Vanuit Denver hadden we de besneeuwde bergen al twee dagen kunnen bekijken, maar nu zouden we – na de nodige mijlen over het eindeloze vlakke land – eindelijk die bergen gaan intrekken op weg naar het zuiden. Om twee redenen zagen we er toch een beetje tegenop. Onderweg zouden we drie passen moeten passeren van zo’n 3000 meter hoogte en we konden van tevoren niet duidelijk krijgen of daar nog sprake zou zijn van besneeuwde wegen. Verder zou de tocht ruim 600 kilometer zijn en dat zou over bochtige tweebaanswegen, met wellicht ook nog eens haardspelden, best eens lang kunnen gaan duren. Maar angst is een slechte raadgever, zo bleek, want van beide hindernissen was geen sprake. Zelfs op het hoogste punt van de route was er vrijwel geen sneeuw en al helemáál niet op het wegdek. En van haarspeldbochten was evenmin sprake. Integendeel: we konden ongehinderd over brede wegen naar boven rijden en waren dat hoogste punt van de dag al gepasseerd voordat we er erg in hadden. We moesten dus nog even terugrijden om aan dat punt enige (ook fotografische) aandacht te besteden. Want het was niet alleen het hoogste punt van de dag, maar zelfs van onze hele reis. En waar in Europa kun je per auto überhaupt een hoogte van 3000 meter bereiken? Daar even bij stilstaan mocht dan ook wel, vonden we.
Het tweede deel van de route door zuid-Colorado liep weer over de kaarsrechte stukken die we in de afgelopen week eerder hadden gezien. Maar nu over een hoogvlakte en ook het landschap veranderde nu geleidelijk. Vorige week het eindeloos vlakke landbouwgebied, via het alpine berglandschap van vanochtend nu geleidelijk meer vlakke, en hooggelegen woestijn. Zo reden we de staat New Mexico binnen en zijn in Santa Fe beland en die 600 kilometer bleken uiteindelijk een peulenschilletje. Santa Fe is ook hooggelegen op ruim 2000 meter boven zeeniveau. Er wonen ‘slechts’ 80 duizend mensen, maar de reputatie van het stadje is een stuk groter. Het is populair bij toeristen en er zijn – ter illustratie hiervan – circa 300 art galeries, zodat het eerder een museum lijkt dan een woonstad. Het is ook een in meerderheid Spaanstalige stad en de bouwstijl in de stad is uniek te noemen. Er is een strenge schoonheidscommissie, die erop toeziet dat er op bepaalde plaatsen alleen in de zg. adobe-stijl mag worden gebouwd. Dat betekent laagbouw met kleine ramen, variërend van grijs tot bruin, afgewerkt in ronde hoeken. In bijgaande fotoserie zijn onder meer een aantal voorbeelden daarvan te zien. Zie: