In deze donkere, natte en koude dagen krijg je de neiging om de hele dag binnen te zitten, maar daarmee wordt de wereld een stuk kleiner dan in die uitbundig heerlijke zomerdagen van weleer. Zelfs voor mijn periodieke hardlooprondjes moet ik al over een hoge mentale drempel heen stappen. Maar gelukkig is er in november het International Documentary Film Festival Amsterdam (IDFA), dat we elk jaar bezoeken en waardoor je gedwongen wordt om in weer en wind van de ene bioscoop naar de andere te lopen en dus kunt zien hoe de stad verandert. Ten goede, zo blijkt elke keer weer. Want hoewel je overal gemopper hoort dat er allerlei straten voor de zoveelste keer zijn opgebroken, moet je toch ook vaststellen dat veel plekken er een stuk beter uitzien dan pakweg dertig jaar geleden, toen ik hier kwam wonen. Het Leidseplein bijvoorbeeld, waar ik niet zo heel vaak kom, en dat er jarenlang opgebroken en troosteloos heeft bijgelegen, is nu een fraai en overzichtelijk plein geworden met mooi straatmeubilair en goede verlichting.
Hoewel er dus veel ten goede is veranderd stemt het aanbod van wat je in winkels kunt kopen tot enige treurigheid. In geen enkele winkel vond ik iets wat je dagelijks nodig zou kunnen hebben. Zo valt er bijvoorbeeld aan etenswaar niets in de schijf-van-vijf te ontdekken. Wat er wel te krijgen is, is vooral ‘toeristen-meuk’, hoewel ik me afvraag of zelfs toeristen die dingen nodig zouden kunnen hebben. De nieuwste trend in dat genre is de ‘Mama Duck Store’, een winkel waar je uitsluitend kleine (bad)eendjes kunt kopen, en waarvan ik op een paar honderd meter van elkaar maar liefst vier vrijwel identieke filialen heb geteld. Ik vraag me werkelijk af wat het business model van die filialen zou kunnen zijn. De volgende metamorfose van de stad moet dus het opruimen zijn van al die meuk en in plaats daarvan winkels en andere gelegenheden, waar iederéén blij van wordt. Want dat zou toch de bedoeling moeten zijn van het leven. De stad is inderdaad nog niet af. Zie:
Herfstkleuren zijn op zijn mooist in deze tijd van het jaar, medio november dus. Terwijl de bladeren bij de ‘waaibomen’ in de polder al lang weg zijn, blijven ze bij de eiken op de zandgronden nog het langst. Vooral als de herfststormen nog even zijn uitgebleven en er nog veel mooi roodbruin blad aan de bomen hangt. En dat was dit jaar zo. Ideaal dus voor het jaarlijkse uitstapje met mijn drie broers. Dat wordt bij toerbeurt georganiseerd door één van ons en dit jaar was het broer Wim, die iets nuttigs/aangenaams moest verzinnen in de omgeving van Raalte. Dat werden dus de stuwwallen in midden-Overijssel die daar vele eeuwen geleden een heuvelrug hebben achtergelaten.
Met een aangename wandeling door het oude en kleurige eikenbos-landschap, met als letterlijk hoogtepunt de 71 meter hoge Archemerberg, even ten zuiden van Ommen. In Nederland hebben we het bij die hoogten al gauw over een ‘berg’. Maar die wel voldoende hoog is om in één oogopslag in het roodbruine landschap de plaatsen Ommen, Zwolle, Meppel en Almelo goed te kunnen zien liggen. Met nog geen vijf kilometers bleef de wandeling overzichtelijk, zodat er nog tijd overbleef voor het bier en het afsluitende etentje om zodoende met elkaar allerlei aspecten van het leven door te kunnen nemen. Want zo heel vaak zien we elkaar nou ook weer niet. Het nuttige en aangename van die dag is samengevat op:
Het is onrustig in de stad. Dat zal niemand zijn ontgaan. Misschien dat de feestelijke verlichting in de stad aanleiding kan zijn voor enige verbinding, maar ik ben bang dat de commercie hier vooral de drijvende factor is. Hoe dan ook, het is hier al volop Kerstmis. En zelfs dát is al aanleiding voor enige maatschappelijke onrust bij diegenen die vinden dat de verlichting pas aan mag als de Sint op 6 december het land heeft verlaten. Hoewel dit niet mijn favoriete jaargetijde is, maken we regelmatig een avondwandeling en genieten we toch van de sfeer die de commercie heeft gecreëerd. Temidden van al die onrust moest ik ook ineens denken aan wat onze geliefde burgemeester Eberhard van der Laan zei, kort voor zijn overlijden: “Zorg goed voor de stad en voor elkaar. Ik hoop dat Amsterdam de lieve stad blijft die hij is”. Met dat in gedachten kan iedereen die dat wil toch op zijn eigen schaal een beetje aan verbinding bijdragen. Een kleine indruk van mijn geliefde stad in deze donkere dagen staat op:
Het doel was een wandelingetje met René rond het Oosterdok, onder meer om elkaar enige geestelijke bijstand te verlenen naar aanleiding van de nederlaag van Kamela Harris. Het weer was helemaal in overeenstemming met de stemming die er bij aanvang was en in het weerbericht noemen ze dat dan een ‘grijze dag’. Inderdaad ligt de wereld er kleurloos bij, bijna zoals op zwart-wit foto’s. De camera is dan ook thuisgebleven, maar onderweg kreeg ik daar toch spijt van. Want zelfs op die grijze dagen kan je sfeervolle foto’s maken. Dus is het mobieltje maar weer eens voor de dag gehaald om nog maar wat van de sfeer vast te leggen, niet ideaal, maar in elk geval beter dan helemaal niks.
We belanden aan de waterkant van de Prins Hendrikkade, waar nog rommelige straatjes liggen die toegang verlenen tot de woonboten die er zo te zien al eeuwen liggen. Ik was daar nog nooit geweest en daar troffen we een van de bewoners met wie we in gesprek raakten over het wonen daar en ook over de aanleiding van ónze wandeling. “Oh, da’s waar ook, de verkiezingen in Amerika…! Wie heeft er eigenlijk gewonnen?” Kijk, zo kan je dus ook in het leven staan: kennis nemen van de verkiezingsuitslag, dat meteen van je af laten glijden en doorgaan met je leven. Je kan er toch niks aan veranderen en het bespaart je in elk geval een hoop negatieve energie. Dat was nou net de relativering die nodig was en de wandeling eindigde in wat minder mineur op de bovenste verdieping van de Openbare Bibliotheek met koffie en een prachtig uitzicht over de stad. Een grijze stad, dat nog wel. Zie:
De ‘Miljoenenlijn’ is de lokale spoorlijn die ooit in Zuid-Limburg de plaatsen Valkenburg, Kerkrade en Aken verbond. Aangelegd in de 30’er jaren van de vorige eeuw en de naam is ontleend aan het voor die tijd astronomische bedrag van 12,5 miljoen gulden dat moest worden neergeteld voor de eerste 12,5 kilometer spoor. Aanvankelijk bedoeld voor het vervoer van mijnwerkers en materialen voor de steenkolenmijnen. Later ook voor het gewone reizigersvervoer en tot 2006 heeft de lijn nog een functie daarin gehad. Maar op dat moment was de exploitatie financieel niet meer rond te krijgen en is de lijn verder gegaan als ‘toeristenlijntje’. Het bijzondere is toch wel dat de lijn nu grotendeels wordt gerund door vrijwilligers.
De gelegenheid is dan ook aangegrepen om zelf ook maar eens ritje te maken. Want tenslotte zijn we hier zelf ook toerist. Het ging van Simpelveld naar Schin op Geul en terug naar Kerkrade en tot slot heen en weer naar het Duitse Vetschau onder de rook van Aken. Afstandjes die met de auto met gemak in een uurtje te doen zijn, maar met deze trein waren we zo maar een halve dag onder de pannen. Behalve het aangename ritje door het Zuid-Limburgse landschap bij dat zomerse najaarsweer, was het vooral ook de ervaring van de treinreizen in de 50’er en begin 60’er jaren van de vorige eeuw: de stoomtrein, de huisstijl van de borden, de kartonnen kaartjes en de uniformen van de conducteurs. Die nostalgische ervaring is vastgelegd op:
Een weekend weg met Marcel en zijn ouders. Deze keer naar Simpelveld. Niet dat daar nou zo veel te zien was, maar daar stond toevallig het vakantiehuisje dat we hadden gehuurd. Het ging ons om Zuid-Limburg, een veelzijdige regio, waar je dus met gemak ruim twee dagen kunt doorbrengen. Een bezoek aan de grotten onder de Sint Pietersberg bijvoorbeeld. Ontstaan door de eeuwenlange mergelwinning en inmiddels ligt er een uitgestrekt labyrint van gangen en tunnels van ruim 60 kilometer lengte. We hebben daar een rondleiding met drie zaklantaarns op batterijen, want er is geen verlichting. Ons wordt dan ook uitdrukkelijk op het hart gedrukt bij de groep te blijven en beslist niet een zijpad in te slaan, want je verdwaalt onherroepelijk en kunt niet worden teruggevonden, want er is nergens licht en al helemaal geen telefoonbereik. En áls je al wordt gevonden, is het waarschijnlijk niet meer op tijd.
De grotten zijn onder meer gebruikt als schuilplaats tijdens oorlogen en zelfs voor het creëren van wat je kunstwerken zou kunnen noemen. Het heeft in de Tweede Wereldoorlog gediend als schuilplaats voor Rembrandts Nachtwacht. Met de bedoeling van de Duitsers om als roofkunst te worden meegenomen naar Duitsland, maar dat is dus niet gelukt. De terugweg naar Simpelveld liep door de Voerstreek. Sowieso een prachtige streek, maar het toetje vond ik toch wel de klim vanuit Gemmenich naar het Drielandenpunt. Zoete herinneringen aan die keren dat ik daar heb gefietst. Wat haarspeldbochten door een bos, een heel rustige weg en dan ineens is er na een bocht naar links een parkeerterrein met bussen en de kermis van het Drielandenpunt. Maar vanaf een uitkijktoren overzie je de regio en zie je dat Vaals eigenlijk een voorstad van Aken is. De indruk van de dag staat op:
Bezoek uit Limburg van een vroegere studievriend, die niet zo heel vaak in Amsterdam komt. Dat betekende dus, ondanks de wat sombere herfstdag, een stadswandeling en het met elkaar doornemen van wat zich het afgelopen jaar heeft voorgedaan. En meteen ook maar weer eens een mooie gelegenheid om een aantal toeristische hot-spots aan te doen. Ik kreeg dan ook niet meteen de neiging om dan de toeristengids uit te hangen, maar eerder om zélf maar weer eens een toerist te zijn. Want zo vaak kom ik nou ook weer niet op die hot-spots.
De renovatie van de Hortus Botanicus nadert zo te zien zijn voltooiing, hoewel op het eerste gezicht de nieuwe Hortus aan de buitenkant niet zo heel veel verschilt van de oude. Binnenkort maar eens zien hoe het er aan de binnenkant uit gaat zien. Dan niet ver daarvandaan het nieuwe Nationaal Holocaust monument met zijn 102.000 namen van slachtoffers. Eerder was ik er ook al eens met wel een héél kort bezoekje wegens neerplenzende regen, maar nu kon het bezoek iets langer. De namen zijn geclusterd naar familie en het is indrukwekkend om te zien dat hele families slachtoffer van de holocaust zijn geworden. Via de grachtengordel ging het naar het Museumplein. Zonder reservering vooraf kun je zo naar binnen lopen bij het Stedelijk Museum met vaak inspirerende en wisselende exposities van moderne kunst.
Dan naar de Jordaan, vroeger een volkswijk maar in de laatste twintig jaar sterk ver-yupt. De boegbeelden van Johnny Jordaan en Tante Leen staan daar op een sokkel en ze zouden zich in hun graf omdraaien als ze zouden zien wat er van hun wijk geworden is. De prijzen van het eten en drinken zijn daar inmiddels navenant, maar een biertje in een lokaal café en een pizza in een hip restaurantje konden er nog wel van af. Het Centraal Station is dan niet ver meer en daar heb ik mijn gast afgeleverd bij de trein terug naar Maastricht. Ondanks de wat sombere dag is de camera toch mee geweest. De Jordaan komt alleen niet meer in de gemaakte serie voor omdat het daar al te schemerig was geworden. De overige indrukken van de stad staan op:
Amsterdam is een stad met veel water en dus ook veel bruggen. Meestal steek je over een brug het water óver, maar als je lángs het water fietst krijg je ook een inkijk in de wereld ónder die bruggen. Een wereld die zich aan de meeste ogen onttrekt. Het is er rommelig, en is veel graffiti, maar wat vandaag vooral opviel was het perspectief dat je onder die bruggen vaak hebt. Vooral onder de ringweg A-10 is op dat gebied veel te zien als je er tenminste even stil staat en je ogen de kost geeft. Want hoe langer je ergens staat, des te meer ga je dan uiteindelijk ook zien. Het duurde alleen allemaal wel lang, waardoor IJburg weliswaar is bereikt, maar niet meer verder is verkend. Bovendien was er aan het begin van IJburg een heerlijk terras in de zon, uit de wind en lekkere cheese-cake, waardoor we daar zó lang zijn blijven zitten, dat er van een verkenning van IJburg niks meer terecht kwam. Volgende keer dan maar. Het perspectief onder de bruggen is in beeld gebracht op:
Ik ging weg voor nu al weer mijn zesde Covid-vaccinatie en elke keer is die ergens anders in de stad. En elke keer moet ik ook op Google opzoeken waar het is en hoe je er komt. Zo kom je nog eens ergens, zelfs in Amsterdam waar ik nu al dertig jaar woon. Deze keer op de Jacob Bontiusplaats, nooit van gehoord, maar het blijkt op loopafstand te zijn. In Oostenburg nog wel, de nieuwe wijk in aanbouw op de Oostelijke Eilanden. Ik was er al een jaar of twee niet meer geweest, de zon scheen en een mooie gelegenheid dus om de wijk weer eens fotografisch onder handen te nemen.
En het is er bijna af, er wonen al mensen, maar die moeten hun weg nog vinden tussen het bouwverkeer en zich tevreden stellen met hier en daar nog zandhopen, en dus af en toe ook modderpoelen voor de deur. En hoewel je er dicht op elkaar woont, is het erg fraai en hebben ze gevarieerde en prachtige materialen gebruikt. Veel glas, veel kleuren en ook hier en daar houten gevels. En in het midden van de wijk staan als industrieel erfgoed de enorme ‘van Gendthallen’. Nu nog bepááld niet af, maar in 2026 gaat het er heel mooi en heel multifunctioneel worden met (vast nog wel onder meer) expositieruimte, horeca, kantoren en woningen. Dan nog maar eens terugkomen als ook die hallen af zijn en de modderpoelen zijn verdwenen. De fotoserie van vandaag staat op:
Durgerdam: een piepklein dorpje aan het Markermeer. Ondanks dat het deel uitmaakt van de gemeente Amsterdam, heeft het zijn karakter behouden dat het altijd heeft gehad. Misschien komt het omdat het best ingewikkeld is om er met de auto te komen. Want als de auto ergens makkelijk kan komen, kan het rap veranderen. Maar met de fiets is het eenvoudiger via de twee bruggen over het IJ, de Amsterdamse brug en de Schellingwouderbrug. Bovendien kom je dan in de wereld ónder deze bruggen en dat is een heel andere dan die erboven en er gelden zelfs andere – weliswaar ongeschreven – wetten.
En eenmaal de Ring gepasseerd, ben je meteen buiten de stad en sta je in het polderland. Het dorp zelf van 515 inwoners heb je snel bekeken en als je er niks te zoeken hebt, kom je er ook alleen maar als je toch in de buurt bent. En dat waren we, net na het bezoek aan de nieuwe wijk Cruquius. Behalve het dorp, het water en de fraaie boten, is de andere attractie dat Almere hier aan je voeten ligt. Het vage plan dat ooit is gemaakt om een brug naar Almere aan te leggen leek me altijd erg onrealistisch. Maar nu ik hier zo sta lijkt het me zo gek nog niet. Het zal wel het einde betekenen van nu nog kneuterige Durgerdam. Hoe dat er vandaag uitziet en hoe je er komt is vastgelegd op: