Na een eerste indruk van de stad vonden we het tijd om ons toch maar eens op de top-10 bezienswaardigheden te richten. Mede aanleiding daartoe was een prachtige folder van de lokale VVV met stadswandelingen, zodat je niets van enige importantie hoefde te missen. We moesten ons wel even schrap zetten want al de hele week is het er zo’n 30 á 35 graden. Voor Wenen blijkt dat in de zomer heel gewoon te zijn en overal in de stad zie je dan ook van die zuilen, die waterdamp rondnevelen en die een kortstondige aangename koelte brengen. De ring van bezienswaardigheden is geconcentreerd rond de zuidwestelijke gordel van het oude centrum, zodat het toch nog een overzichtelijke wandeling kon blijven.
Het geheel maakt een buitengewoon monumentale indruk en bestaat voor het grootste deel uit erfenissen van het Habsburgse Rijk. Goed bewaarde erfenissen, die allemaal een functie hebben gekregen. Zoals daar zijn: het operagebouw, het parlement, de nationale bibliotheek, de universiteit en de het gerechtsgebouw. Allemaal flink overgedimensioneerd, zeker als je deze vergelijkt met de gebouwen die soortgelijke functies in Nederland hebben. Wel vraag ik me af hoe het zou zijn om in die gebouwen te werken, maar blijkbaar is een goed evenwicht gevonden tussen het geven van een functie eraan, dan wel er allerlei musea van te maken. Zo blijft Wenen dus nog een echte stad in tegenstelling tot steden die eerder musea zijn dan plekken waar mensen wonen en werken. Een indruk van die klassieke gordel plus wat we nog meer tegenkwamen staat op: