Al een aantal jaren sluimerde bij mij het idee om Bangkok weer eens te bezoeken. De stad heeft destijds een zodanige indruk achtergelaten dat een hernieuwd bezoek eigenlijk niet lang meer kon uitblijven. Daar kwam bij dat René er nog nooit was geweest en ik inschatte dat hij het evenzeer mooi zou gaan vinden. Dus zijn we op vrijdag 29 november gezamenlijk afgereisd en mijn inschatting bleek helemaal juist. Daar kwam bovendien bij dat Jack, een van onze vrienden, al een aantal jaren gedurende een half jaar in Bangkok woont en het andere halve jaar in Maastricht. En niet helemaal toevallig woont hij dus in de winter in Bangkok. Door hem werd het verblijf er extra gezellig.
De stad is, zeker in vergelijking met dertig jaar geleden, onherkenbaar veranderd. Waren er toen schijnbaar onoplosbare verkeersopstoppingen en hing er destijds een zware smog-deken over de stad, nu lijken al die problemen bijna verleden tijd. De blauwe lucht, destijds nauwelijks nog te zien, is nu ook weer helemaal terug. Want inmiddels is er een uitgebreid metro-netwerk en bovendien een bovengrondse ‘sky-train’. Verder rijden er veel elektrische auto’s rond. Ook wordt er veel werk gestoken in de aanleg van groen, niet alleen in parken, maar ook op de middenbermen ven de wegen in de stad. Nu moeten alleen nog die vervuilende brommers weg en de berijders daarvan naar de metro verhuizen.
De eerste twee dagen gaan op in ‘het landen’ in de stad, van de jet-lag zien af te komen en eens te bekijken hoe we over een paar dagen in Cambodja terecht zouden kunnen komen. Wat ik nog van vroeger wist is dat de omgeving van Khao San Road, het backpackers-paradijs van de stad, bezaaid is met reisburootjes, die vast wel een tripje naar Cambodja kunnen regelen. Natuurlijk kunnen we er met een taxi heen, maar we kiezen voor het openbaar vervoer om zodoende een indruk van de stad te krijgen en erachter te komen hoe je je hier verplaatst. Dus eerst een stukje met de sky-train, dan de stadsbus, de metro, de boot en nog wat stukjes lopen. En onderweg herhaaldelijk de weg vragen. Dan blijkt dat de Thais onmogelijk nee kunnen zeggen of aan kunnen geven dat ze een bepaalde straat niet weten. In zo’n geval gaan ze heel ingewikkeld kijken en dan weet je eigenlijk al genoeg: ze weten het niet, maar kunnen je dat niet zeggen. De kunst is dan om op een beleefde manier het gesprek te beëindigen en hen het gezichtsverlies te besparen. Maar we zijn na de eerste twee dagen helemaal op de hoogte hoe je je in de stad verplaatst, hebben we twee bustickets naar Cambodja kunnen regelen en van al dat kris-krassen door de stad is natuurlijk een uitgebreide fotoserie gemaakt, te zien op: