Als voorbereiding op de grote reis, die nu onderhand wel heel dichtbij komt, gingen we nog maar eens naar de grote winkelboulevard bij het station Bijlmer-ArenA. Niet echt mijn hobby, maar de ontberingen waarmee we bij de beklimming van de Kilimanjaro vermoedelijk te maken krijgen, vragen nu eenmaal om een adequate uitrusting. Je kan van de nood natuurlijk ook een deugd maken, als je tenminste oog hebt voor de architectuur die daar is verrezen. Dan zie je dat men tegenwoordig heel wat creatiever bouwt dan in – pakweg – de 80’er jaren met zijn afgrijselijke revolutiebouw. De winkelboulevard die daar rond de Arena is verrezen heeft weliswaar niet de gezelligheid van het centrum, maar is qua kleur en spiegelingen toch wel de moeite van een klein foto-serietje waard. Kijk maar op:
‘Er gaat niets boven Groningen’. Dat is tenminste de slogan waarmee de lokale VVV de stad en provincie aan de man probeert te brengen. Daar is overigens alle reden toe, want de stad is een pareltje in het toch wel – vooral voor de verwende Amsterdammers – wat verre noorden. Want Groningen schijnt verder van Amsterdam te liggen dan Amsterdam van Groningen. Wij beschouwden ons minder verwend en zijn per trein naar Groningen afgereisd. Aanleiding was een tentoonstelling van Rodin in het Groninger museum. En in datzelfde museum ook nog een expositie van fotograaf Erwin Olaf.
Alleen al de treinreis is de moeite waard, met een mooi zicht aan de linkerkant op de Oostvaardersplassen. Daar proberen ze een biologisch evenwicht tot stand te brengen, waarbij ze er nog niet helemaal uit zijn of ze de natuur helemaal zijn eigen gang moeten laten gaan. Want om nou de dieren in hartje winter helemáál aan hun lot over te laten, is volgens velen toch ook wel weer wat zielig. Het uitstapje was in combinatie met Assen, waar we onderweg zijn uitgestapt voor het Drents museum met een tentoonstelling van Russische schilders, die het moeilijke leven aldaar in de vorige eeuw in beeld brachten. Tenslotte het Groninger museum, met Rodin en Olaf, een museum dat eigenlijk alleen al door zijn gewaagde architectuur de moeite waard is. Tot slot nog tot in de schemering door de stad geslenterd en geconcludeerd dat dit toch wel een van de mooiere steden in Nederland is. Het fotoverslag staat op:
‘Geef mij maar Rotterdam’. Daarmee opende de Volkskrant deze week het hoofdartikel om aan te geven dat de woonkwaliteit in Rotterdam niet alleen heel goed, maar ook nog betaalbaar was. Mooie gelegenheid dus om er eens een kijkje te nemen. Niet dat ik er meteen ga wonen, maar een fotoserietje zou, dacht ik, toch wel de moeite waard zijn. Voor de liefhebbers van moderne architectuur en woontorens is Rotterdam inderdaad ‘the place to be’. En natuurlijk het nieuwe treinstation, dat nu in Nederland ineens toonaangevend is. Vanaf het warme restaurant in de Euromast was niet alleen Rotterdam, maar zelfs Delft en Den Haag goed te bekijken. Maar de slotklim naar de top van de toren hebben we wegens de ijzige wind maar even uitgesteld tot betere tijden. Ondanks de kou is er toch een foto-serietje gemaakt: