In Collevecchio kon ik alle stress, die de verdwenen auto met zich mee had gebracht, achter me laten en kwam ik de eerste dagen tot helemaal niets. De actieradius in die dagen was dan ook heel beperkt: een beetje lummelen in het dorp of bij het zwembad. De hitte moedigde trouwens niet echt aan tot intensieve activiteiten. Collevecchio is een piepklein compact dorpje van nog geen anderhalf duizend inwoners. Zoals er zovele zijn in Italië. Het lijdt al jarenlang een kommervol bestaan en geleidelijk zijn er allerlei voorzieningen verdwenen. Toen ik er ruim tien jaar geleden voor het eerst kwam, was er nog een restaurant, postkantoor, bank en pinautomaat. Nu moet je voor al die dingen minstens tien kilometer rijden. De aardbeving van 2016 heeft het dorp natuurlijk ook geen goed gedaan en nog steeds zie je her en der gebouwen die gestut en dichtgespijkerd zijn. Wel is er nog een kleine supermarkt, even buiten het dorp, maar ook daar moet je eigenlijk met de auto heen.
En dan is er natuurlijk nog de bar op het centrale plein, eigenlijk nog de enige levensader van het dorp, en dat is dan ook de ontmoetingsplek en elke ochtend sleepten we ons erheen voor cappuccino, allerlei zoetigheid en enige interactie met andere dorpsbewoners, die verlegen zaten om een praatje. Maar het neergaande tij in het dorp lijkt te keren. Het grote gebouw op het centrale plein, beschadigd door de aardbeving en al jarenlang in verval rakend, wordt nu opgeknapt en weer bewoonbaar gemaakt. En minstens zo belangrijk, er komt wat ‘import’ en er wonen inmiddels meerdere buitenlanders, die vervallen huizen opknappen en er anderszins weer wat van proberen te maken. Sinds een jaar of twee woont er onder meer een stel uit Noorwegen en werden John en ik bij hen thuis uitgenodigd voor een avondvullend etentje. Hoe Collevecchio er tegenwoordig bij ligt staat op:
<
div dir=”ltr”>
LikeLike