Wenen (3)

21 juli 2024

De zondag, en laatste dag is besteed aan een uitstapje naar Schloss Schönbrunn, de drukst bezochte bezienswaardigheid van Wenen. Je moet dit online reserveren, wat we – als verstokte bonnefooi reizigers zonder duidelijke planning – natuurlijk vooraf niet hadden gedaan. Gelukkig was er op de vroege zondagochtend nog een gaatje in de drukke Schönbrunn-agenda en konden we samen met honderden Chinezen en Japanners, die in busladingen werden aangevoerd, genieten van deze top-attractie. Schönbrunn was tot 1918 de zomer-residentie van de Habsburgers. Vanaf het voorterrein ziet het er nog niet eens zo heel indrukwekkend uit, maar eenmaal binnen en in de tuinen zie je pas hoe groot het complex van meer dan 1400 kamers is. Ruim voldoende voor een zomer-residentie dus. Je kunt over de inrichting in rococo-stijl twisten of dat nou mooi of lelijk is, het is in elk geval bijzonder. Regelmatig houdt de Wiener Philharmoniker hier concerten en dat lijkt me sowieso mooi en ook heel bijzonder. Op het binnenterrein is er de enorme tuin, van Nederlands ontwerp overigens, die op een heuvel eindigt bij de Glorietta, van waaruit je een goed overzicht kunt krijgen over het complex en nog een stuk Weense binnenstad.

Daarna in de middag nog even doorgeschakeld naar de Prater Platz met zijn iconische reuzenrad. Vaag herinner ik me dat ik daar heel lang geleden ook ben geweest, maar dat afschuwelijke pretpark dat eromheen heen is gebouwd zal er toen echt niet hebben gelegen. Jammer dus. Aan het einde van deze laatste dag moesten we bovendien vaststellen dat, hoewel Wenen heel prominent aan de Donau ligt, wij die hele Donau, al was het maar een glimpje ervan, niet hebben gezien. Ook jammer en nog maar een keer terugkomen dus. De laatste dag is in beeld vastgelegd op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720319179500

Eurogames

20 juli 2024

De Eurogames: het jaarlijkse Europese sportfeestje voor alles wat LHBTI een goed hart toedraagt. Dit jaar in Wenen georganiseerd en de aanleiding om er heen te gaan was het tweedaagse zwemtoernooi, waar Marcel aan deelnam. Voor hem was dat inmiddels de zoveelste keer en hij liep er dan ook al groetend rond. Het toernooi werd gehouden in een overdekt bad met een hoofdzakelijk metalen dak, waarop de zon dagenlang zijn meedogenloze werk kon doen en de temperatuur in het bad onaangenaam hoog opliep. De zwemmers hadden daar geen last van, maar alles wat eromheen zat en liep des te meer. Twee dagen bij dat zwembad zitten was dus wat veel van het goede, maar zaterdag had ik dispensatie, omdat ik deelnam aan het hardloopevenement op de Prater Allee.

Op een wereldberoemd parcours nog wel, want hier is vijf jaar geleden iemand er wel even in geslaagd om de marathon binnen twee uur af te leggen. Dat record is alleen nooit erkend, omdat er kunstmatig vooraf en ook bewust allerlei gunstige omstandigheden waren gecreëerd. Die loop was dus puur bedoeld als een test of zoiets überhaupt mogelijk zou zijn. En dat was dus zo. En alleen al dat iconische parcours moest natuurlijk garant staan voor een voor mijn doen prachtige eindtijd op de 10 kilometer. Uiteindelijk viel dat toch tegen en heb er anderhalve minuut langer over gedaan dan waarop ik had gehoopt en wat ik stilzwijgend ook had verwacht. Toch ben ik op het podium terecht gekomen met een bronzen medaille in mijn 70+ leeftijdsgroep. Toen ik ontdekte dat er in die groep drie deelnemers waren geweest, begreep ik dat ik eigenlijk meer gewonnen had van degenen die niét hebben gelopen. Maar goed, een medaille krijg je niet elke dag, dus heb ik hem in grote dankbaarheid aanvaard. De impressie van het zwemtoernooi en het hardloopevenement staat op: 

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720319140449

Wenen (2)

18 juli 2024

Na een eerste indruk van de stad vonden we het tijd om ons toch maar eens op de top-10 bezienswaardigheden te richten. Mede aanleiding daartoe was een prachtige folder van de lokale VVV met stadswandelingen, zodat je niets van enige importantie hoefde te missen. We moesten ons wel even schrap zetten want al de hele week is het er zo’n 30 á 35 graden. Voor Wenen blijkt dat in de zomer heel gewoon te zijn en overal in de stad zie je dan ook van die zuilen, die waterdamp rondnevelen en die een kortstondige aangename koelte brengen. De ring van bezienswaardigheden is geconcentreerd rond de zuidwestelijke gordel van het oude centrum, zodat het toch nog een overzichtelijke wandeling kon blijven.

Het geheel maakt een buitengewoon monumentale indruk en bestaat voor het grootste deel uit erfenissen van het Habsburgse Rijk. Goed bewaarde erfenissen, die allemaal een functie hebben gekregen. Zoals daar zijn: het operagebouw, het parlement, de nationale bibliotheek, de universiteit en de het gerechtsgebouw. Allemaal flink overgedimensioneerd, zeker als je deze vergelijkt met de gebouwen die soortgelijke functies in Nederland hebben. Wel vraag ik me af hoe het zou zijn om in die gebouwen te werken, maar blijkbaar is een goed evenwicht gevonden tussen het geven van een functie eraan, dan wel er allerlei musea van te maken. Zo blijft Wenen dus nog een echte stad in tegenstelling tot steden die eerder musea zijn dan plekken waar mensen wonen en werken. Een indruk van die klassieke gordel plus wat we nog meer tegenkwamen staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720319180709

Wenen (1)

17 juli 2024

Wenen: eigenlijk een onbetreden terrein voor me, want ik was er voor het laatst in 1988 en kan me er vrijwel niets meer van herinneren. De Eurogames waren dus een mooie aanleiding om het geheugen weer eens wat op te frissen. We zitten in een lekker hotel aan de rand van het centrum en de auto hebben we in de kelder opgeborgen om er zes dagen niet meer naar om te hoeven kijken. Want het openbaar vervoer is hier uitstekend en goedkoop. Er zijn zes metrolijnen, plus de nodige trams en bussen en in de spitsuren is de frequentie van de metro 2 tot 3 minuten. Buiten de spits nog steeds 5 minuten. In de weekenden rijden ze de hele nacht door en zelfs dan met een frequentie van 15 minuten. En dan nóg zitten de metro’s vol en moet je vaak staan. In een voor ons weer ‘nieuwe stad’ hebben we nooit meteen de neiging om ons meteen te storten op de top-10 bezienswaardigheden. Meestal slenteren we wat door de stad in en de bezienswaardigheden komen dan vanzelf.

Zo is de ‘Staatsoper’ en de Stephansdom niet te vermijden. Wenen ademt klassieke muziek. In alle hoeken en gaten is die muziek te horen en boeken we meteen maar een concert van de ‘Vier Jahreszeiten’ van Vivaldi voor aanstaande zaterdagavond in die Stephansdom. Wenen is ook de geboorteplaats van Friedrich Hundertwasser, een kunstenaar met een tamelijk onconventioneel en kleurrijk oeuvre. Hij had specifieke opvattingen over hoe mensen moesten wonen en in het gelijknamige museum is een maquette te zien van een ontwerp voor een nieuwe woonwijk in Wenen. Alleen is die wijk er nooit gekomen. Wat er wel is gekomen is een nieuwe vuilverbrandingsinstallatie naar zijn ontwerp. Nadat de oude in 1987 was afgebrand kreeg hij de opdracht een nieuwe te ontwerpen. En zo staat er op een onooglijke plek tussen vervallen industrieterreinen, weg- en spoorviaducten ineens een prachtige Hundertwasser-kathedraal. Wat het slenteren door de stad nog meer heeft opgeleverd staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720319154909

Nesselwängle

14 juli 2024

Onderweg naar de Eurogames 2024 in Wenen. Marcel naar zijn zwemtournooi op meerdere dagen en ik naar het hardloopevenement op zaterdag. Wenen is met de auto behoorlijk ver, dus wat is er dan beter dan een tussenstop van een paar dagen bij mijn zus Hedwig en haar man René in het Beierse Sulzberg? Vaak kom ik er in de late herfst of zelfs winter, maar nu in hartje zomer, dus een bergtocht met Hedwig, René en Marcel vanaf het Oostenrijkse Nesselwängle lag voor de hand. Niet geheel toevallig gekozen, want haar zoon Mark zou daar met zijn klimclubje allemaal gevaarlijke dingen gaan doen aan bergwanden. Wij toch maar niet, maar in het Gimpelhaus werden door meerdere klimmers indrukwekkende voorbereidingen getroffen voor dat soort activiteiten en onderweg konden we met de telelens zien hoe ze daar aan zo’n helling hangen.

Ik vond trouwens onze meer suffige bergwandeling vanuit Nesselwängle via dat Gimpelhaus en de lunchpauze in de Schneetalalm al moeilijk genoeg. Omhoog en omlaag klauteren, soms via gewone wandelpaden, soms via rotspartijen, maar wel voortdurend met fraai uitzicht over het hoge berglandschap en het Tannheimertal. Na afloop zijn we bij een biertje door het klimclubje over allerlei technische details bijgepraat en opende zich een wereld die ik nog nooit heb gezien en beslist ook nooit zelf zal betreden. Hoe ons meer suffige wandeltochtje eruit zag staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720318943869

Collevecchio (2)

20 juni 2024

Na de dagenlange lethargie, die er door de grote hitte niet beter op werd, vond ik dat ik mezelf toch maar eens moest aanpakken om zodoende tot enige activiteit te komen. Ik ken na zoveel jaren hier de wegen rond het dorp onderhand wel een beetje. Een prachtige en vooral fotogenieke omgeving, maar elke keer kom je daar dan met de auto langs, zodat je die fotogelegenheden weer laat liggen. Maar in mijn hoofd hadden al die fotomogelijkheden zich blijkbaar toch geaccumuleerd tot een onzichtbare bucket-list en op een ochtend vond ik dat ik dat deel van mijn hoofd maar eens moest leegmaken door met de camera in de aanslag een lange wandeling te gaan maken en onderweg nog maar eens goed te kijken. Want je ziet natuurlijk het meest als je gaat wandelen. Door de hitte vroeg vertrokken en rond het middaguur terug. Wat onderweg te zien was staat op: 

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720318586201

Collevecchio (1)

20 juni 2024

In Collevecchio kon ik alle stress, die de verdwenen auto met zich mee had gebracht, achter me laten en kwam ik de eerste dagen tot helemaal niets. De actieradius in die dagen was dan ook heel beperkt: een beetje lummelen in het dorp of bij het zwembad. De hitte moedigde trouwens niet echt aan tot intensieve activiteiten. Collevecchio is een piepklein compact dorpje van nog geen anderhalf duizend inwoners. Zoals er zovele zijn in Italië. Het lijdt al jarenlang een kommervol bestaan en geleidelijk zijn er allerlei voorzieningen verdwenen. Toen ik er ruim tien jaar geleden voor het eerst kwam, was er nog een restaurant, postkantoor, bank en pinautomaat. Nu moet je voor al die dingen minstens tien kilometer rijden. De aardbeving van 2016 heeft het dorp natuurlijk ook geen goed gedaan en nog steeds zie je her en der gebouwen die gestut en dichtgespijkerd zijn. Wel is er nog een kleine supermarkt, even buiten het dorp, maar ook daar moet je eigenlijk met de auto heen.

En dan is er natuurlijk nog de bar op het centrale plein, eigenlijk nog de enige levensader van het dorp, en dat is dan ook de ontmoetingsplek en elke ochtend sleepten we ons erheen voor cappuccino, allerlei zoetigheid en enige interactie met andere dorpsbewoners, die verlegen zaten om een praatje. Maar het neergaande tij in het dorp lijkt te keren. Het grote gebouw op het centrale plein, beschadigd door de aardbeving en al jarenlang in verval rakend, wordt nu opgeknapt en weer bewoonbaar gemaakt. En minstens zo belangrijk, er komt wat ‘import’ en er wonen inmiddels meerdere buitenlanders, die vervallen huizen opknappen en er anderszins weer wat van proberen te maken. Sinds een jaar of twee woont er onder meer een stel uit Noorwegen en werden John en ik bij hen thuis uitgenodigd voor een avondvullend etentje. Hoe Collevecchio er tegenwoordig bij ligt staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720318578464

Door Umbrië

16 juni 2024

Behalve de trouwpartij was er nog een ander doel in Italië: een bezoek aan mijn Amsterdamse buurman John, die er een huis heeft en zijn auto naar Nederland moest vervoeren. Hij had mij had gevraagd om samen met hem naar Nederland rijden. Dat huis staat in Collevecchio, vanaf de trouwlokatie nog zo’n 200 kilometer richting Rome. Ik had op de luchthaven van Bologna een auto gehuurd, maar vlak voor aankomst in Montelparo begon er een waarschuwingslampje te branden met de tekst (vrij vertaald): ‘niveau van AdBlue te laag, bijvullen graag’. Ik had alleen nog nooit van AdBlue gehoord, laat staan dat ik wist hoe ik eraan moest komen en hoe ik dat zou moeten bijvullen. In eerste instantie negeerde ik het, want is het kenmerk van moderne auto’s niet een overvloed aan digitale informatie en een veelvoud van waarschuwingslampjes waar je alleen maar zenuwachtig van wordt? Dat had ik tenminste voor mezelf en mijn gemoedsrust besloten.

Maar na aankomst op het vakantiepark bleek dat het iets met diesel te maken had en – belangrijker nog – dat ik er wél iets aan moest doen, want de auto zou er onderweg zomaar mee kunnen ophouden. Zodoende belde ik nog laat op de avond het telefoonnummer van het autoverhuurbedrijf en nog geen half uur later stond er een grote takelwagen met zwaailichten voor het hek van het vakantiepark. Het leek mij nogal overdreven, maar de eindconclusie was dat ze de auto even meenamen met de belofte om die de volgende ochtend rond 10 uur terug te brengen. De auto is alleen nooit meer teruggebracht en dat heeft me een behoorlijk stressvolle dag opgeleverd, met – tussen de huwelijksfestiviteiten door – vele telefoontjes naar de takeldienst, het autoverhuurbedrijf en de bemiddelaar in Nederland.

Behalve dat de auto spoorloos was, was een andere zorg hoe ik de ruim 200 kilometer naar Collevecchio zou moeten overbruggen. Want openbaar vervoer kun je daar vergeten. Er is met de Nederlandse bemiddelaar nog even over een taxi als oplossing gesproken, maar dat zou niet alleen flink in de papieren kunnen gaan lopen, maar ik zag het ook niet echt voor me om een hele dag in de auto met een voor mij onbekende Italiaanse taxichauffeur door te brengen, nota bene op een van de mooiste routes door de Italiaanse Apennijnen, waar ik me bovendien erg op had verheugd.

Maar uiteindelijk bood mijn broer Frans en zijn vrouw Ellen aan om met mij naar Collevecchio te rijden en er maar een toeristisch dagje in Umbrië van te maken. Ik heb dat aanbod natuurlijk in grote dankbaarheid aanvaard en het leverde een fraaie en ook gezellige tocht op door de Marken, Umbrië en een stukje Lazio op, met een lange tussenstop in de toeristenfuik Assisi. Samen met John is die avond in Collevecchio vorstelijk gedineerd en kon ik het auto-akkefietje geleidelijk aan achter me laten. Het onderweg zijn door de Umbrische Apennijnen is vastgelegd op: 

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720318568614

Montelparo

14 juni 2024

Doel van het Italië-reisje was het huwelijk van Wout, de zoon van mijn zus Karin. Hij had het idee had opgevat om dat huwelijk met zijn Sophie maar in Italië te sluiten. Je zou het niet zeggen in deze tijden van het ‘terugtrekken achter de dijken’, maar Europa integreert dus toch. Tegenwoordig is het immers erg hip om ergens in een ver buitenland te trouwen en je hele familie-, vrienden- en kennissenkring te laten overkomen. En omdat ik ooit tot zijn peetoom ben benoemd, kon ik deze gelegenheid niet voorbij laten gaan. En als het dan in Italië is, hoef ik niet meer lang na te denken. De festiviteit vond plaats in Montelparo, een klein dorpje in ‘de Marken’, een regio waar ik eigenlijk nog nooit ben geweest, maar die wat betreft schoonheid niet onderdoet voor Toscane.

En áls je er dan trouwt, is het wel handig als je enige affiniteit met de locatie hebt. Die affiniteit bestond eruit dat de ouders van de bruid al heel lang elk jaar op een agri-turismo aldaar verblijven en zodoende een band hebben opgebouwd met dat dorp. Voordeel van trouwen in een klein dorp is bovendien dat je niet zomaar een wat anonieme ambtenaar van de burgerlijke stand, maar meteen de burgemeester te spreken krijgt, die niet alleen met plezier het huwelijk komt inzegenen maar ook het centrale plein van het dorp laat ontruimen en de nodige verkeersbeperkende maatregelen neemt. Een indruk van die feestelijke dag en die toch wel bijzondere gebeurtenis staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720318561118

Eindhoven – Bologna

13 juni 2024

Het is niet mijn gewoonte om tijdens een vliegreis foto’s te maken van wat buiten te zien is. Meestal zie je sowieso niks, omdat er bewolking is. En als die er niet is zit je te hoog en is het dan toch te heiig om nog wat contrast te hebben van wat er beneden te zien is. Maar ik ben een liefhebber van landkaarten en kan erboven lang wegdromen en me proberen voor te stellen hoe de wereld er daar uit zou zien. En als zo’n kaart dan vanuit het vliegtuigraampje beneden onder je wegglijdt is het een uitdaging om onderweg zoveel mogelijk punten te herkennen. En zo kon het gebeuren dat ik tijdens een vlucht van Eindhoven naar Bologna aan het raam toch maar mijn camera tevoorschijn haalde om die punten maar eens vast te leggen. In onderstaande fotoserie achtereenvolgens: de luchthavens van Weeze (Niederrhein), de Bodensee, de besneeuwde Alpen, het Gardameer, de arena van Verona, het dal van de Adige, de Po, de Po-vlakte en tenslotte de bebouwde omgeving van Bologna. Voor de liefhebbers van geografie en kaarten is er de volgende fotoserie:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720318311874