De bedoeling was om in de donkere dagen voor kerst (nog maar eens een keer) naar het Amsterdam Light Festival te gaan, de opgestelde lichtobjecten langs de grachten. Altijd in december en de eerste helft van januari. Alleen niet handig als je kort daarvoor (in november) naar Eindhoven Glow bent geweest. Want Glow steekt met kop en schouders uit boven (ons) Light Festival, wat daardoor dus een beetje tegenvalt. Daar staat tegenover dat de stad zelf, prachtig is belicht, waar Amsterdam zich trouwens bij uitstek goed voor leent. En dat doen ze in de lichtstad Eindhoven dan weer wat minder. En zo werd een wandeling langs de lichtobjecten toch meer een wandeling door ‘Amsterdam bij avond’, wat je trouwens het hele jaar, en niet alleen in december, kunt doen. Hoe de stad er bij avond uitziet staat op:
Een fraai sluitstuk van het reisje naar Duitsland was nog wel het uitstapje naar Lindau, mooi gelegen aan de Bodensee, zo’n beetje nabij het drielandenpunt van Duitsland met Zwitserland en Oostenrijk. Bergmeren hebben iets wat gewone meren niet hebben. Het feit dat ze omgeven zijn door bergen geeft ze een aantrekkelijke, zelfs intieme sfeer. De beau monde uit vroegere jaren was dat ook al opgevallen en heeft aan de oevers fraaie villa’s neergezet, waar in alle rust kon worden bijgekomen van hun vermoeiende levens. Behalve de fraaie ligging is ook het stadje zelf ook de moeite van een bezoek waard. Vooral opvallend zijn de vele uitbundig, in barok-stijl beschilderde muren en gevels, als ware het kathedralen.
De voorbereiding op kerstmis is hier al in volle gang. Het is amper half november geweest, maar hier zijn ze de kerstmarkten al aan het opbouwen, een onuitroeibaar verschijnsel in de Duitstalige gebieden. In Nederland hebben we wat dat betreft enige terughoudendheid ingebouwd door te stellen dat pas over kerstmis mag worden gesproken als de Sint weer uit het land is vertrokken. In Duitsland heeft Sinterklaas geen echte voet aan de grond kunnen krijgen, zodat ze in november al helemaal los kunnen gaan met hun kerstmarkten. Al met al was het, ondanks de koude wind die over het meer kwam aanwaaien, een mooie wandeling door het stadje en het fotografische verslag ervan staat op:
Tijd voor het inmiddels traditionele uitstapje met broer Louis naar mijn zus Hedwig in Duitsland. Dat doen we altijd in november. Met de trein, heel comfortabel, hoewel treinreizen in Duitsland de laatste jaren toch wel een uitdaging is. Maar deze keer ging het, op wat vertragingen en uitgevallen treinen na, niet ál te slecht. Wat betreft het weer in combinatie met een vakantie is november een maand van niks. De zomer is allang voorbij en voor de wintersport, voorzover we daar trouwens überhaupt belangstelling voor zouden hebben, is het nog te vroeg. Super-laagseizoen dus en dan ook alle tijd om je helemaal op de gezelligheid te richten, wat dan ook het hoofddoel van het reisje was. En gezellig wás het. Wel deed de winter toch zijn best om de eerste speldenprikken uit te delen. Maar het was aangenaam genoeg om een tweetal bijna dagvullende wandelingen te maken in de Zuid-Duitse Allgäu-streek. De camera ging natuurlijk mee en het een indruk van de streek staat op:
Elk jaar in november is er ‘Glow’ in de lichtstad Eindhoven. Met afstand het mooiste lichtspektakel dat Nederland te bieden heeft. Alleen niet in het gunstigste seizoen, november, met grote kans op regen en minder aangename temperaturen, waarin je toch wel een aantal uren moet doorbrengen. Wel vroeg donker en dat is nou net wat zo’n lichtspektakel nodig heeft. En ineens was het op dinsdag mooi weer, niet al te koud en dan moet je niet lang dralen en meteen de trein naar Eindhoven pakken. Glow werd dit jaar bovendien voor de twintigste keer georganiseerd, dus hadden ze besloten om extra uit te pakken met een aantal succesvolle klassiekers uit voorgaande jaren. Wat mij betreft waren dat de lichtbogen van duizenden lampjes in de Rechtestraat, waarin je je in een kathedraal waant. En zoals elk jaar de gevel op de Catharinakerk, de twee lichtshows op het stadhuisplein en op de oude en inmiddels iconische lichttoren van Philips. Enkele hoogtepunten van Glow staan op:
Voor de derde keer is het dak van de Nieuwe Kerk bezocht. Het kon nog nét, want vanaf 1 november is het gedaan met die mogelijkheid. En dat nét op de dag dat Amsterdam zijn 750e verjaardag vierde. Maar mede aanleiding daarvoor was ook het licht dat je vooral in dit jaargetijde en met deze weersomstandigheden kunt zien. Een regenachtige middag met felle buien en felle opklaringen. De zware regenwolken zijn in het donkere jaargetijde extra donker en de al lage zon kan er dan onder door schijnen en de gebouwen van de stad fraai belichten tegen die donkere achtergrond. Bovendien bleek dat je, ondanks dat het al de derde keer was, toch weer nieuwe dingen en vooral nieuwe perspectieven kunt zien. Want alleen op enige hoogte kun je monumentale gebouwen op de voorgrond zetten tegen – bijvoorbeeld – een achtergrond uit het havengebied of de Zuid-as, kilometers verderop. En zoveel mogelijkheden zijn er in Amsterdam niet om de stad vanuit enige hoogte te bekijken. Of je moet wachten op de kermis met een reuzenrad, maar ook dan heb je maar hooguit een minuutje. Hoe dan ook, de regenbuien zijn getrotseerd en het resultaat staat op:
Eindelijk weer eens een bezoekje gebracht aan Tilburg, waar ik economie heb gestudeerd. Aanleiding was een reünie met mijn medestudenten, nog steeds vrienden, met wie ik niet alleen samen studeerde maar met wie ik ook de studentenflat aan de Professor Verbernelaan heb bewoond. Ik heb Tilburg verlaten in 1975, precies vijftig jaar geleden dus. Ik realiseerde me dat ik sinds die tijd nauwelijks meer in Tilburg ben geweest, een extra aanleiding voor een hernieuwd bezoek dus. Tilburg werd als stad eigenlijk nooit voor vol aangezien in het gezelschap van de andere Brabantse steden, maar ik heb er toch zeven jaar met veel plezier gewoond. Ik kan me ook herinneren dat ik het zelfs moeilijk vond om te vertrekken naar de Randstad die in Brabant eigenlijk ook niet voor vol werd aangezien en waar ik bovendien niemand kende. Het hernieuwd bezoek leerde dat de omgeving van het station onherkenbaar, overigens ten goede, is veranderd. Behalve dan het dak van het station, dat onverwoestbaar is gebleken. Gebouwd in 1961 en destijds een toonbeeld van architecturale vooruitgang en dus gelukkig is behouden voor de vernieuwingsdrift die de stationsomgeving ook ten deel is gevallen.
Maar het ging natuurlijk niet alleen over de stationsomgeving, maar ook over de omgeving waar zoveel gemeenschappelijke belevingen zijn geweest. Om te beginnen de studentenflat, waar niet alleen werd gestudeerd, maar ook waar vaak tot diep in de nacht bij het nodige bier gezamenlijk werd doorgezakt en onder meer over belangrijke levensvragen werd gediscussieerd. Het wooncomplex is gebouwd in 1968, dus wij waren de eerste bewoners. Maar inmiddels is het gerenoveerd en de huidige bewoners waren zo aardig om ons een kleine rondleiding door de gemeenschappelijke ruimte te geven. Duidelijk werd daar onder meer dat de wereld in vijftig jaar flink is geglobaliseerd. Daar waar ‘in onze tijd’ het Brabants en Limburgs domineerde, was het nu uitsluitend Engels dat er gesproken werd door een variëteit aan nationaliteiten.
Dat Engels was ook de boventoon op het universitaire complex ongeveer een kilometer verderop. In ‘onze tijd’ was er slechts één en voor die tijd tamelijk modernistisch gebouw. Nog steeds staan in mijn geheugen de letters “Karl-Marx-Universiteit” die in het voorjaar van 1969 op de voorgevel waren gekalkt, een aanduiding die er toen enkele weken heeft gestaan. Want het waren roerige tijden en universiteiten waren toen bepaald linkse bolwerken. Een aantal van ons, waaronder ook ikzelf, heeft ook deelgenomen aan de door de universiteit georganiseerde studiereis in 1973 aan de toenmalige Sovjet-Unie, waar kennis werd genomen van de verworvenheden van de communistische heilstaat. Dat modernistische gebouw is evenals het stationsdak bestand gebleken tegen de vernieuwingsdrift en staat er nog steeds bij zoals het in 1962 is gebouwd. Het gebouw had geen officiële naam, maar toen in 1972 een hoog ander gebouw van twaalf verdiepingen werd opgeleverd, ging het ‘Gebouw A’ heten en die hoge nieuwbouw werd dus ‘Gebouw B’. Inmiddels staan er tientallen andere in grootte variërende gebouwen en ‘Gebouw A’ heet nu ‘Cobbenhagen Building’, genoemd naar een van de vroegere professoren.
Een ander nieuw element in de stad is het gebied rond het spoor. In ’mijn tijd’ werd dat gebied in beslag genomen door bedrijven en grote spooremplacementen, waar je niks te zoeken had en waar ik dus ook nooit was geweest. Maar nu is het een aantrekkelijk gebied geworden met een groot park en ter hoogte van het station een verzameling van opgeknapt industrieel erfgoed. Vooral de LocHal, de vroegere reparatiewerkplaats van locomotieven is, met behoud van het karakter van industrieel erfgoed, nu omgebouwd tot een multifunctioneel centrum van kunst en cultuur, werkplekken en is tevens de hoofdvestiging van de Bibliotheek Midden-Brabant. Vanzelfsprekend is de dag daar afgesloten met een etentje, besprenkeld met anekdotes en vroegere herinneringen. De fotoserie staat op:
Tijdens het uitstapje naar Rotterdam stuitten we bij toeval op het nieuwe museum Fenix. Het leuke aan uitstapjes zonder noemenswaardige voorbereiding is dat je niet alleen onverwachte dingen tegenkomt, maar er dan ook open voorstaat. Die openheid is een stuk minder als je alles vooraf al in beton hebt gegoten. Het museum Fenix is in het afgelopen voorjaar geopend door Koningin Maxima en laat allerlei aspecten zien van migratie, een onderwerp dat in de nieuwsmedia bepaald niet onderbelicht blijft. Maar desondanks vond ik het een indrukwekkende en dus ook aanbevelingswaardige tentoonstelling.
Iedereen heeft natuurlijk de vrijheid om alles wat er te zien is naar eigen inzicht te interpreteren. Maar mij blijft bij dat – na twee uurtjes ronddwalen door het museum en de beelden op je te laten inwerken – alle hedendaagse geopolitieke heftigheden onlosmakelijk zijn verbonden met migratie. En dat je migratie niet alleen kunt belijken door de bril van de immigratie-regio’s zoals de nieuwsmedia benadrukken, maar juist en vooral ook door de bril van de migrant zelf. Behalve dat er dus het nodige te zien en te interpreteren was, heeft het museum ook een architecturale waarde in de vorm van een glinsterend bouwsel dat ze de ‘tornado’ noemen en waardoor je naar boven kunt en de stad tijdens het verwerken van alle indrukken beneden weer eens door een nieuw perspectief kunt bekijken. Wat er in, op en vanaf het museum te zien was staat op:
Nog maar eens een bezoekje aan Rotterdam. Want behalve op doorreis met de trein komen we er niet zo vaak. Ten onrechte, want het is een mooie stad geworden en er is heel wat te zien. Er was niet echt een duidelijk doel, maar als je er eenmaal bent komen de dingen vanzelf op je af, zo blijkt elke keer weer. Er was wel een vaag plan om het schip de ‘ss-Rotterdam’ te bezoeken, maar we lieten open of we dat doel zouden halen, want onderweg zouden we vast wel andere dingen van enige importantie tegenkomen. En dat was dus ook zo ! Als niet-Rotterdammer krijg je de neiging om te blijven hangen rond het station, de Coolsingel, de Markthallen, de Leuvehaven en de Euromast. Maar zo zouden we de ‘ss-Rotterdam’ nooit bereiken.
Zodoende meteen maar met de metro doorgepakt naar metro-station ‘Wilhelminaplein’, aan de voet van de Kop van Zuid. En alleen al dat metro-station was een bezienswaardigheid op zich. De Kop van Zuid heeft in de afgelopen twintig jaar een enorme metamorfose ondergaan, eigenlijk misschien nog wel meer dan de noordelijke oever. Op de Kop van Zuid domineert de hoogbouw, maar met gevarieerde architectuur en met een aangename mix van maritiem erfgoed, met natuurlijk de aanlegplaats voor niet de minste cruise-schepen. We zijn onverwacht beland in het nieuwe Fenix-museum (daarover in een volgend verslagje), maar dat museumbezoek nam zoveel tijd in beslag dat de ‘ss-Rotterdam’ niet meer is bereikt. In plaats daarvan na afloop met de snelle watertaxi naar de Leuvehaven aan de noordelijke oever voor een aangename maaltijd als afscheid van deze prachtige stad. De beelden staan op:
Binnenkort is het vijftig jaar geleden dat een ommekeer heeft plaatsgevonden in mijn levensstijl. We hebben het dan over januari 1976, de maand dat ik met roken ben gestopt, na acht jaren van toch wel stevig roken in mijn studententijd. Ik draaide immers mijn hand niet om voor een heel pakje sigaretten per dag. Tegelijkertijd moest ik maar eens wat aan lichaamsbeweging gaan doen, vond ik. Ik ben begonnen met kleine rondjes hardlopen en na enkele jaren kocht ik een racefiets, waarmee ik veel in Zuid-Limburg en de Ardennen ben geweest, met enkele uitstapjes naar de (vooral Franse) Alpen. Dat fietsen deed ik als ‘mooi-weer-fietser’ eigenlijk alleen maar in de zomer en er waren ook wel jaren dat ik niet fietste. Hardlopen kan je in alle seizoenen en in alle jaren en dat heb ik dan ook vijftig jaar gedaan, met hooguit wat onderbrekingen in verband met kleine blessures, reizen en allerlei andere smoezen dat ik niet hoefde te lopen.
Maar dit jaar 2025 was wat betreft hardlopen eigenlijk wel een uitgesproken pech-jaar. Omdat ik in het vroege voorjaar door een val van de fiets mijn schoudergewricht brak en in de vroege zomer, eveneens door een val, mijn enkelband scheurde, kon ik vier maanden lang niet hardlopen. Zo’n lange periode van ‘stilzitten’, met dito spier- en krachtverlies, is er in al die vijftig jaar niet geweest. Maar vanaf begin augustus ben ik het heel rustig gaan opbouwen en heb op een onbezonnen moment de Sloterplas-loop van zondag 12 oktober op de agenda gezet. “Je kan altijd nog niét meedoen”, zal ik op dat onbezonnen moment ook hebben gedacht. Maar de stip op de horizon bleef staan, ik heb meegedaan en de 10 kilometers uitgelopen. Ik heb in al die vijftig jaar heel wat tien-kilometers gelopen, maar deze heeft wel veel betekend. Mooie reden voor dit verslagje in het dagboek en een klein foto-serietje, met dank aan Marcel die deze keer de foto’s heeft gemaakt. De sfeerimpressie van het evenement staat op:
Het Oosterdok, dichtbij huis en in een halfuurtje loop je eromheen. Je ziet tegelijkertijd een aantal toonaangevende bezienswaardigheden van de stad. Al tientallen, zo niet honderden keren is het ommetje al gemaakt, maar een concrete aanleiding om er nu weer eens een fotoserietje aan te wijden was het bezoek van het tall ship, de Clipper Amsterdam aan het Scheepvaartmuseum. Het is een relatief nieuw schip en is in 2000 in gebruik genomen en vaart thans over de oceanen als opleidings- en charterschip voor luxe cruises, avontuurlijke zeereizen en allerlei zakelijke evenementen. En is natuurlijk te zien tijdens de Sail-evenementen, die elke vijf jaar in Amsterdam worden georganiseerd. Een andere aanleiding voor nog eens een rondje Oosterdok was de heropening van het terras op het dak van het Nemo Science Museum. Behalve dat het dak nu heel energie-duurzaam is geworden en vol ligt met prachtige groenstroken en zonnepanelen, is er nu ook een extra uitzicht-platformpje bijgekomen, dat nog weer mooiere uitzichten over de stad geeft dan voorheen. Deze keer is ook op de stand van de zon gelet, zodat een optimale belichting van de stad en zijn achtergronden kon worden verkregen. Het leven om, in en op het dok is vastgelegd op: