Aan Amsterdam zal het niet liggen, mocht over een jaar of tien blijken dat er in Nederland toch te weinig woningen zijn gebouwd. Want hier worden nog hele woonwijken uit de grond gestampt. Want zelfs binnen de Ring blijkt nog behoorlijk wat ruimte op voormalige industrie- en haventerreinen om in de grote woonbehoefte te voorzien. Cruquius is zo’n nieuwe woonwijk ten oosten van het centrum aan de oever van het Amsterdam-Rijnkanaal. Huisjes-met-tuintjes staan hier alleen niet. Wel appartementencomplexen van vijf tot tien verdiepingen, met op de penthouses grote terrassen met dito prijskaartjes. Er is met mooie en hoogwaardige materialen gebouwd en het ziet er prachtig uit tegen de strakblauwe lucht die er zaterdag was. Waar mogelijk is nog wat industrieel erfgoed bewaard rond het voormalige Ketelhuis en de vroegere oliefabrieken. Allemaal in kleurstellingen die mooi harmoniëren met de nieuwbouw erom heen.
Aan de oever van het kanaal spreken we een vrouw die een jaar geleden uit het centrum hierheen is verhuisd. Maar ze heeft heimwee naar het centrum. Het ziet er hier prachtig uit, vond ze, dat wel. Maar het is ook heel stil, tegelijkertijd dus ook heel saai en ’s avonds kan je er een kanon afschieten. Ze was dus al weer op zoek naar iets anders. Gelukkig had ze gehuurd, dus ze kon zo weer weg. Helemaal af is Cruquius alleen nog niet. Op de noordpunt staan alleen nog de damwanden van iets dat er nog moet komen. Natuurlijk nog meer woningen, maar er zijn vage plannen voor ‘iets cultureels’, hoewel ze de ‘business case’ voor dat culturele nog niet rond kunnen krijgen. Dat zou te maken hebben met de toch wel wat afgelegen ligging van die noordpunt. Aan de overkant van het kanaal zie je alweer de volgende woonwijk verrijzen: de Sluisbuurt. Hier komt de échte hoogbouw en er staat al een wooncomplex van meer dan dertig verdiepingen. Daar gaan we volgend jaar maar eens kijken en er foto’s maken. De foto’s van Cruquius staan op:
Mede ter voorbereiding van een reis naar Thailand en Cambodja in december, zijn René en ik naar Maastricht afgereisd. Want daar woont Jack, een vriend van ons die in de laatste jaren de hele winter in Thailand doorbrengt en ons van de nodige tips zou kunnen voorzien. En als je dan toch in Maastricht ben, kun je er net zo goed een dagje uit van maken en de stad bovendien nog eens fotografisch onder handen nemen. In een paar uurtjes kun je dan een tamelijk overzichtelijk rondje maken vanaf het station via het Onze Lieve Vrouweplein en het Vrijthof naar de Markt, waar Jack ons in een café aan het eind van de middag zou opwachten.
Al in de stationsstraat valt op dat Maastricht niet een gewone Nederlandse stad is. Hier geen keten-winkels uit een gewone doorsnee winkelstraat, maar vooral sjieke en ook bepaald niet goedkope winkels. En dames en heren die er goedgekleed bijlopen. Niet voor niks zijn de Maastrichtenaren trots op hun eigen identiteit, die ze dan ook met verve uitdragen, door waar mogelijk hun eigen dialect (pardon: taal) te voeren. Bij ‘la Bonne Femme’ aan het Onze Lieve Vrouweplein hadden ze, zo wisten we nog, de lekkerste uiensoep die we ooit hadden gegeten en gelukkig was er aan het recept niets veranderd. Ik ben al vaak op het Onze Lieve Vrouweplein geweest, maar nog nooit de basiliek ‘Onze Lieve Vrouwe Sterre der Zee’ binnen bezocht. Nu dus wel. Want gelukkig begon het net zachtjes te regenen, en anders hadden we dat fraaie monument nog over het hoofd gezien.
Op het Vrijthof belanden we bij “In Den Ouden Vogelstruys”, een populaire uitspanning op dat plein. Daar wordt duidelijk dat Maastricht niet alleen die eigen identiteit heeft, maar inmiddels ook een echte universiteitsstad is geworden met veel buitenlandse studenten, die veelal Engels spreken. Daarom is de menukaart daar tweetalig geworden: Maastrichts en Engels. En net toen het écht begon te regenen, hadden we het eindpunt bereikt, waar Jack klaar zat, we lekker aan het bier konden en de komende reis wat konden voorbereiden. Het foto-uitstapje is vastgelegd op:
De Dam-tot-Dam loop, van Amsterdam naar Zaandam, precies 10 Engelse mijl, dus 16,1 kilometer. Ik heb er een aantal keren aan meegedaan, maar ben met deelname eraan gestopt omdat er naar mijn idee veel te veel deelnemers waren. Dat was het moment dat er 25 duizend lopers waren. Het was toen al zó druk, dat je de eerste twee kilometers niet eens kon hardlopen, maar moest wandelen. En dan nog wel in het leukste stuk, in de IJ-tunnel. Misschien dat dit ook wel de populariteit verklaart. Want wanneer kun je nou eenmaal in een tunnel lopen? Inmiddels is het evenement verder in omvang uitgegroeid en deze 2024-editie telde 46 duizend deelnemers.
Wel hebben ze er nu voor gezorgd dat het starten veel meer was gespreid over maar liefst zes uren, zodat van wandelen geen sprake meer hoefde te zijn. Maar dus nog steeds bijna acht duizend starters per uur. Alleen jammer dat de laatste negen duizend deelnemers niet eens meer kónden starten, want de organisatie had de handen vol aan de verzorging van lopers die door de warmte waren bevangen, waardoor het evenement in de loop van de middag werd stilgelegd. Als toeschouwer leek het me juist aangenaam, maar kon het niet laten om de maximum temperatuur van die dag bij het KNMI te checken: 23,7 graden. Moet kunnen, zou je zeggen. Maar de beste stuurlui staan natuurlijk aan wal, lekker makkelijk met de camera. Die camera had bij de ingang van de IJ-tunnel het volgende vastgelegd:
In deze tijd van het jaar heb je van die prachtige wolkenluchten die vandaag uitnodigend genoeg waren om de camera te pakken en maar weer eens een klein foto-rondje te maken. Zelfs als je maar een half uur hebt en je wilt er toch even uit, dan is vanuit huis alleen al het ommetje rond het Oosterdok voldoende voor een aantal fotogenieke bezienswaardigheden met dito achtergronden. Dat Oosterdok begon ooit als een echte haven, maar tegenwoordig lijkt het vooral een verzamelplaats van boten, waarvan je je afvraagt of ze nog kunnen varen of, sterker nog, ooit gevaren hebben.
Maar het gaat natuurlijk om wat er inmiddels aan de oevers staat. Het gebied heeft de afgelopen dan ook een metamorfose ondergaan en herbergt nu in één oogopslag niet de minste instituten, zoals het NEMO Science Museum, de Openbare Bibliotheek, het Conservatorium, het Scheepvaartmuseum en aan de rand van dat gebied het Centraal Station. En als je dan nog een kwartiertje extra hebt ga je via de Zeedijk en de Nieuwmarkt richting Jodenbreestraat. Daar heb ik al honderden keren gelopen, maar ineens zag ik die verzameling van kleurrijke woongevels, die me blijkbaar in al die jaren niet waren opgevallen. Zo gaat dat vaker. Zelfs als je ergens al voor de zoveelste keer komt, vallen je elke keer weer nieuwe dingen op. Die gevels konden er in de fotoserie dus nog wel bij. Zie:
Het Centraal Station is andermaal een bouwput, en eigenlijk is het dat al sinds ik in Amsterdam woon. Nu wordt er weer gewerkt aan de zoveelste herprofilering, waarbij het plein voor het station nóg overzichtelijker moet worden met nóg meer ruimte voor voetgangers en fietsers. Vorige jaar is een grote ondergrondse fietsenstalling in gebruik genomen en nu wordt er weer gewerkt aan een uitbreiding daarvan. En binnen wordt gewerkt aan meer en ook langere sporen. Dat laatste bevordert de overzichtelijkheid bepaald nog niet want het is eerst nog even trap-op-trap-af door een soort van doolhof, als je met de trein aankomt en snel naar huis wil.
Maar de achterkant is nu wel zo’n beetje af. Lijkt me tenminste zo, want aan de hal daar is al jaren niets meer veranderd en is nu een fraaie toegang, annex winkelgalerij en busstation met een mooie overkapping geworden. En vorig jaar is er een flaneerboulevard aan het water gekomen, waar je heerlijk kunt zitten en over het water en de passerende boten uit kunt kijken. Een prachtig punt, vooral als je het rondslingerende afval kunt negeren. Op zoek naar een eetgelegenheid kwamen we er op een schemerige avond terecht en hebben meteen maar het station fotografisch onder handen genomen. Het resultaat staat op:
Met de zomer is het uiteindelijk dan toch nog goed gekomen. En zelfs in september lijkt het nog niet afgelopen en mogen we ons verheugen op nóg een paar van die mooie dagen. Behalve de nodige buitenactiviteiten is er vanzelfsprekend tijd ingeruimd voor strandbezoek, met Zandvoort en Callantsoog als favoriete locaties. Opmerkelijk vind ik altijd Zandvoort. Het strand bij het centrum is overvol, maar zou je bereid zijn een halfuurtje te lopen, tref je nagenoeg lege stranden. En je hebt er adembenemende zonsondergangen. Heel groot nadeel is de reis erheen. De auto kan je vergeten, en de treinen zijn op de echt warme dagen overvol.
Callantsoog is een ander verhaal. Wel een stukje verder, maar filevrij erheen, parkeerruimte in overvloed en tien minuten lopen is voldoende. De attractie van Callantsoog betrof ooit vooral de strekdammetjes, waarop bij laagwater allemaal krabbetjes en schelpdieren te vinden waren. Om dat te zien moest je er snel bij zijn, want de meeuwen hadden daar de boel binnen een half uur leeggegeten. Alleen is dat zeeleven in de laatste jaren door de recente zandafgravingen nagenoeg verdwenen, dus die attractie evenzeer. Toch is Callantsoog niet van de agenda verdwenen, al was het maar om op die hele warme dagen een alternatief voor Zandvoort te hebben. De camera ging meestal mee en de plaatjes spreken voor zich. Zie:
Twente, de streek waar ik mijn middelbare schooltijd heb doorlopen. Zo vaak kom ik er niet meer en de boodschap die René in Hengelo moest doen is dan ook meteen aangegrepen om er een dagje uit van te maken. Na de boodschap ging het vanaf Hengelo eerst naar Deurningen. Mijn moeder kwam daar vandaan. In mijn jeugdjaren was dat – althans in mijn herinnering – nog een klein dorpje en ik heb daar in mijn heel jonge jaren veelvuldig op de boerderij van haar familie gelogeerd. Maar nu is het een uit de kluiten gewassen dorp en inmiddels bijna opgegaan in de stad Hengelo. Even verderop Oldenzaal, waar mijn middelbare school stond en nog steeds staat. Oldenzaal is de kleinste, maar vooral de leukste stad van Twente. Vandaag extra leuk, want we vielen er met de neus in de boter bij de zomerfeesten met lokale artiesten en volle terrassen. In Ootmarsum en Vasse is het uitstapje afgerond bij twee watermolens uit de 18e eeuw. Nog in de stijl zoals die honderden jaren geleden was en de molens leken dan ook visueel bijna samengesmolten met het omliggende landschap. De korte foto impressie staat op:
Elke derde maandag van augustus wordt op de Zeedijk in de Nieuwmarktbuurt de ‘Hartjesdag’ georganiseerd. De bedoeling is dat mannen vrouwenkleren dragen en vrouwen mannenkleren. Dat laatste wordt alleen heel weinig gedaan. En gelukkig zijn er ook nog mannen die mannenkleren dragen. Waar die traditie vandaan komt weet inmiddels niemand meer, maar dat is bepááld geen reden om het feest dan maar niet meer te vieren. Wat betreft outfit en presentatie was er ook een competitie en René is er in de afgelopen twee jaar met de hoofdprijs vandoor gegaan. Niet zozeer door zijn vrouwenkleren, maar door de liederen die hij daar zong en de zingende zaag die hij toen bespeelde. Dit jaar beperkte hij zijn optreden tot een oogverblindende rode jurk. Het gaat op Hartjesdag vooral om de gezelligheid en het viel me op hoeveel mensen elkaar in de Nieuwmarktbuurt eigenlijk kennen. Net een dorp dus. Kijk maar op:
Door het slechte weer van de afgelopen weken, zelfs maanden…, is er van fietsen bijna niks terecht gekomen. Maar eindelijk zag het weer er voor de komende dagen zodanig goed uit dat een tweedaagse fietstocht kon worden gepland. Deze keer van Zwolle naar Steenwijk, hemelsbreed een afstand die je zelfs op een ochtendje nog met je vingers in de neus makkelijk kunt afleggen. Maar ik ging met René, en dat betekent onderweg goed kijken, veelvuldig afstappen en foto’s maken. Totdat ik in de trein ontdekte dat ik mijn camera vergeten was. Ik ben pás 75 geworden en dat is dus meteen al te merken. Ik was dus voor de fotografie tot mijn mobiel veroordeeld. Allergrootste nadeel daarvan is de wel heel beperkte zoom-mogelijkheid. Maar bij mooi weer en zonder de ambitie om er meteen vergrotingen van te gaan maken zou er wel wat van te maken zijn. Bovendien fotografeert de hele wereld met een mobieltje, dus waarom zou ík dat niet eens een keertje doen..? Eindoordeel van de kwaliteit: gáát wel…, maar de mogelijkheden en de resultaten van alleen al een compact cameraatje zijn duidelijk beter.
We waren duidelijk niet de enigen, die het plan hadden opgevat om de fiets in de trein mee te nemen. Op het balkon van de intercity naar Zwolle stonden zeven fietsen geparkeerd, waardoor de doorgang van de conducteur onmogelijk was. De NS krijgt duidelijk buikpijn van al die fietsen, waar ze eigenlijk van af willen. Maar het ongemak van de fiets in de trein en van de vergeten camera werden ruimschoots goed gemaakt door wat onderweg weer te zien was en waardoor nogmaals het besef doordrong dat je ook zonder camera kunt genieten en dat Nederland een prachtig land is (vooral bij mooi weer, moet ik er eigenlijk ook wel bij zeggen..). In Zwartsluis was er dan de verrassing van de terugvondst van ‘het verloren schip’ de ‘Pollux’. Het was me inmiddels al opgevallen dat dit toch wel iconische en veelvuldige gefotografeerde schip niet meer aan de NDSM-kade in Amsterdam ligt. Maar nu blijkt het hier te worden gerepareerd, eigenlijk gerestaureerd en hopelijk staat het ooit weer te pronken aan onze NDSM-kades. Kijk zelf maar of mijn mobieltje toch nog wel een beetje kan fotograferen. Het staat allemaal op:
De Canal Parade is zaterdag voor inmiddels de 27e keer gehouden. Je hoort wel eens uit kritische monden: “elk jaar hetzelfde”. Eigenlijk is dat ook wel zo, maar elk jaar is het toch ook wel weer een buitengewoon feestelijk gebeuren, waar honderdduizenden mensen op af komen. En hoewel een beetje stad elk jaar wel een Gay Parade door zijn straten organiseert is die in Amsterdam uniek, omdat die over het water voert. Toch verandert het karakter van de parade af en toe. In de eerste jaren was er bijvoorbeeld veel bloot te zien, maar door de kritiek daarop zijn er wat dat betreft regels gekomen. Gaandeweg werd het wel commerciëler, en waren er meer boten, met bakken vol dansende mensen, van grote bedrijven, die daarmee wilden laten zien dat ook zij een beleid van diversiteit hadden. Ook daarop kwam kritiek, en de laatste jaren is het aantal commerciële boten toch weer wat minder geworden.
We wonen wat betreft de Canal Parade nu op een A-locatie, want de stoet komt sinds 2017 vlak langs ons huis. Marcel stond samen met zijn Gay Swim Amsterdam op een van de boten en ik had me met René met stoeltjes en koelbox langs de route genesteld, waar we al snel gezelschap kregen van allerlei voor ons onbekende mensen uit Hengelo en Heerlen, die er kennelijk een lange treinreis voor over hadden gehad. Natuurlijk zijn er foto’s gemaakt. Die spreken voor zich, lijkt me zo, en zijn te zien op: