Aan het eind van het jaar wordt het traditionele Amsterdam Light Festival gehouden. Een verzameling lichtobjecten langs de grachten, dankbaar aangegrepen door de uitbaters van de rondvaartboten, die in het laagseizoen graag een graantje willen meepikken. Maar je kunt het festival natuurlijk ook gewoon te voet doen. Alleen doe je dat het liefst bij droog weer. En dat is dit jaar eigenlijk wel een probleem. Het was me de laatste tijd al opgevallen dat in de weersverwachting soms ook werd aangegeven wanneer het niét zou gaat regenen. En ineens was dat zo: op Tweede Kerstdag nog wel. En dat hebben we gemerkt. Het was alsof de halve stad had zitten wachten op dat moment, want het was af en toe schuifelen langs de lichtobjecten, en het is nog een wonder dat er niemand in het gedrang te water is geraakt.
Ik moet zeggen dat het ‘Festival’ me deze keer niet tegenviel. Ik heb me in het verleden wel eens wat badinerend uitgelaten over de organisatie, maar het was deze keer alleszins de moeite waard. Niet alleen waren er verrassende lichtobjecten, maar ook was het ruimtelijk wat handiger opgezet. Je hoefde alleen maar de Herengracht af te lopen, bij de Brouwersgracht richting het Scheepvaartmuseum te gaan, en dan had je alles gezien. En als je er – natuurlijk met de camera – toch eenmaal bent, kun je net zo goed ook de rest van de fraai belichte stad onder handen nemen. Hoe dat er op deze droge avond uitzag, staat op:
December is een maand die ik het liefst zou willen overslaan. Eigenlijk januari ook, wat december nog erger maakt, want het perspectief van het nieuwe voorjaar is dan nog verder weg. Bovendien is de natuur zo dood als een pier, zodat die twee maanden dan veel bezig zijn binnenshuis betekenen. Maar woensdag was het ineens droog en scheen er zelfs een bescheiden zonnetje, waarvan ik begon te denken dat die nooit meer zou terugkomen. Gezien de korte daglichtperiode moet je jezelf dan wel even aanpakken. Maar zo moeilijk blijkt dat nou ook weer niet te zijn. Met de trein in nog geen half uur naar Overveen en dan lopen naar Zandvoort, zo’n tien kilometer verderop door een van de fraaiere natuurgebieden van Nederland.
Alleen al het treinstationnetje van Overveen is de moeite van het bezichtigen waard. Eigenlijk is het een groot uitgevallen vooroorlogs woonhuis, in de stijl die het hele dorp heeft. Met een terrasje voor de deur en een aanpalend klein supermarktje. Eenmaal aan de wandel blijkt Overveen een sjiek dorp met voorname optrekjes tussen eeuwenoude eiken. Verderop verandert de aanblik langzaam in een duinlandschap en dan blijkt de natuur bij nader inzien toch niet zo heel dood. En eenmaal in Zandvoort werden we, juist dankzij die korte daglichtperiode, getrakteerd op een prachtig ondergaande zon. Precies op het goede moment, want in de zomer moet je daarvoor tot tien uur ’s avonds wachten. Hoe de natuur er in december uitziet staat op:
Je moet er wat voor over hebben: Glow in Eindhoven. Het jaarlijkse lichtspektakel aldaar is eigenlijk wel het beste wat Nederland op dat gebied te bieden heeft. Ik had een bezoekje eigenlijk al afgeschreven, want om daar nou twee uur in de stromende regen rond te lopen, vond ik wel wat too much. Maar ineens bleek het zomaar een avond niét te regenen, dus is – gewapend met onze camera’s – samen met René de trein gepakt en is dankzij de vrije reisdagen van de NS naar het zuiden afgereisd. Van oorsprong is Glow een Philips-feestje en waar kan je dat dan beter organiseren dan in de ‘lichtstad’, die Eindhoven ooit was. Want lampen worden er al lang niet gemaakt en de activiteiten van Philips zelf zijn, inclusief het hoofdkantoor, ook grotendeels naar elders verhuisd. Maar inmiddels is aan de westkant van de stad een nieuw ASML-imperium in opbouw, mede dankzij de know-how die Philips er heeft achtergelaten. En anders zijn het wel de technische wizz-kids in Strijp-S, die aan het lichtspektakel net dat extra cachet konden geven dat het die avond uitstraalde. Hoe dan ook, we hebben het rondje van ongeveer twee uur, soms schuifelend door de modderpoelen, gemaakt. En hoewel fotograferen bij avond niet mijn liefhebberij is, is er toch nog wel een fotoserietje gekomen op:
Het jaarlijkse uitstapje met mijn broers was deze keer in Zwolle, zo’n beetje in het geografische midden tussen onze woonplaatsen en makkelijk bereikbaar per trein. Bij toerbeurt zijn we verantwoordelijk voor de organisatie en een ordelijk verloop van de dag. Het concept is eigenlijk eenvoudig: eerst koffie met bijbehorende versnapering. Daarna iets educatiefs, aan het eind van de middag bier, en ter afsluiting dineren in een niet al te eenvoudig restaurant. Bij de koffie en versnapering ging het al snel weer over de nationale politiek. Wat dat betreft was de datum uitstekend gekozen. De belangstelling voor de politiek hebben we van onze vader, die daarvan ook niets wilde missen. Hij zou zich overigens verbazen, als hij zou zien hoe ons nationale politieke landschap er thans bij ligt.
We komen verder uit een onderwijzersfamilie en de appels zijn ook wat dat betreft niet ver van de boom gevallen. Vandaar dan ook het vaste educatieve onderdeel van de dag. De onderwijzer was deze keer een stadsgids, die ons rondleidde door het compacte centrum en inging op de ontwikkeling van de stad in de voorgaande eeuwen. In de stad stond het ‘Hanzejaar 2023’ centraal, maar eigenlijk was die rol eerder weggelegd voor het ooit veel belangrijkere Kampen. Maar die rol is duidelijk overgenomen door het meer centraal gelegen Zwolle, dat nu een belangrijk trein-knooppunt is geworden. Onlangs is er bovendien een gloednieuw station opgeleverd, dat in bijgaand fotoserietje niet kan ontbreken. Dat serietje staat op:
De herfst is eigenlijk een jaargetijde dat vaak wordt onderschat. De dagen worden korter, het wordt kouder en natter en de zon laat het bovendien wat vaker afweten. En na maanden van buiten zijn, is het dan aantrekkelijk om in je cocon weer wat meer naar binnen te gaan. Maar toch geeft de herfst landschappen een aanblik, die je in andere jaargetijden niet aantreft. Een mist in de wat vroegere ochtend bijvoorbeeld geeft vage achtergronden en scherpere voorgronden, waardoor je je nog meer dan anders in een driedimensionale ruimte waant. En waar kan je dat beter ervaren dan in de geaccidenteerde Kennemerduinen, waar bos, duinen en water samenkomen? Sowieso al een populair wandelgebied, maar op deze vroege maandagochtend was daar nog weinig van te merken. Behalve dan die paar dappere zwemmers, die het toch al koude water trotseerden. Ik was er met twee vrienden, leeftijdgenoten en bovendien ex-collega’s, waarmee we al wandelend niet alleen het landschap voorbij lieten glijden, maar bovendien het leven nog eens wat nader evalueerden. De camera ging mee en het deze keer wat kleinere fotoserietje staat op:
Het was mijn beurt om de jaarlijkse reünie met mijn vroegere Schiphol-collega’s te organiseren. Een aantal van hen woont al lang niet meer in Amsterdam, dus ik schatte in dat ze vast nog niet op het NDSM-terrein waren geweest. Zelf ben ik er al wel vaker geweest, maar het is zelfs voor regelmatige bezoekers toch te moeite waard, omdat het daar elke keer weer verandert. Vooral het gebied aan de linkerkant van de pont líjkt niet meer op wat het pakweg een jaar of vijf geleden was. In plaats van de toenmalige rommeligheid staan er nu gloednieuwe appartementencomplexen, in een gevarieerde architectuur. Je kan er prachtig wonen met uitzicht naar het zuiden op de Amsterdamse binnenstad.
Alleen zou je tussen die mooie gebouwen ook mooie plantsoenen verwachten, maar in plaats daarvan staan er nog steeds enorme heimachines die weer nieuwe palen de grond in rammen, ten teken dat er nog meer gebouwd gaat worden. Het zal dus nog wel even duren voordat het gebied de ziel zal krijgen die andere delen van de stad wel hebben. Maar ook op het NDSM-terrein was nog wel wat aandacht voor de historie. Het vroegere Radio Veronica-schip ligt er bijvoorbeeld. Ooit in bedrijf als piraten-radiozender vanaf de Noordzee, nu in bedrijf als partyboot. En aan de overkant zie je het REM-eiland liggen. Ooit ook een illegale TV-zender, nu in bedrijf als deftig restaurant in het wat hogere segment.
Maar aan de rechterkant van de pont doet het nog wel denken aan wat er ooit was. Vroeger was daar een scheepswerf, nu een verzameling broedplaatsen voor kunstenaars, vormgevers en architecten. Dat alles met een achtergrond van kranen, loodsen en restanten van spoorlijnen. Je zou denken dat het daarmee over vijf jaar ook gedaan is, maar inmiddels is dit beschermd stadsgezicht, dus dat zal er nog wel even blijven. Ons uitstapje was in zoverre onhandig gepland, dat het terrein gereed werd gemaakt voor het Amsterdam Dance Event, en dus veel met hekken was afgesloten en aan het zicht onttrokken. Het NDSM-terrein lijkt me trouwens wel heel geschikt voor zo’n evenement, want waar kan je beter dansen dan in oude en half vervallen fabrieksloodsen. De middag werd geëvalueerd met een kop thee in een decor van vroegere zeecontainers. De gemaakte fotoserie staat op:
De Westertoren staat weer eens in de steigers. Voor de zoveelste keer. Net als veel andere bouwsels in de stad. Ook kruispunten zijn regelmatig wegens werkzaamheden geblokkeerd. Je hoort mij er niet over klagen, want de stad ziet er nu een stuk beter uit dan dertig jaar geleden, toen ik hier kwam wonen. Vrijdag nog maar eens een tour door de stad gemaakt. Het doel was een van de twee fotomusea, Foam of Huis Marseille. Uiteindelijk is het laatste bereikt, maar onderweg was er weer zoveel te zien en ontmoet je zoveel mensen, dat er niet zo heel veel tijd overbleef voor het museum. Mensen vragen je van alles en je vraagt aan mensen ook van alles, maar wat ons die middag opviel was dat niet één van hen in staat was om Nederlands te spreken. Ze waren ofwel toerist, ofwel ze woonden hier als expat of zo.
Het ziet er erg gezellig uit, maar Amsterdam doet nog steeds eigenlijk weinig om de toeristenstroom enigszins te beperken. Inmiddels zijn er alweer meer toeristen dan in 2019, vlak voor corona. In de binnenstad is dan ook bijna uitsluitend toeristen-meuk te krijgen en voor een gewone supermarkt of andere dingen die je regelmatig nodig hebt moet je de binnenstad al vaak uit. Maar al met al was het toch wel een aangename mix van mensen en dingen die je kunt zien. Er zijn slechtere plaatsen in de wereld. Gefotografeerd is er natuurlijk ook. Zie:
De fotoclub stuurde me weer eens naar IJburg. De opdracht van de club is om in anderhalf uur een fotoserietje te produceren, ter bespreking op een later moment. IJburg is inmiddels een volwassen wijk geworden en dat was reden temeer om die wijk maar weer eens fotografisch onder handen te nemen. Er zijn, zeker als bewoner van de binnenstad, genoeg redenen te vinden om er niet te willen wonen. Hoewel afstand natuurlijk relatief is, is het toch wel ver van het centrum en de woonomgeving daar maakt – mede door het nog jonge groen – nog steeds een steriele en weinig doorleefde indruk.
Desondanks wonen er al heel wat mensen en er zijn blijkbaar ook wel redenen om er wél te willen wonen. Als je een boot hebt is dit toch wel de plek waar je moet zijn. Er zijn aanlegsteigers en je kan overal naar toe varen: naar de stad, maar ook naar het IJmeer en zelfs richting het Markermeer. Zelfs zijn er steigereilanden met drijvende woningen. En ook al is de woonomgeving nog wat steriel, er valt heel wat moois te zien vanáf IJburg, zoals het nieuwe stadsstrand en het zicht op de overkant van het IJmeer, zoals Durgerdam en in de verte de stompe toren van Ransdorp. Het fotoserietje van wat er in en vanaf IJburg te zien was is er gekomen en staat op:
Niemand weet onderhand meer wat de oorsprong is van de jaarlijkse ‘Hartjesdag’ op de Zeedijk. De bedoeling was ooit dat mannen vrouwenkleding zouden dragen en vrouwen mannenkleding. Niet iedereen doet dat trouwens, maar dat maakt dit volksfeest er niet minder gezellig op. Het is een feest voor de Nieuwmarktbuurt en het viel me vooral op dat daar eigenlijk iedereen elkaar wel kende: het tegendeel van wat je in een zogenaamd ‘anonieme’ stad zou verwachten. Ook biedt het feest voor iedereen ruimte om voor een jury iets muzikaals te produceren, natuurlijk in combinatie met passende kledij. Alleen jammer dat een omvangrijk evenbeeld van André Hazes vanaf de bovenverdieping van Café het Mandje met oorverdovende geluidboxen alles meende te moeten overstemmen. Puntje voor de organisatie, wil het feest tenminste niet ontaarden in weer zo’n festival van geschreeuw, gezuip en gelal.
Maar gelukkig werden de individuele initiatieven toch op hun waarde geschat. Evenals vorig jaar bracht René weer een aantal zelf geschreven songs op bekende melodieën ten gehore met zijn ‘zingende zaag’. Deze keer als huisvrouw die met haar boodschappenmandje onderweg was naar huis. En evenals vorig jaar ging hij er nu weer met de eerste prijs vandoor. Hoe de Hartjesdag en de prijswinnaar er dit jaar uitzag staat op:
Het Scheepvaartmuseum staat er al sinds mensenheugenis. Op loopafstand van huis en met de Museumkaart wandel je er zo naar binnen. Maar afgelopen weekend was er een bijzondere expositie: een aantal tall ships, die gedurende een paar dagen afmeerden naast de VOC-replica die er permanent ligt. De meest bijzondere was nog wel “El Galeon”, een replica van een 16e eeuws Spaans galjoen, dat in die tijd heen en weer voer tussen Spanje en zijn koloniën. Het schip maakt nu een maandenlange cruise tussen Europese havens en je kunt voor een niet onaanzienlijk bedragje een paar dagen (of als je wilt zelfs langer) meevaren. Wij lieten het bij een bezichtiging, wat toch al een aardige indruk gaf van het leven destijds aan boord. Daarnaast lag nog de “Clipper Stad Amsterdam”, rond 2000 gebouwd en dus voorzien van een moderne inrichting en dito gemakken. Die is gebouwd op mede-initiatief van de Gemeente Amsterdam, maakt regelmatig lange oceaan-cruises, voer ook mee bij de intocht van SAIL Amsterdam en de thuishaven van het schip is Amsterdam. Al met al werd het een leuk maritiem middagje en een indruk ervan staat op: