Het aardige van het Pieterpad is dat je onderweg veel ‘gelijkgestemden’ schijnt te treffen, met wie je tenminste gemeenschappelijk hebt dat je allebei dit soort wandelen leuk vindt. Toch was het aantal ontmoetingen onderweg heel klein en dan komt natuurlijk de vraag op of dit eigenlijk écht wel zo leuk is. Verder is het eerste stuk van het Pieterpad van Pieterburen naar Groningen niet het mooiste en zelfs het saaiste van de hele route, zo is me van meerdere kanten verzekerd. “Je moet hier ook in de zomer komen”, hoorde ik onderweg dan ook van de schaarse ontmoetingen die ik had. Maar ja, het is nu eenmaal geen zomer en als je wacht tot de zomer zijn er vast wel weer andere prioriteiten en zo komt er van dat hele Pieterpad niks terecht. Bovendien gaat het er niet om of iets in het algemeen mooi wordt gevonden. Eerder gaat het om de eigenheid van de dingen die je ziet en ervaart en die zijn altijd mooi, hoe lelijk ze ook zijn. En al wandelend heb je volop de gelegenheid goed te kijken naar al wat je ervaart en daarvan was zelfs op dit saaiste stuk genoeg te vinden.
Onderweg passeerde ik Garnwerd, een klein dorpje en in de zomer een populaire pleisterplaats met een voortreffelijke uitspanning aan het water, waar ze vast wel lekkere koffie zouden hebben, hoopte ik tenminste. Alleen dicht, jammer natuurlijk, maar ook wel weer begrijpelijk, want ze kunnen de tent ook niet de hele dag openhouden voor de drie Pieterpadders, die er misschien wel voorbij komen, laat staan misschien wel koffie willen. Garnwerd is dan nog het meest bekende dorpje, maar voor de rest kun je hier je geografische kennis goed ophalen met meer dorpjes cq. gehuchten die je passeert en waar je nog nooit van had gehoord. Sauwerd was het eindpunt van de dag. Ook een slaperig dorp, maar wel een knooppunt van spoorlijnen met korte dieseltreintjes die de regio bedienen. Van daaruit kon ik weer snel naar Groningen, het basiskamp van de hele onderneming. De ervaringen van de dag zijn vastgelegd op:
De boekjes met de routebeschrijvingen van het Pieterpad lagen al drie maanden op een bijzettafeltje geduldig te wachten. Maar door de overvloedige regen kwam het er maar niet van om een al jaren sudderend plan aan te pakken: het wandelen over het Pieterpad. Het pad loopt van Groningen naar Maastricht, meer precies: van Pieterburen naar de Sint Pietersberg. Maar in het weekend stopte de regen en heb ik het plan in een vrij impulsieve bui opgepakt. In drie dagen zou de ongeveer 40 kilometer van Pieterburen naar Groningen te doen moeten zijn. Ook drie dagen met prachtig, maar wel erg koud weer. Maar met een gastvrij en warm onthaal door mijn zus Marlies met haar man Alex, die mij twee nachten in Groningen onderdak hebben verleend.
In de trein naar Groningen bekroop mij hetzelfde gevoel dat ik ook al had toen ik in 2015 de eerste fietskilometers aflegde van mijn tocht naar Rome: een lichte spanning, met een onzekerheid of ik bij de korte voorbereiding niks over het hoofd had gezien, wat me onderweg eventueel zou kunnen gaan opbreken. En als je dan in Pieterburen op het Pieterplen uit de bus stapt, is het de bedoeling dat je je met je camera bij het officiële startpunt door een voorbijganger laat vereeuwigen. Op het plein was er wel een hotel en een aantal cafés, dus in de zomer zou het hier vast heel druk kunnen zijn. Maar nu was er geen voorbijganger te bekennen, dus moest ik het doen met een foto van de aangebrachte plaquette op het vertrekpunt. Het bewijs dat je tenminste bij het vertrekpunt bent geweest.
Maar als je dan het dorp uitloopt sta je ineens bij een temperatuur van 7 graden onder nul en een ijzige wind op een onafzienbare vlakte, zonder bomen, en in de verste verte helemaal niemand meer te zien. Daar bekroop me toch een ongemakkelijk eenzaamheidsgevoel, en realiseerde ik me dat je op dit soort punten en onder deze omstandigheden toch maar beter met z’n tweeën kunt zijn. Maar na een half uurtje kwam ik toch in een fysiek en vooral ook in een mentaal ritme en kon Winsum, het eindpunt van de dag, in een enigszins euforische stemming bereiken. Hoe het er onderweg uitzag staat op:
Aan het eind van het jaar wordt het traditionele Amsterdam Light Festival gehouden. Een verzameling lichtobjecten langs de grachten, dankbaar aangegrepen door de uitbaters van de rondvaartboten, die in het laagseizoen graag een graantje willen meepikken. Maar je kunt het festival natuurlijk ook gewoon te voet doen. Alleen doe je dat het liefst bij droog weer. En dat is dit jaar eigenlijk wel een probleem. Het was me de laatste tijd al opgevallen dat in de weersverwachting soms ook werd aangegeven wanneer het niét zou gaat regenen. En ineens was dat zo: op Tweede Kerstdag nog wel. En dat hebben we gemerkt. Het was alsof de halve stad had zitten wachten op dat moment, want het was af en toe schuifelen langs de lichtobjecten, en het is nog een wonder dat er niemand in het gedrang te water is geraakt.
Ik moet zeggen dat het ‘Festival’ me deze keer niet tegenviel. Ik heb me in het verleden wel eens wat badinerend uitgelaten over de organisatie, maar het was deze keer alleszins de moeite waard. Niet alleen waren er verrassende lichtobjecten, maar ook was het ruimtelijk wat handiger opgezet. Je hoefde alleen maar de Herengracht af te lopen, bij de Brouwersgracht richting het Scheepvaartmuseum te gaan, en dan had je alles gezien. En als je er – natuurlijk met de camera – toch eenmaal bent, kun je net zo goed ook de rest van de fraai belichte stad onder handen nemen. Hoe dat er op deze droge avond uitzag, staat op:
December is een maand die ik het liefst zou willen overslaan. Eigenlijk januari ook, wat december nog erger maakt, want het perspectief van het nieuwe voorjaar is dan nog verder weg. Bovendien is de natuur zo dood als een pier, zodat die twee maanden dan veel bezig zijn binnenshuis betekenen. Maar woensdag was het ineens droog en scheen er zelfs een bescheiden zonnetje, waarvan ik begon te denken dat die nooit meer zou terugkomen. Gezien de korte daglichtperiode moet je jezelf dan wel even aanpakken. Maar zo moeilijk blijkt dat nou ook weer niet te zijn. Met de trein in nog geen half uur naar Overveen en dan lopen naar Zandvoort, zo’n tien kilometer verderop door een van de fraaiere natuurgebieden van Nederland.
Alleen al het treinstationnetje van Overveen is de moeite van het bezichtigen waard. Eigenlijk is het een groot uitgevallen vooroorlogs woonhuis, in de stijl die het hele dorp heeft. Met een terrasje voor de deur en een aanpalend klein supermarktje. Eenmaal aan de wandel blijkt Overveen een sjiek dorp met voorname optrekjes tussen eeuwenoude eiken. Verderop verandert de aanblik langzaam in een duinlandschap en dan blijkt de natuur bij nader inzien toch niet zo heel dood. En eenmaal in Zandvoort werden we, juist dankzij die korte daglichtperiode, getrakteerd op een prachtig ondergaande zon. Precies op het goede moment, want in de zomer moet je daarvoor tot tien uur ’s avonds wachten. Hoe de natuur er in december uitziet staat op:
Het inmiddels traditionele november-bezoekje aan mijn buitenlandse zus Hedwig en haar man René in de Allgäu, het zuiden van Beieren. November is meestal een maand van niks en dan is zo’n reisje een mooi verzetje. Met de trein erheen was ook deze keer weer een uitdaging, want als je twee keer moet overstappen mogen er geen treinen uitvallen en mogen er geen bomen op de spoorbaan liggen. Dat alles gebeurde wel, waardoor we pas na middernacht op de bestemming aankwamen. Maar de gezelligheid bij zo’n bezoekje staat voorop. De vroege sneeuwval maakte het extra sfeervol, hoewel buiten dan de kleuren verdwijnen en de wereld er zwart-wit uitziet. Maar dan is het binnen juist weer extra gezellig.
Sightseeing staat op zo’n reisje op de tweede plaats, want daarvoor ben ik er eigenlijk al te vaak geweest. Behalve dan het dagtochtje naar München, dat Hedwig had georganiseerd. Ik ken die stad niet zo goed, maar het is een van de mooiere Duitse steden, zo bleek. En het weer werkte mee, waardoor we ruim de gelegenheid hadden om door de stad te slenteren. En een bezoek te brengen aan een multimedia tentoonstelling over Claude Monet, waar je in strandstoelen bij klassieke muziek zijn schilderwerken over de muur, plafond en zelfs vloer voorbij kunt zien glijden.
Natuurlijk sluit je zo’n dag af met een etentje in de ‘Ratskeller’ onder het ‘Rathaus’. Maar niet na vooraf een aperitief te gebruiken in het ‘Hofbrauhaus’, de belangrijkste biertempel van Duitsland, zo niet van de hele wereld. Een gewoon biertje bestellen wordt daar wel een beetje gek gevonden, want ze drinken daar hele liters, die daar worden aangereikt door stevige dames in dirndl-jurken. Onder opzwepende begeleiding van een authentiek Beiers orkest, dat een gewoon gesprek toch wel wat moeilijker maakte. Maar gelukkig was er geen plaats, want de tent zat overvol met voetbalsupporters, die zich natuurlijk goed moesten voorbereiden op de wedstijd tussen Bayern München en FC Kopenhagen later op die avond. Dus dan maar meteen naar het restaurant, waar in alle rust een beschaafde consumptie kon worden genoten. Samen met een gut-bürgerliche maaltijd. De München-impressie is samengevat op:
Je moet er wat voor over hebben: Glow in Eindhoven. Het jaarlijkse lichtspektakel aldaar is eigenlijk wel het beste wat Nederland op dat gebied te bieden heeft. Ik had een bezoekje eigenlijk al afgeschreven, want om daar nou twee uur in de stromende regen rond te lopen, vond ik wel wat too much. Maar ineens bleek het zomaar een avond niét te regenen, dus is – gewapend met onze camera’s – samen met René de trein gepakt en is dankzij de vrije reisdagen van de NS naar het zuiden afgereisd. Van oorsprong is Glow een Philips-feestje en waar kan je dat dan beter organiseren dan in de ‘lichtstad’, die Eindhoven ooit was. Want lampen worden er al lang niet gemaakt en de activiteiten van Philips zelf zijn, inclusief het hoofdkantoor, ook grotendeels naar elders verhuisd. Maar inmiddels is aan de westkant van de stad een nieuw ASML-imperium in opbouw, mede dankzij de know-how die Philips er heeft achtergelaten. En anders zijn het wel de technische wizz-kids in Strijp-S, die aan het lichtspektakel net dat extra cachet konden geven dat het die avond uitstraalde. Hoe dan ook, we hebben het rondje van ongeveer twee uur, soms schuifelend door de modderpoelen, gemaakt. En hoewel fotograferen bij avond niet mijn liefhebberij is, is er toch nog wel een fotoserietje gekomen op:
Het jaarlijkse uitstapje met mijn broers was deze keer in Zwolle, zo’n beetje in het geografische midden tussen onze woonplaatsen en makkelijk bereikbaar per trein. Bij toerbeurt zijn we verantwoordelijk voor de organisatie en een ordelijk verloop van de dag. Het concept is eigenlijk eenvoudig: eerst koffie met bijbehorende versnapering. Daarna iets educatiefs, aan het eind van de middag bier, en ter afsluiting dineren in een niet al te eenvoudig restaurant. Bij de koffie en versnapering ging het al snel weer over de nationale politiek. Wat dat betreft was de datum uitstekend gekozen. De belangstelling voor de politiek hebben we van onze vader, die daarvan ook niets wilde missen. Hij zou zich overigens verbazen, als hij zou zien hoe ons nationale politieke landschap er thans bij ligt.
We komen verder uit een onderwijzersfamilie en de appels zijn ook wat dat betreft niet ver van de boom gevallen. Vandaar dan ook het vaste educatieve onderdeel van de dag. De onderwijzer was deze keer een stadsgids, die ons rondleidde door het compacte centrum en inging op de ontwikkeling van de stad in de voorgaande eeuwen. In de stad stond het ‘Hanzejaar 2023’ centraal, maar eigenlijk was die rol eerder weggelegd voor het ooit veel belangrijkere Kampen. Maar die rol is duidelijk overgenomen door het meer centraal gelegen Zwolle, dat nu een belangrijk trein-knooppunt is geworden. Onlangs is er bovendien een gloednieuw station opgeleverd, dat in bijgaand fotoserietje niet kan ontbreken. Dat serietje staat op:
De herfst is eigenlijk een jaargetijde dat vaak wordt onderschat. De dagen worden korter, het wordt kouder en natter en de zon laat het bovendien wat vaker afweten. En na maanden van buiten zijn, is het dan aantrekkelijk om in je cocon weer wat meer naar binnen te gaan. Maar toch geeft de herfst landschappen een aanblik, die je in andere jaargetijden niet aantreft. Een mist in de wat vroegere ochtend bijvoorbeeld geeft vage achtergronden en scherpere voorgronden, waardoor je je nog meer dan anders in een driedimensionale ruimte waant. En waar kan je dat beter ervaren dan in de geaccidenteerde Kennemerduinen, waar bos, duinen en water samenkomen? Sowieso al een populair wandelgebied, maar op deze vroege maandagochtend was daar nog weinig van te merken. Behalve dan die paar dappere zwemmers, die het toch al koude water trotseerden. Ik was er met twee vrienden, leeftijdgenoten en bovendien ex-collega’s, waarmee we al wandelend niet alleen het landschap voorbij lieten glijden, maar bovendien het leven nog eens wat nader evalueerden. De camera ging mee en het deze keer wat kleinere fotoserietje staat op:
Het was mijn beurt om de jaarlijkse reünie met mijn vroegere Schiphol-collega’s te organiseren. Een aantal van hen woont al lang niet meer in Amsterdam, dus ik schatte in dat ze vast nog niet op het NDSM-terrein waren geweest. Zelf ben ik er al wel vaker geweest, maar het is zelfs voor regelmatige bezoekers toch te moeite waard, omdat het daar elke keer weer verandert. Vooral het gebied aan de linkerkant van de pont líjkt niet meer op wat het pakweg een jaar of vijf geleden was. In plaats van de toenmalige rommeligheid staan er nu gloednieuwe appartementencomplexen, in een gevarieerde architectuur. Je kan er prachtig wonen met uitzicht naar het zuiden op de Amsterdamse binnenstad.
Alleen zou je tussen die mooie gebouwen ook mooie plantsoenen verwachten, maar in plaats daarvan staan er nog steeds enorme heimachines die weer nieuwe palen de grond in rammen, ten teken dat er nog meer gebouwd gaat worden. Het zal dus nog wel even duren voordat het gebied de ziel zal krijgen die andere delen van de stad wel hebben. Maar ook op het NDSM-terrein was nog wel wat aandacht voor de historie. Het vroegere Radio Veronica-schip ligt er bijvoorbeeld. Ooit in bedrijf als piraten-radiozender vanaf de Noordzee, nu in bedrijf als partyboot. En aan de overkant zie je het REM-eiland liggen. Ooit ook een illegale TV-zender, nu in bedrijf als deftig restaurant in het wat hogere segment.
Maar aan de rechterkant van de pont doet het nog wel denken aan wat er ooit was. Vroeger was daar een scheepswerf, nu een verzameling broedplaatsen voor kunstenaars, vormgevers en architecten. Dat alles met een achtergrond van kranen, loodsen en restanten van spoorlijnen. Je zou denken dat het daarmee over vijf jaar ook gedaan is, maar inmiddels is dit beschermd stadsgezicht, dus dat zal er nog wel even blijven. Ons uitstapje was in zoverre onhandig gepland, dat het terrein gereed werd gemaakt voor het Amsterdam Dance Event, en dus veel met hekken was afgesloten en aan het zicht onttrokken. Het NDSM-terrein lijkt me trouwens wel heel geschikt voor zo’n evenement, want waar kan je beter dansen dan in oude en half vervallen fabrieksloodsen. De middag werd geëvalueerd met een kop thee in een decor van vroegere zeecontainers. De gemaakte fotoserie staat op:
De Westertoren staat weer eens in de steigers. Voor de zoveelste keer. Net als veel andere bouwsels in de stad. Ook kruispunten zijn regelmatig wegens werkzaamheden geblokkeerd. Je hoort mij er niet over klagen, want de stad ziet er nu een stuk beter uit dan dertig jaar geleden, toen ik hier kwam wonen. Vrijdag nog maar eens een tour door de stad gemaakt. Het doel was een van de twee fotomusea, Foam of Huis Marseille. Uiteindelijk is het laatste bereikt, maar onderweg was er weer zoveel te zien en ontmoet je zoveel mensen, dat er niet zo heel veel tijd overbleef voor het museum. Mensen vragen je van alles en je vraagt aan mensen ook van alles, maar wat ons die middag opviel was dat niet één van hen in staat was om Nederlands te spreken. Ze waren ofwel toerist, ofwel ze woonden hier als expat of zo.
Het ziet er erg gezellig uit, maar Amsterdam doet nog steeds eigenlijk weinig om de toeristenstroom enigszins te beperken. Inmiddels zijn er alweer meer toeristen dan in 2019, vlak voor corona. In de binnenstad is dan ook bijna uitsluitend toeristen-meuk te krijgen en voor een gewone supermarkt of andere dingen die je regelmatig nodig hebt moet je de binnenstad al vaak uit. Maar al met al was het toch wel een aangename mix van mensen en dingen die je kunt zien. Er zijn slechtere plaatsen in de wereld. Gefotografeerd is er natuurlijk ook. Zie: