In Bangkok wonen anderhalf miljoen Chinezen, pakweg een kwart van de bevolking. Een groot deel woont in Chinatown, een relatief klein gebiedje aan de oever van de rivier en dus met een heel hoge bevolkingsdichtheid. Ik dacht dat Nederland dichtbevolkt was, maar wat ze hier op die paar vierkante kilometers doen, is toch nog wel even wat anders. En dus – voor de liefhebbers ervan natuurlijk – een fotografisch feestje, al was het alleen maar om het overdadige kleurrijke spektakel. Ook mensen laten zich graag fotograferen, en bedanken je er zelfs soms voor.
Desondanks is het dus wel even inschikken hier. Autorijden kan een normaal mens er vergeten, maar nog wurmen zich auto’s door de kleinste en toch al overvolle steegjes en gaan het gevecht aan om de ruimte met fietsers, tuk-tuks, rijdende eetstalletjes en toeleveringsbedrijfjes op brommers. En natuurlijk met de vele voetgangers die er dan nog doorheen schuifelen, soms in dat gewurm vast staan, maar soms ook een meter of tien weer vooruit kunnen. Er wordt niet alleen gewoond, maar vooral gewerkt. De meeste bedrijfjes doen slechts één ding en dat dan ook de hele dag. Auto-onderdelen repareren bijvoorbeeld. Of winkeltjes verkopen slechts één ding, maar dat dan in enorme hoeveelheden van vooral Chinese meuk, tegen onwaarschijnlijk lage prijzen. En dan nóg is afdingen heel gewoon.
Ik begin het helemaal voor me te zien. Grote Chinese fabriekshallen, die enorme massa’s van die meuk uitbraken, in zeecontainers stoppen en niet alleen hier over Chinatown uitstorten, maar ook over de rest van de wereld. En naast dat wonen en werken wordt er natuurlijk ook gegeten. Koken en eten meestal in één ruimte van hooguit een paar vierkante meter. Duidelijk voor de snelle hap, en voor avondvullende diners moet je ergens anders zijn. Al met al een fraaie smeltkroes van kleuren, mensen, spullen en activiteiten, geprobeerd vast te leggen op: