De laatste dag van ons Frankrijk-reisje. Omdat we in de afgelopen twee weken al de nodige kilometers hadden afgewandeld, dan wel afgeslenterd, was het nu de bedoeling om een loopluwe dag te hebben. Zeker na die lange klim te voet naar de ‘Cathedrale Notre-Dame-de-la-Garde’. Weliswaar bereikbaar met zo’n toeristentreintje, maar dat vonden we beneden onze stand. Een prachtige kathedraal met dito uitzicht over de stad, maar de terugweg en afdaling is toch maar met het treintje gedaan. Het museum aan de haven, van Europese en mediterrane beschavingen leek ons niet alleen interessant, maar na die lange klim ook de ideale dagbesteding, hoewel je in een museum óók de nodige meters kunt maken. Maar de ingang bleek potdicht en dit museum was gewoon elke dinsdag gesloten. Dan maar die boottocht. Weliswaar tweede keus, maar wel een garantie voor een loopluwe dag. We hadden er ons weinig van voorgesteld, maar het bleek een schot in de roos. De tocht voerde ons langs de kust en het Nationaal Park de Calanques. De Franse Côte d’Azur heeft me, mede door de veronderstelde drukte, nooit echt aangetrokken, maar daar ga ik nu toch van terugkomen. Een prachtige kust, helder water en veel, hoewel wat kleinere stranden. De laatste indrukken van de stad, de klim naar de kathedraal en de boottocht, staan op:
Als toetje op het Frankrijk-reisje is Marseille nog een paar dagen aangedaan. De stad stond al jaren op de bucket list, maar nog nooit was het ervan gekomen. Nu dus wel. We waren sowieso al met de trein en Marseille was eigenlijk met de TGV nog maar anderhalf uur verder vanaf Lyon. Kleine moeite dus. Een mooi treinreisje door het Provençaalse land. Licht glooiend, behalve dan die ene iconische bult, waar zoveel herinneringen liggen: de Mont Ventoux. Vanaf de tussenstop in Avignon redelijk zichtbaar en kon dus in de gemaakte fotoserie niet ontbreken. De aankomst in Marseille was zoals het hoort. Niet zomaar in karakterloze buitenwijken, zoals in Lyon. Of zelfs in the middle of nowhere bij de tussenstop in Avignon. Maar in Marseille was er een voorname aankomst op het fraaie station St.Charles en dan sta je meteen in de binnenstad als het het station uitloopt. Bij die eerste indruk is het dus al meteen al 1-0 voor Marseille.
We waren overigens gewaarschuwd, van meerdere kanten zelfs. De stad zou gevaarlijk zijn en in bepaalde wijken kon je maar beter niet komen. Maar uiteindelijk is veel van de stad gezien en van enig gevaar is niks gemerkt. De stad is wel wat minder aangeharkt dan andere steden en maakt ook een wat rommelige indruk. In die zin is het vergelijkbaar met Napels, ook een havenstad. Ook is er veel en uitbundige street art, en dat alles maakt de stad bijzonder sfeervol. In de wijk ‘Cours Julien’ is zelfs niet één vierkante meter van de gevels onbeschilderd. Wij hangen vooral rond in ‘Le Panier’, dicht tegen ‘le Vieux Port’ een wijk met kleine straatjes en overal gezellige terrasjes en eethuisjes. Vooraf was ons vooral ‘le Vieux Port’ aanbevolen. Maar die was veel groter dan ik me had voorgesteld en lag bovendien vol met niet de minste jachten. Met aan de oevers grote restaurants met niet de minste prijzen. Een stad ‘voor elk wat wils’ dus. Kijk maar op:
Het eigenlijk doel om naar Lyon af te reizen was de organisatie van de Eurogames, het jaarlijkse sportfeestje van alles wat LHBTI een goed hart toedraagt. Marcel werkte er zijn zwemtoernooi af en ik had me ingeschreven voor de 10 kilometer hardlopen. Alleen heb ik dit jaar door een onfortuinlijke valpartij helaas af moeten zien van deelname. Er waren duizenden deelnemers aan tientallen sportevenementen. Overal in de stad werd aandacht gegeven aan het evenement en her en der zie je op straat en in parken al hardlopers, die zich erop voorbereidden. In het Musée des Beaux Arts bleek plotseling de toegang gratis te zijn, toen ze daar zagen dat we een t-shirt van de Eurogames droegen, terwijl ik mijn betaalpasje al in de aanslag had. Hoe dan ook, heel de stad is met de Eurogames bezig en dat maakte een feestelijke indruk.
Toch vond ik de organisatie niet helemaal vlekkeloos. De inschrijving in het Hotel-de-Ville was een tikkeltje chaotisch. Veel te veel mensen en lawaai in een te kleine ruimte met meerdere balies, waarbij je verschillende dingen moet doen. Meestal krijg je een boekje met informatie. Dat was er niet en informatie moest je krijgen via QR-codes die overal waren opgeplakt. Maar in plaats van een handig boekje met informatie kregen we wat prullaria toegestopt. De vreugde was er niet minder om. Vrijdag en zaterdag was dan het zwemtoernooi daar heb ik me dan vooral mee bezig gehouden. Heel gezellig en goed georganiseerd..! Het hardloopevenement had ik ook kunnen bekijken, maar daar heb ik maar even van afgezien. Volgend jaar in Valencia maar weer mee doen, hoop ik dan maar. Hoe de stad zich voorbereidde en een indruk van het zwemtoernooi staat op:
Lyon blijkt er ook een reputatie op na te houden op het gebied van street art. Hier is street art duidelijk het niveau ontstegen van graffiti, wat meestal neerkomt op geklieder op blinde muren, gevels of voordeuren. In Lyon is het juist onderdeel van het stedelijk beleid om de voorsteden kleur te geven en worden hele gevels voorzien van motieven die op zijn minst de aandacht trekken. Maar in Lyon gaat het nog een stapje verder en zijn er in dat genre veel voorbeelden van illusies. Zo kun je de suggestie wekken dat gevels ramen hebben, die er in werkelijkheid niet zijn. Nog leuker wordt het al uit die ramen mensen hangen, die allerlei activiteiten doen.
Maar het mooiste voorbeeld van een illusie is nog wel ‘le Mur des Canuts’ in de wijk Croix-Rousse. Een geheel vlakke muur is beschilderd met driedimensionale motieven uit een woonbuurt, compleet met winkels en bewoners. Je krijgt de illusie aan de rand van een woonbuurt te staan, terwijl je in werkelijkheid naar een vlakke muur staat te kijken. Het tafereel is zelfs een van de grootste muurschilderingen ter wereld. Het is zó realistisch gedaan, dat ik echt even naar de muur moest lopen om me ervan te verzekeren dat alle motieven illusies waren en de muur in werkelijkheid tweedimensionaal vlak was. Voor een verzameling muurschilderingen, illusies en andere aandacht-trekkende kwinkslagjes op en aan muren zie:
Op het schiereiland tussen de Saône en de Rhône zijn de meeste beeldbepalende gebouwen en pleinen van de stad te vinden, waaronder het monumentale Hotel-de-Ville met het al even monumentale plein ervoor. Aan datzelfde plein eveneens het ‘Musée des Beaux-Arts’. Het grootste plein van de stad is de ‘Place Bellecour’, iets naar het zuiden op het schiereiland. Het is alleen veel te groot uitgevallen en mist daarom de intimiteit, die alle andere pleinen en straathoeken in de stad wel hebben. Beeldbepalende gebouwen heeft dat plein evenmin, of het zou daar de McDonalds moeten zijn met ernaast een nog niet eens zo onaardig Italiaans restaurant. Voor het nuttigen van een maaltijd is Place Bellecour dus niet echt de plek. Maar als je er een beetje gezellig bij wilt zitten en bovendien ook lekker wilt eten, moet je hoger op het schiereiland zijn of, beter nog, in Vieux-Lyon op de linkeroever. Daar vind je datgene waarom Lyon onder meer zo bekend, en zelfs beroemd, is.
Lyon is immers de culinaire hoofdstad van Frankrijk en dus eigenlijk ook meteen van de hele wereld. De culinaire reputatie van de stad is onder meer aan Paul Bocuse te danken, die in Lyon de sterren van de hemel kookte. Dat deed hij natuurlijk vast niet in de restaurants die wij hier bezoeken. Maar deze reputatie zal er vast wél toe hebben bijgedragen dat Lyon een ontelbare hoeveelheid restaurants telt. Beroemd zijn de talloze bouchons, waar je de lokale Lyonese keuken kunt proeven, Zelfs in het spitsuur is er keus genoeg en je kunt er terecht op gezellige terrassen op mooie pleintjes en op die warme zomeravonden is er het heerlijk toeven. Even verderop is de wijk Croix-Rousse, hoog op de heuvel en bereikbaar via lange en steile trappen. ‘Monter, monter, monter….!’ was immers het advies, toen we aan iemand vroegen hoe we daar het beste konden komen. Het werd een kleurrijke ervaring. Dat alles samengevat op:
Zondag per TGV naar Lyon afgereisd. Inderdaad met een ‘tres grande vitesse’, want de 500 kilometer is zonder stops onderweg in precies 1 uur en 55 minuten afgelegd. Je komt tegenwoordig aan op het station Part-Dieu, een heel nieuw station in een karakterloze buitenwijk. Daar stoppen alle TGV’s, alleen heeft dat station niet de sfeer die je rond een belangrijk station zou verwachten. Vijftig jaar geleden, in mijn studententijd, was ik ook eens in Lyon en toen was het station Perrache het centrale station. Met alles eromheen wat je rond een centraal station kunt verwachten. Maar inmiddels is Perrache niet alleen gedegradeerd wat betreft het aantal treinen, maar ook het station zelf maakt een tamelijk vervallen indruk. Tot zover de minimale minpuntjes, die overkomelijk zijn.
De pluspuntjes maken die meer dan goed. We blijven er dan ook een hele week, met aan het eind van de week het zwemtoernooi, waar Marcel aan deel zal nemen. Lyon is de tweede stad van Frankrijk en heeft zijn ontwikkeling onder meer te danken aan de ligging bij de samenvloeiing van de twee belangrijke rivieren: de Saône en de Rhône. Dat betekent dat een groot deel van het centrum van de stad op een schiereiland is gelegen met aan weerskanten bruggen over beide rivieren. Aanwezigheid van water en bruggen verhoogt op een of andere manier de aantrekkelijkheid van deze stad. De heuvels ten westen van de stad complementeren het beeld van de stad met de ligging van de kathedraal Notre-Dame de Fourvière als blikvanger bovenop. Vanaf de kathedraal is niet alleen de stad te overzien, maar ook de wijde omgeving en zelfs heel in de verte de contouren van de Alpen.
Lyon is, vergeleken met tientallen jaren geleden, veel meer autoluw geworden. De stad is immers een kruispunt van autowegen en vroeger kon je niet om het centrum van Lyon heen als je op weg wilde naar de camping in Zuid-Frankrijk. Je kwam dan vaak vast te zitten in een onvoldoende geventileerde, veel te lange en ook veel te warme tunnel, toen airconditioning in de auto nog geen gemeengoed was. Dat alles is veranderd, ook al omdat er rond Lyon nu meer autowegen zijn aangelegd, je dus niet meer door het centrum en die tunnel hoeft en er bovendien in Frankrijk nu ook meerdere wegen zijn die naar het zuiden leiden. Een indruk van een dagje slenteren door de stad staat op:
Bij de stadsontwikkeling van Parijs is natuurlijk nagedacht over de mogelijke lokatie van de belangrijkste wegen, bouwwerken en parken. En dus ook over de perspectieven die je daarin zou kunnen ontdekken. Zo is er de lijn tussen de Arc de Triomphe, de Champs Elysées, de obelisk op de Place de la Concorde, de Tuileriën en het Louvre, die allemaal op één lijn liggen en die je dan ook allemaal tegelijk op die lijn kunt zien liggen, wat dus verrassende perspectieven oplevert. Daarmee is ook rekening gehouden toen in de 80’er jaren het zakendistrict La Défense werd gebouwd: op diezelfde lijn een aantal kilometers achter de Arc de Triomphe. Precies op die lijn is de ‘Grande Arche’ gebouwd en daaromheen wolkenkrabbers met vooral kantoren. Het stuk tussen de Arc de Triomphe en het Louvre is meerdere malen bezocht, maar nog nooit het nieuwe stuk tussen la Défense en de Arc de Triomphe. Tot vandaag dus en is een wandeling gemaakt van zo’n zeven kilometer op dat nieuwe stuk.
La Défense is allang niet meer een puur zakendistrict. In de loop der tijd zijn er talloze voorzieningen bijgekomen, waaronder horeca, theaters, parken, moderne kunstwerken en zelfs woningen. Het geheel maakt een kermis-achtige indruk. Het trekt veel bezoekers aan en vandaag was er een ‘concert’ van de pop-groep Iron Maiden, die zich toelegt op heavy metal muziek. Wereldberoemd, maar ik had er alleen nog nooit van gehoord. Maar velen hadden het er voor over om lang in de rij te gaan staan om binnen te komen. Wat betreft perspectieven was vanaf de ‘Grande Arche’ de Arc de Triomphe tot en met het Louvre zichtbaar, wederom op diezelfde lijn. Extra fraai omdat la Défense wat hoger ligt dan de rest van de stad. Vanaf dat punt is te voet langzaam afgedaald naar de Arc de Triomphe. Daar is vanaf de top de stad andermaal bekeken, wat weer verrassende andere perspectieven opleverde. Parijs in perspectief is in beeld gebracht op:
Twee dagen in Parijs. Dat was deze keer niet het hoofddoel van de reis, maar eerder een tussenstop onderweg naar Lyon. In Lyon gaan we een hele week blijven en daar werkt Marcel, als onderdeel van de Eurogames, zijn zwemtoernooi af. Daarover later dus. In Parijs zijn we te gast bij Pierre, een zwemmaatje van Marcel. Een van de dingen die tijdens dit korte verblijf in Parijs op het actielijstje stonden was een bezoek aan de herbouwde Notre Dame. ‘Herbouwde’ is hier wel de juiste aanduiding, want op foto’s is nog te zien hoe de kathedraal er uitzag na die fatale brand op 15 april 2019. Vlak na de brand is plechtig beloofd om binnen vijf jaar de kathedraal in zijn oude glorie te herstellen. En dat is op een half jaartje na gelukt..! Okay, er staan nog wel wat bouwkranen en er is nog wel wat steigerwerk, maar zie je dat niet bij alle bouwwerken van dergelijke importantie? Natuurlijk is geprobeerd alles in dezelfde staat te herstellen, maar waar mogelijk (en nodig) zijn ook verbeteringen aangebracht. Zo was er vroeger, behalve het daglicht, weinig aandacht voor extra verlichting waardoor het interieur destijds een wat sombere indruk maakte. Maar er is wat betreft verlichting flink uitgepakt, waardoor de architectuur en de vele gewelven nu goed tot hun recht komen.
Vlak bij de Notre Dame ligt het Quartier Latin, ooit de studentenwijk en dus een potentieel doel om de lunch te gebruiken. Maar de wijk is helemaal overgenomen door de toeristenindustrie, en een lunch aldaar werd door onze gastheer Pierre sterk afgeraden. Dus wijken we uit naar de iets verder gelegen wijk rond de Sorbonne en het Pantheon. Daar zag het eruit zoals ooit het Quartier Latin eruit zag. Daar wat door de wijk gewandeld, de lunch gebruikt en nog even de Jardin du Luxembourg aangedaan. De Jardin bleek alleen veel te groot voor ons bevattingsvermogen, want na een uurtje of zes raak je verzadigd en begon ook de hitte ons parten te spelen. Die Jardin doen we dan maar een volgende keer, want het leek daar alleszins de moeite waard. Voor vandaag was het wel genoeg en een indruk van de nieuwe Notre Dame en omgeving staat op:
Bezoek uit het buitenland: wat kan je dan beter doen dan ze mee te nemen met een autoritje rond het IJsselmeer? Ervan uitgaande dat ze de grachtengordel onderhand wel kennen. Zelf vond ik het trouwens ook wel eens tijd om er een kijkje te nemen. Want de renovatie van de Afsluitdijk nadert zijn voltooiing. Je kon er jarenlang niet meer met de fiets overheen. Niet dat ik dat ooit heb gedaan, maar inmiddels ligt er wel een heel uitnodigend fietspad, zodat ik deze onderneming heel stilletjes op de bucket list heb gezet. Alleen is het ‘monument’ nog niet open. Altijd een bijzondere attractie, met zijn mini-cafetariaatje beneden, waar je foto’s over de historie van de dijk kon bekijken en bij een kop koffie over het eindeloze IJsselmeer kon staren. En je via een voetgangersbrug over kon steken om over de Waddenzee te kijken en heel in de verte de Wadden-eilanden te zien. Jammer genoeg kon dat alles dus nog even niet. Maar verderop richting Friesland is nu een parkeergelegenheid aangelegd, met ook een voetgangersbrug, zodat daar ook beide waterpartijen te zien zijn. De ‘overkant’ Friesland ligt erbij zoals altijd. Dromerige dorpjes in de zomer en daar geen noemenswaardige verandering. Zoals altijd werden Makkum, Hindeloopen en Stavoren aangedaan. Alleen voor Urk in de Noordoostpolder, waar de dag zou worden afgesloten in een visrestaurant aan het water was deze keer geen tijd meer. Het genoegen van deze dag was er niet minder om. Een samenvatting van de dag is vastgelegd op:
Het Waterland, net ten noorden van Amsterdam. Het begint al als je de twee bruggen over het IJ bent gepasseerd. Nog geen kwartiertje fietsen en je bent buiten de stad, buiten de Randstad zelfs. Het enige wat van de stad nog te zien is, is de skyline in de verte. Bomen zijn hier nauwelijks, dus je ziet alles. Niet alleen Amsterdam, maar ook Purmerend, Zaanstad en heel in de verte Almere. Geen bomen, maar strak weiland, zover het oog reikt. Hier en daar knusse dorpjes, waar de tijd stil lijkt te staan. Lijkt, want hier strijkt de vermoeide Amsterdammer neer, die genoeg heeft van de drukke stad en die hier een optrekje heeft gevonden. Als stadsmensen beperken we ons verblijf tot dat ene zomerse middagje als dit land er op zijn best bij ligt. En keren aan het eind van de dag toch maar weer terug naar de geborgenheid van die drukke stad. Hoe dat Waterland er op dat zomerse middagje uitziet, staat op: