Onderweg naar de Eurogames 2024 in Wenen. Marcel naar zijn zwemtournooi op meerdere dagen en ik naar het hardloopevenement op zaterdag. Wenen is met de auto behoorlijk ver, dus wat is er dan beter dan een tussenstop van een paar dagen bij mijn zus Hedwig en haar man René in het Beierse Sulzberg? Vaak kom ik er in de late herfst of zelfs winter, maar nu in hartje zomer, dus een bergtocht met Hedwig, René en Marcel vanaf het Oostenrijkse Nesselwängle lag voor de hand. Niet geheel toevallig gekozen, want haar zoon Mark zou daar met zijn klimclubje allemaal gevaarlijke dingen gaan doen aan bergwanden. Wij toch maar niet, maar in het Gimpelhaus werden door meerdere klimmers indrukwekkende voorbereidingen getroffen voor dat soort activiteiten en onderweg konden we met de telelens zien hoe ze daar aan zo’n helling hangen.
Ik vond trouwens onze meer suffige bergwandeling vanuit Nesselwängle via dat Gimpelhaus en de lunchpauze in de Schneetalalm al moeilijk genoeg. Omhoog en omlaag klauteren, soms via gewone wandelpaden, soms via rotspartijen, maar wel voortdurend met fraai uitzicht over het hoge berglandschap en het Tannheimertal. Na afloop zijn we bij een biertje door het klimclubje over allerlei technische details bijgepraat en opende zich een wereld die ik nog nooit heb gezien en beslist ook nooit zelf zal betreden. Hoe ons meer suffige wandeltochtje eruit zag staat op: