Sevilla: een van de parels in Zuidwest-Spanje: zo’n honderd kilometer van onze standplaats Jerez. Ideaal dus voor een dagtochtje en het ritje erheen beschouw ik altijd als een onderdeel van het genoegen. We kozen dus voor de secundaire weg: gaat wat langzamer, maar er is meer te zien. En dat was ook zo. Meestal worden Italië en Spanje in één adem genoemd, maar hier zie je toch wel dat het heel verschillende landen en landschappen zijn. Zo is er hier de overvloed aan palmbomen, die je in Italië nauwelijks ziet. Verder een vrij kaal, zelfs hier en daar woestijnachtig landschap. Het zal ongetwijfeld te maken hebben met een klimatologisch verschil. De streek rond Jerez en Sevilla is in de zomer bloedheet en wordt dan ook wel de ‘braadpan van Europa’ genoemd. Vandaag alleen niet, want het was half bewolkt en met maximaal zo’n 25 graden eigenlijk ideaal voor het uitstapje naar Sevilla.
Anders dan de wat kale omgeving is er in Sevilla juist veel groen. Her en der prachtig aangelegde en goed onderhouden parken met weer veel palmbomen. Ook op straat overal plantenbakken met goed onderhouden groen en kleine boompjes. Verder is er de gevarieerde architectuur van de stad met veelkleurige gevels met overal ingelegde mozaïeken met veelal religieuze motieven. De Giralda, onderdeel van de grote gotische kathedraal, is eigenlijk wel het icoon van de stad. Aanvankelijk (12e eeuw) een minaret, maar later (in de 16e eeuw) herbouwd in renaissance stijl. Alles omgeven door een fraai plein, waar men zich per koets voortbeweegt. Dan het Metropol Parasol, met het grootste houten bouwwerk ter wereld als overkapping, op de begane grond een marktplein en ondergronds een archeologisch museum. Maar vooral overal terrassen op intieme pleintjes met een uitbundig straatleven, dat hier door het gunstige klimaat het hele jaar kan worden gevierd. Hoe dat alles eruit zag, staat op: