Naast de bezoekjes aan steden, historische paleizen en beschermde natuurgebieden is er natuurlijk ook de nodige tijd uitgetrokken voor strandbezoek. Meer specifiek: aan de “Costa de la Luz” (kust van het licht). Wat mij betreft een van de mooiere kuststreken en stranden in Europa. Niet de bekende, populaire en volgebouwde Spaanse costa’s dus waarvan we op de heenreis een glimpje konden opvangen. Maar de Costa de la Luz is juist minder bekend, minder bevolkt en het achterland ervan is nauwelijks bebouwd. Minpuntje zou kunnen zijn dat er op de lange en brede stranden dan ook nauwelijks voorzieningen zijn, maar dat is makkelijk te ondervangen door wat eten en vooral voldoende water mee te nemen.
Groot voordeel is dat we het hier over de Atlantische kust hebben en niet over de Middellandse Zeekust. Dat betekent een ruigere zee, hogere golven en (naar mijn idee) schoner water. Of dat laatste ook echt zo is weet ik niet, maar het is altijd prettig om je in zo’n geval niet al te zeer te verdiepen in het mogelijke tegendeel. Hoe dan ook, het strandbezoek vormde een welkome afwisseling met de bezoekjes aan de bezienswaardigheden in de regio en het maakte het reisje naar Spanje aangenaam, afwisselend en compleet. En onze standplaats Jerez de la Frontera bleek uiteindelijk heel geschikt voor al datgene wat we hebben gedaan en bezocht. Alleen is het van ons voornemen om in Jerez een glaasje sherry te drinken niet meer gekomen. Het zij zo. Een laatste indruk van de kustregio en stranden is te vinden op: