tijd onderwerpen. Er was een tempel aan haar gewijd, die de grootste van heel Griekenland zou zijn geweest, waarvan we op tekeningen nog kunnen zien hoe die eruit moet hebben gezien.

Nog even verderop ligt Pythagorion, tegenwoordig een toeristenplaats, maar tevens de geboorteplaats van Pythagoras, de uitvinder van de beroemde stelling. Zelfs op de t-shirts die daar worden verkocht, is nog een kleine opfriscursus van de wiskunde te zien. Maar Pythagoras had veel meer op zijn CV dan het uitvinden van die stelling alleen en is ook (weliswaar wat minder) bekend als een filosofische en religieuze hervormer. Halverwege zijn leven is hij naar Zuid-Italië geëmigreerd en behalve aan de t-shirts en de overvloedige andere toeristen-meuk is er in Pythagorion nog weinig dat ons aan Pythagoras doet herinneren. Voor onder meer een indruk van de 2500 jaar oude brokstukken van de Hera-tempel, zie:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720326895824