Mede ter voorbereiding van een reis naar Thailand en Cambodja in december, zijn René en ik naar Maastricht afgereisd. Want daar woont Jack, een vriend van ons die in de laatste jaren de hele winter in Thailand doorbrengt en ons van de nodige tips zou kunnen voorzien. En als je dan toch in Maastricht ben, kun je er net zo goed een dagje uit van maken en de stad bovendien nog eens fotografisch onder handen nemen. In een paar uurtjes kun je dan een tamelijk overzichtelijk rondje maken vanaf het station via het Onze Lieve Vrouweplein en het Vrijthof naar de Markt, waar Jack ons in een café aan het eind van de middag zou opwachten.
Al in de stationsstraat valt op dat Maastricht niet een gewone Nederlandse stad is. Hier geen keten-winkels uit een gewone doorsnee winkelstraat, maar vooral sjieke en ook bepaald niet goedkope winkels. En dames en heren die er goedgekleed bijlopen. Niet voor niks zijn de Maastrichtenaren trots op hun eigen identiteit, die ze dan ook met verve uitdragen, door waar mogelijk hun eigen dialect (pardon: taal) te voeren. Bij ‘la Bonne Femme’ aan het Onze Lieve Vrouweplein hadden ze, zo wisten we nog, de lekkerste uiensoep die we ooit hadden gegeten en gelukkig was er aan het recept niets veranderd. Ik ben al vaak op het Onze Lieve Vrouweplein geweest, maar nog nooit de basiliek ‘Onze Lieve Vrouwe Sterre der Zee’ binnen bezocht. Nu dus wel. Want gelukkig begon het net zachtjes te regenen, en anders hadden we dat fraaie monument nog over het hoofd gezien.
Op het Vrijthof belanden we bij “In Den Ouden Vogelstruys”, een populaire uitspanning op dat plein. Daar wordt duidelijk dat Maastricht niet alleen die eigen identiteit heeft, maar inmiddels ook een echte universiteitsstad is geworden met veel buitenlandse studenten, die veelal Engels spreken. Daarom is de menukaart daar tweetalig geworden: Maastrichts en Engels. En net toen het écht begon te regenen, hadden we het eindpunt bereikt, waar Jack klaar zat, we lekker aan het bier konden en de komende reis wat konden voorbereiden. Het foto-uitstapje is vastgelegd op:
De Dam-tot-Dam loop, van Amsterdam naar Zaandam, precies 10 Engelse mijl, dus 16,1 kilometer. Ik heb er een aantal keren aan meegedaan, maar ben met deelname eraan gestopt omdat er naar mijn idee veel te veel deelnemers waren. Dat was het moment dat er 25 duizend lopers waren. Het was toen al zó druk, dat je de eerste twee kilometers niet eens kon hardlopen, maar moest wandelen. En dan nog wel in het leukste stuk, in de IJ-tunnel. Misschien dat dit ook wel de populariteit verklaart. Want wanneer kun je nou eenmaal in een tunnel lopen? Inmiddels is het evenement verder in omvang uitgegroeid en deze 2024-editie telde 46 duizend deelnemers.
Wel hebben ze er nu voor gezorgd dat het starten veel meer was gespreid over maar liefst zes uren, zodat van wandelen geen sprake meer hoefde te zijn. Maar dus nog steeds bijna acht duizend starters per uur. Alleen jammer dat de laatste negen duizend deelnemers niet eens meer kónden starten, want de organisatie had de handen vol aan de verzorging van lopers die door de warmte waren bevangen, waardoor het evenement in de loop van de middag werd stilgelegd. Als toeschouwer leek het me juist aangenaam, maar kon het niet laten om de maximum temperatuur van die dag bij het KNMI te checken: 23,7 graden. Moet kunnen, zou je zeggen. Maar de beste stuurlui staan natuurlijk aan wal, lekker makkelijk met de camera. Die camera had bij de ingang van de IJ-tunnel het volgende vastgelegd:
In deze tijd van het jaar heb je van die prachtige wolkenluchten die vandaag uitnodigend genoeg waren om de camera te pakken en maar weer eens een klein foto-rondje te maken. Zelfs als je maar een half uur hebt en je wilt er toch even uit, dan is vanuit huis alleen al het ommetje rond het Oosterdok voldoende voor een aantal fotogenieke bezienswaardigheden met dito achtergronden. Dat Oosterdok begon ooit als een echte haven, maar tegenwoordig lijkt het vooral een verzamelplaats van boten, waarvan je je afvraagt of ze nog kunnen varen of, sterker nog, ooit gevaren hebben.
Maar het gaat natuurlijk om wat er inmiddels aan de oevers staat. Het gebied heeft de afgelopen dan ook een metamorfose ondergaan en herbergt nu in één oogopslag niet de minste instituten, zoals het NEMO Science Museum, de Openbare Bibliotheek, het Conservatorium, het Scheepvaartmuseum en aan de rand van dat gebied het Centraal Station. En als je dan nog een kwartiertje extra hebt ga je via de Zeedijk en de Nieuwmarkt richting Jodenbreestraat. Daar heb ik al honderden keren gelopen, maar ineens zag ik die verzameling van kleurrijke woongevels, die me blijkbaar in al die jaren niet waren opgevallen. Zo gaat dat vaker. Zelfs als je ergens al voor de zoveelste keer komt, vallen je elke keer weer nieuwe dingen op. Die gevels konden er in de fotoserie dus nog wel bij. Zie:
Het Centraal Station is andermaal een bouwput, en eigenlijk is het dat al sinds ik in Amsterdam woon. Nu wordt er weer gewerkt aan de zoveelste herprofilering, waarbij het plein voor het station nóg overzichtelijker moet worden met nóg meer ruimte voor voetgangers en fietsers. Vorige jaar is een grote ondergrondse fietsenstalling in gebruik genomen en nu wordt er weer gewerkt aan een uitbreiding daarvan. En binnen wordt gewerkt aan meer en ook langere sporen. Dat laatste bevordert de overzichtelijkheid bepaald nog niet want het is eerst nog even trap-op-trap-af door een soort van doolhof, als je met de trein aankomt en snel naar huis wil.
Maar de achterkant is nu wel zo’n beetje af. Lijkt me tenminste zo, want aan de hal daar is al jaren niets meer veranderd en is nu een fraaie toegang, annex winkelgalerij en busstation met een mooie overkapping geworden. En vorig jaar is er een flaneerboulevard aan het water gekomen, waar je heerlijk kunt zitten en over het water en de passerende boten uit kunt kijken. Een prachtig punt, vooral als je het rondslingerende afval kunt negeren. Op zoek naar een eetgelegenheid kwamen we er op een schemerige avond terecht en hebben meteen maar het station fotografisch onder handen genomen. Het resultaat staat op:
Met de zomer is het uiteindelijk dan toch nog goed gekomen. En zelfs in september lijkt het nog niet afgelopen en mogen we ons verheugen op nóg een paar van die mooie dagen. Behalve de nodige buitenactiviteiten is er vanzelfsprekend tijd ingeruimd voor strandbezoek, met Zandvoort en Callantsoog als favoriete locaties. Opmerkelijk vind ik altijd Zandvoort. Het strand bij het centrum is overvol, maar zou je bereid zijn een halfuurtje te lopen, tref je nagenoeg lege stranden. En je hebt er adembenemende zonsondergangen. Heel groot nadeel is de reis erheen. De auto kan je vergeten, en de treinen zijn op de echt warme dagen overvol.
Callantsoog is een ander verhaal. Wel een stukje verder, maar filevrij erheen, parkeerruimte in overvloed en tien minuten lopen is voldoende. De attractie van Callantsoog betrof ooit vooral de strekdammetjes, waarop bij laagwater allemaal krabbetjes en schelpdieren te vinden waren. Om dat te zien moest je er snel bij zijn, want de meeuwen hadden daar de boel binnen een half uur leeggegeten. Alleen is dat zeeleven in de laatste jaren door de recente zandafgravingen nagenoeg verdwenen, dus die attractie evenzeer. Toch is Callantsoog niet van de agenda verdwenen, al was het maar om op die hele warme dagen een alternatief voor Zandvoort te hebben. De camera ging meestal mee en de plaatjes spreken voor zich. Zie: