Het wandelen van een lange-afstand wandelpad brengt met zich mee dat je geleidelijk aan de landschappen ziet veranderen. Zoals ook en vooral op dít deel van het Pieterpad. Kon je in het hoge noorden, nog boven de stad Groningen, eindeloos ver over het nagenoeg boomloze polderland kijken en voelde ik me daar enigszins in the middle of nowhere, ten zuiden van Groningen kom je in een heel andere wereld. Eerst moet je wel nog even door de rommelige zuidkant van de stad, maar na Glimmen, onze overnachtingsplaats, kom je op de zandgronden, zijn er hoge oude bomen en wordt het terrein zelfs een tikkeltje geaccidenteerd. Het weer doet de rest. Moesten we de vorige dag het laatste stuk nog in de regen afleggen, nu was het droog, verscheen de zon zelfs af en toe en dat geeft het landschap meteen weer een heel andere aanblik.
We komen nu in Drenthe, en meteen na het overschrijden van de provinciegrens diende het eerste hunebed zich aan, pal tegen de gevel van een oude boerderij. Beter gezegd, de boerderij lag pal tegen het hunebed, want we mogen toch aannemen dat het hunebed er al wat langer had gelegen. Toch vreemd, want wie zet er nou een boerderij neer, nog geen meter van zo’n beeldbepalend stukje erfgoed? Het eindpunt van de dag was Zuidlaren. Veel Drentse dorpen hebben een mooie “brink” een rond stuk grasveld in het centrum, omgeven door hoge bomen en meestal een kerk. Maar in Zuidlaren vonden ze het nodig om de bomen aan twee kanten weg te kappen, een groot deel van het gras te asfalteren, en zodoende is de brink eigenlijk niet meer dan een lelijk parkeerterrein. We blijven er dan ook niet lang, ook al omdat we daar meteen de bus naar Assen konden pakken, waar de trein naar Amsterdam al klaar stond. De foto’s van deze etappe staan op: